Supply chain disruption door het coronavirus. Een geval van overmacht? (Van Gompel Advocaten)

Auteurs: Laura Van Gompel en Hans Van Gompel (Van Gompel Advocaten)

Publicatiedatum: 27/02/2020

De context

1. De uitbraak van het coronavirus heeft zware gevolgen voor de Chinese – en wereldeconomie.

Talrijke Chinese bedrijven zijn momenteel niet in staat hun leveringsverplichtingen na te komen t.a.v. hun (vaak buitenlandse) afnemers en dit als gevolg van de maatregelen van de Chinese overheid om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan (reisverbod, quarantaine, sluiting van douane, afgelast vliegverkeer, e.a.). [1]

Op 30 januari 2020 kondigde The China Council for the Promotion of International Trade aan dat zij “force majeure-certificates” ging uitgeven om Chinese bedrijven te ondersteunen bij betwistingen met hun cliënten wegens de staking van de leveringen.[2]  Op 17 februari 2020 waren er al meer dan 1600 van deze certificaten afgeleverd. Hiermee zouden contracten met een waarde van 109,9 biljoen yuan (15,7 biljoen US Dollar) gedekt zijn. [3]

2. Ook in België werd er al een eerste maatregel genomen ter ondersteuning van bedrijven genomen. Minister van werk, Nathalie Muylle, kondigde op 6 februari 2020 aan dat bedrijven die “hinder ondervinden door de situatie in China” beroep kunnen doen op het regime van tijdelijke werkloosheid.[4] De betrokken bedrijven dienen wel aan te tonen dat er “een link is tussen het coronavirus en de overmacht”.

Anders dan in China (en heel recent dichter bij huis in Italië) werden er in België evenwel tot op vandaag nog geen algemene overheidsmaatregelen getroffen die het openbaar vervoer, toegang tot bedrijven en/of scholen, e.a. in het gedrang brengen.

3. Niettemin zijn de gevolgen van de pandemie, waaronder de supply chain disruption, wereldwijd en ook in België te voelen. Ook Belgische ondernemingen komen in de problemen omdat hun Chinese en/of andere toeleveranciers – door de impact van het coronavirus – hen niet meer naar behoren kunnen leveren, waardoor op hun beurt hun eigen leveringsverplichtingen op de helling komen te staan.

Probleemstelling

4. Voor de ondernemers die zelf moeilijkheden ondervinden voor het nakomen van hun eigen leveringsverplichtingen, is het van groot belang te weten of de huidige supply chain disruption veroorzaakt door de uitbraak van het coronavirus een wettig geval van overmacht uitmaakt.

Anders geformuleerd: Kan een Belgisch bedrijf de overmacht van zijn Chinese of buitenlandse toeleverancier ten gevolge van het coronavirus zelf inroepen als eigen overmacht t.o.v. zijn afnemers?

Overmacht in het Belgische contractenrecht

5. Naar Belgisch contractenrecht is een schuldenaar bevrijd van zijn verplichtingen, als hij kan aantonen dat zijn niet-uitvoering te wijten is aan een vreemde oorzaak of overmacht (art. 1147 en 1148 B.W.)

De wet geeft zelf geen concrete definitie van overmacht. Volgens de rechtspraak is overmacht een “onoverkomelijk beletsel voor de nakoming van een verbintenis”[5]. Het moet gaan om een externe en onvoorziene omstandigheid (vreemd aan de schuldenaar) die de nakoming van diens verbintenis volstrekt onmogelijk maakt en die niet aan de schuldenaar verweten kan worden.

Overmacht veronderstelt dus 2 cumulatieve toepassingsvoorwaarden, m.n. een gebeurtenis die (1) de nakoming van de verbintenis onmogelijk maakt en (2) niet toe te rekenen is aan de schuldenaar, bijvoorbeeld omdat hij op die omstandigheden geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.

6. Voor wat betreft de eerste voorwaarde, is er discussie of het over een relatieve dan wel absolute onmogelijkheid moet gaan.

Bij aanname van een absolute onmogelijkheid zullen leveringsproblemen van eigen toeleveranciers nooit overmacht uitmaken op vervolgleveringen aan eigen cliënteel. Immers, het zal principieel steeds mogelijk zijn een andere toeleverancier te vinden voor het betrokken product.

Een groot deel van de Belgische rechtsleer verdedigt evenwel de strekking van een relatieve onmogelijkheid. Een “menselijke”, “redelijke” of “praktische” onmogelijkheid voor de niet-uitvoering van de eigen verbintenis volstaat. Deze is voorhanden wanneer de omstandigheden die zich hebben voorgedaan zodanig ondenkbaar waren of de nakoming buitenproportionele opofferingen zou vereisen. Ter ondersteuning van dit standpunt wordt verwezen naar de rechtspraak van het Hof van Cassatie.[6]

Wij sluiten ons aan bij de theorie van de relatieve onmogelijkheid.

Voor een ondernemer die in de problemen komt wegens staking van toeleveringen te wijten aan het coronavirus is o.i. aan deze voorwaarde voldaan. Er kan er van een onderneming menselijk, redelijk en praktisch niet worden verwacht de gevolgen van het coronavirus op zijn eigen toeleveringen door een derde-toeleverancier te inschatten en voorkomen. Het Hof van cassatie aanvaardde daden van een onafhankelijke derde (personen voor wie de debiteur niet instaat) als een mogelijke overmachtssituatie.[7]  Hierdoor is de uitvoering van zijn eigen verbintenissen (relatief) onmogelijk geworden.

7. De tweede voorwaarde vereist dat de vreemde oorzaak niet toe te rekenen is aan de schuldenaar. Volgens invulling door rechtspraak en rechtsleer moet de gebeurtenis die aangevoerd wordt als overmacht 1) bij het sluiten van de overeenkomst niet voorzienbaar zijn geweest en 2) een onvermijdbaar karakter hebben gehad, zodanig dat de schuldenaar niet in de mogelijkheid was om de nodige maatregelen te nemen die de impact van de niet-voorzienbare en onvermijdbare gebeurtenis konden vermijden.

Een orkaan kan bijvoorbeeld in sommige gevallen enkele dagen van tevoren worden voorspeld.  Alhoewel die gebeurtenis dan voorzienbaar is, blijft de eruit voortvloeiende niet-nakoming ontoerekenbaar aan de schuldenaar. Het was (opnieuw relatief) onmogelijk voor de schuldenaar om in de dagen vóór de orkaan maatregelen die nemen die de negatieve impact van de orkaan op zijn verplichting konden vermijden.[8]

De corona-epidemie en gevolgen ervan op de wereldeconomie zijn o.i. evenzeer niet-voorzienbare – en onvermijdbare gebeurtenissen.  Ook aan deze voorwaarde is voldaan.

8. De juridische gevolgen van overmacht zijn eenduidig. Bij een tijdelijke onmogelijkheid, wordt de leveringsverplichting van de schuldenaar geschorst tot de overmachtssituatie verdwijnt en de uitvoering van de verbintenis hierdoor terug mogelijk wordt.

Bij blijvende onmogelijkheid is de schuldenaar definitief bevrijd van zijn verplichting en draagt de schuldeiser (dus de cliënt) het eventuele financiële verlies.

Conclusie: leveringsproblemen veroorzaakt door gebrekkige toeleveringen ten gevolge van het coronavirus kunnen als overmacht worden beschouwd.

9. Op basis van voornoemde analyse kan besloten worden dat leveringsproblemen naar cliënteel veroorzaakt door gebrekkige toeleveringen van eigen toeleveranciers ten gevolge van het coronavirus als overmacht kunnen worden beschouwd.[9]

Mits tijdige kennisgeving van de overmachtssituatie aan de andere partij, heeft de overmacht tot gevolg dat de schuldenaar tijdelijk, tot na afloop van de epidemie, van zijn eigen leveringsverplichting is bevrijd en niet schadeplichtig is t.o.v. zijn contractspartij.

Lees hier het originele artikel

[1] Enkele feiten: Miljoenen mensen zijn getroffen werden door het reisverbod in China, waardoor er een enorme immobiliteit is ontstaan op de arbeidsmarkt. Ongeveer 55 bedrijven in Shanghai hebben vorige week gemeld dat hun “global operations had been affected”. 78% van voormelde bedrijven gaf aan dat “they lacked enough staff to run production lines.” Een aantal Chinese autofabrikanten gaven reeds te kennen dat zij “won’t restore normal production until at least mid-March”. Bron: R. BUTLER, “The best and worst case for UK supply chains affected by the coronavirus”, 25 februari 2020, https://www.themanufacturer.com/articles/best-worst-case-uk-supply-chains-affected-coronavirus/.

[2] Bron: Bird & Bird ATMD, J. GIOUW, “Legal Update Coronavirus (COVID-19) and Force Majeure Clauses”, februari 2020, https://www.twobirds.com/~/media/chinese/bbatmd-legal-update—coronavirus-and-force-majeure-clauses—feb-2020-v4.pdf?la=en&hash=EA8CADBD957192325ECBE7142864E0C8A534FD1A.

[3] Bron: “China issues over 1,600 force majeure slips to coronavirus-hit companies”, 17 februari 2020, https://www.chinadaily.com.cn/a/202002/17/WS5e4a38eaa31012821727818d.html 17/02.

[4] Bron: https://www.nathaliemuylle.be/storage/ringleader/nathalie-muylle/20200206-cp-coronavirus-chmage-temporaire.pdf. De minister stelde op dat moment dat “hoewel er geen directe impact op onze volksgezondheid is door het coronavirus, ondernemingen wel hinder (kunnen) ondervinden door de situatie in China”. De maatregelen van China zijn “bijgevolg ook voelbaar voor Belgische ondernemingen die rekenen op toevoer uit de regio. Getroffen ondernemingen zullen daarom als gevolg van de impact van het coronavirus beroep kunnen doen op het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.”

[5] O.m. Cass. 9 december 1976, Pas. 1977, I, 408.

[6] Cass. 13 mei 1996, Pas. 1996, 455.

[7] Cass. 21 september 1991, R.W. 1991-91, 682.

[8] Memorie van toelichting bij het ontwerp van wet tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van Boek 5 « Verbintenissen » in dat Wetboek, 246 https://www.law.kuleuven.be/verbintenissenrecht/memorie-van-toelichting-verbintenissenrecht.pdf.

[9] Indien het coronavirus zich in de komende dagen effectief algemeen zou verspreiden over het Europese en Belgische grondgebied, zal elke onduidelijkheid hierover wegvallen. Er zal dan immers geen enkele twijfel over bestaan dat de epidemie een directe impact heeft op volksgezondheid, veiligheid van de bevolking en economisch leven die niet-voorzienbaar en onvermijdbaar was.