Aansprakelijkheid van hulppersonen
in en buiten de contractketting.
Een analyse in het licht van Boek 6

Prof. dr. Ignace Claeys en mr. Camille Desmet (Eubelius)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Consumentenbescherming bij de verwerving
van financiële diensten: de laatste ontwikkelingen (optioneel met handboek)

Prof. dr. Reinhard Steennot (UGent)

Webinar op donderdag 30 mei 2024


Woninghuur in Vlaanderen en Brussel:
het antwoord op 25 praktijkvragen

Mr. Ulrike Beuselinck en mr. Koen De Puydt (Seeds of Law)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024


Handelspraktijken en consumentenbescherming:
recente topics onder de loep

Dr. Stijn Claeys en mr. Arne Baert (Racine)

Webinar op vrijdag 30 augustus 2024


Recente wetgevende ontwikkelingen
met impact op de bouwsector

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven (Caluwaerts Uytterhoeven)

Webinar op dinsdag 27 augustus 2024

Uitdrukkelijk ontbindende bedingen in distributieovereenkomsten: geen ontbinding zonder contractuele fout (Integra Advocaten)

Auteur: Integra Advocaten

De wet van 27 juli 1961 betreffende eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop, zoals geïncorporeerd in boek X van het Wetboek Economisch Recht (hierna “WER”), legt de algemene beginselen vast die van toepassing zijn op de eenzijdige beëindiging van een voor onbepaalde tijd verleende concessie van alleenverkoop.

Krachtens artikel X.36 WER kan de voor onbepaalde tijd verleende verkoopconcessie (bijv. een distributieovereenkomst) – behoudens in geval van grove tekortkoming door een van de partijen aan haar verplichtingen – slechts worden opgezegd met inachtneming van een redelijke opzegtermijn of door betaling van een billijke vergoeding die door de partijen op het ogenblik van de opzegging van de overeenkomst wordt vastgesteld.

De vraag die zich in dat verband stelt is hoe een uitdrukkelijk ontbindend beding in een concessieovereenkomst (waarin de partijen afspreken in welke gevallen de overeenkomst eenzijdig en met onmiddellijke ingang kan worden verbroken) zich verhoudt tot artikel X.36 WER. Met andere woorden, kunnen partijen in hun concessieovereenkomst rechtsgeldig afwijken van artikel X.36 WER door het toepassingsgebied van een uitdrukkelijk ontbindend beding uit te breiden naar feiten, gevallen of omstandigheden die als dusdanig geen verband houden met een contractuele tekortkoming (maar wel van nadelige invloed kunnen zijn)?

In haar arrest van 11 mei 2023 heeft het Hof van Cassatie (C.21.0409.F) hierover duidelijkheid gebracht. In de zaak die aanleiding heeft gegeven tot het Cassatiearrest van 11 mei 2023 had Rolex Benelux de door haar verleende verkoopconcessie beëindigd op grond van een uitdrukkelijk ontbindend beding in de concessieovereenkomst die de concessiegever toeliet om de overeenkomst te ontbinden niet alleen in geval van een contractuele wanprestatie, maar daarnaast ook omwille van elke andere gegronde reden (“pour toute autre juste motif”).

Aangezien een aantal bestuurders van de concessiehouder het voorwerp uitmaakten van een strafrechtelijk onderzoek (o.a. op verdenking van btw-fraude, vervalsing van facturen, etc.), had Rolex Benelux de verkoopconcessie met onmiddellijke ingang beëindigd omwille van gegronde redenen (m.n. de aantasting van de goede naam en reputatie van het merk Rolex), dit naast de verschillende inbreuken op de contractuele verplichtingen van de concessiehouder (o.a. sluiting van de winkel, gebrek aan voorraad, betaalachterstallen). De concessiegever was zodoende van oordeel dat deze omstandigheden een voldoende ernstige gegronde reden (“juste motif”) uitmaakten die haar toelieten zich te beroepen op het uitdrukkelijk ontbindend beding om de verkoopconcessie eenzijdig te beëindigen.

Het Hof van Beroep te Brussel bevestigde de ontbinding van de overeenkomst lastens de concessiehouder omwille van gegronde redenen (met name de aantasting van het imago en reputatie van het merk Rolex). Volgens het Hof van Beroep te Brussel waren de voormelde feiten en omstandigheden in casu objectief gezien voldoende ernstig om te kwalificeren als gegronde redenen, waardoor Rolex Benelux zich terecht kon beroepen op het uitdrukkelijk ontbindend beding om de verkoopconcessie eenzijdig te beëindigen, zonder dat het Hof het bestaan van een fout of contractuele tekortkoming in hoofde van de concessiehouder hoefde vast te stellen. Het loutere feit dat de feiten en omstandigheden kwalificeerden als gegronde redenen (“juste motif”) – los van de vraag of er sprake was van een contractuele tekortkoming – was volgens het Hof van Beroep voldoende om zich te kunnen beroepen op het uitdrukkelijk ontbindend beding.

In haar arrest van 11 mei 2023 heeft het Hof van Cassatie dit arrest verbroken. Een verkoopconcessie van onbepaalde duur in de zin van Boek X WER kan overeenkomstig artikel X.36 WER enkel worden beëindigd met een redelijke opzegtermijn of betaling van een billijke vergoeding, behoudens grove tekortkoming door een partij aan één van haar verplichtingen. Dit principe vormt een toepassing van de gemeenrechtelijke beëindigingsgrond van artikel 1184 Oud Burgerlijk Wetboek die elke partij het recht geeft om de ontbinding van een overeenkomst te vragen aan de rechtbank wanneer een contractspartij haar verplichtingen niet nakomt. Echter, gezien het dwingendrechtelijk karakter van artikel X.36 WER, kan een uitdrukkelijk ontbindend beding dus enkel maar uitwerking krijgen i.g.v. een contractuele tekortkoming, en dus niet omwille van een andere reden (die géén contractuele tekortkoming uitmaakt).

Conclusie:

Het bestaan van een contractuele tekortkoming is dus een noodzakelijke voorwaarde om een voor onbepaalde tijd verleende concessie van alleenverkoop eenzijdig te beëindigen zonder opzeggingstermijn en zonder billijke (bijkomende) vergoeding. Door middel van een uitdrukkelijk ontbindend beding in de concessieovereenkomst kan dit principe niet worden uitgebreid naar andere “gegronde redenen” die als dusdanig niet als een (grove) contractuele tekortkoming kunnen worden beschouwd.

Het is dus absoluut raadzaam om de nodige aandacht te besteden aan de zorgvuldige redactie van uw distributieovereenkomst, en het daarin op te nemen uitdrukkelijk ontbindend beding in het bijzonder. Het is van essentieel belang om op omstandige wijze te omschrijven wat de contractuele verplichtingen zijn van uw medecontractant en het uitdrukkelijk ontbindend beding hierop af te stemmen zodanig dat dit beding u een contractuele uitweg biedt indien u wordt geconfronteerd met een contractuele tekortkoming van uw medecontractant, zonder dat u gehouden bent tot het respecteren van een opzegtermijn of het betalen van een opzegvergoeding (waarvan de duur en het bedrag oploopt in functie van de duurtijd van de verleende concessie).

Bron: Integra Advocaten

» Bekijk alle artikels: Handel & Consument, Verbintenissen & Goederen