Onderzoek, kennis en tijdige beslissing tot beëindiging met onmiddellijke ingang van de handelsagentuur-overeenkomst (Schuermans Advocaten)

Auteur: Schuermans Advocaten

Publicatiedatum: 27/05/2021

Artikel X.17 WER laat aan de principaal toe om de handelsagentuurovereenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn te beëindigen “wanneer uitzonderlijke omstandigheden elke professionele samenwerking tussen de principaal en de handelsagent definitief onmogelijk maken of wanneer de (handelsagent) ernstig tekort komt in (zijn) verplichtingen.  De overeenkomst kan niet meer worden beëindigd zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn, wanneer het feit ter rechtvaardiging hiervan sedert tenminste 7 werkdagen bekend is aan (de principaal).  Alleen de uitzonderlijke omstandigheden of de ernstige tekortkomingen waarvan kennis is gegeven bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij een ter post aangetekende brief, verzonden binnen 7 werkdagen na de beëindiging, kunnen worden aangevoerd ter rechtvaardiging van de beëindiging zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn”.

In het arrest van 19 mei 2021 (2018/AR/1555) trad het Hof van Beroep Antwerpen het cassatiearrest van 14 november 2019 als volgt bij:

“De vooropgestelde termijn van 7 werkdagen vangt slechts aan op het ogenblik dat de persoon die, of in het geval een rechtspersoon, het orgaan dat bevoegd is om de handelsagentuur te beëindigen van de feiten (die de ernstige tekortkoming uitmaken) kennis neemt.  Hierbij zij opgemerkt dat vereist is dat men met voldoende zekerheid kennis heeft van de feiten en alle omstandigheden die deze feiten het karakter geven van een ernstige tekortkoming of uitzonderlijke omstandigheid”.

In casu had de Dienst Fraud Investigations van een grootbank onderzoek gevoerd naar de handelingen en werkzaamheden van haar handelsagent.  Dit omvatte het verhoor van de handelsagent op 27 september waarna voormeld onderzoek werd afgerond op 6 oktober.  Diezelfde dag maakte de Dienst Fraud Investigations haar bevindingen over aan het enige bevoegde orgaan van de grootbank inzake beëindiging met onmiddellijke ingang van de handelsagentuurovereenkomst.  Diens beslissing daartoe werd meegedeeld door de grootbank aan haar handelsagent op 12 oktober.  Terecht achtte het Hof van Beroep Antwerpen zulke beslissing dan ook als zijnde tijdig.

Lees hier het originele artikel