Ondernemingen, bereid u nu voor op nog meer B2B-regels (Schoups)

Auteurs: Dave Mertens en Eline Vorlat (Schoups)

Het is al weer een tijd geleden dat we u informeerden over de Belgische B2B-regels die in april 2019 werden ingevoerd in het Wetboek Economisch Recht (WER). Vandaag is er opnieuw reden om dit topic uit de kast te halen. Naast het verbod op misbruik van economische afhankelijkheid, op misleidende en agressieve marktpraktijken en op onrechtmatige bedingen in relaties tussen ondernemingen in het algemeen, wordt het lijstje B2B-regels al op korte termijn verder uitgebreid.

Richtlijn 2019/633/EU en het Wetsontwerp van 7 september 2021

Op 17 april 2019 keurde het Europees Parlement de Richtlijn 2019/633/EU inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen goed (de “Richtlijn“). De Richtlijn moest voor 1 mei 2021 zijn omgezet in de lidstaten en de omzettingen moeten vanaf 1 november 2021 van toepassing zijn. De eerste datum werd niet gehaald door België, maar ons land lijkt wel van plan om de tweede deadline te halen. Op 7 september 2021 diende de regering een wetsontwerp in dat voorziet in toepassing vanaf 1 november.

De Richtlijn staat los van de B2B-wet van 4 april 2019. De nieuwe artikelen in het WER zullen gelden als lex specialis t.a.v. de algemene B2B-regels en leggen bijkomende regels op aan ondernemingen binnen het toepassingsgebied.

Toepassingsgebied

Het gaat om verhoudingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen tussen afnemers enerzijds en leveranciers waarvan de jaaromzet 350.000 EUR niet overschrijdt anderzijds. In de Richtlijn wordt gewerkt met tussendrempels van omzet waar de geviseerde relaties aan moeten voldoen, maar de regering koos ervoor enkel de maximumdrempel te behouden.

Leveranciers en afnemers zijn natuurlijke of rechtspersonen die landbouw- en voedingsproducten verkopen resp. kopen. Het volstaat dat minstens één van hen gevestigd is in België. Landbouwproducten zijn de producten die worden omschreven in bijlage I bij het Verdrag over de Werking van de Europese Unie (VWEU), waaronder levende dieren, vlees, eetbaar slachtafval, vis, schaal-, schelp-, en weekdieren, groenten en fruit, granen, koffie, thee, specerijen, olies en vetten, enz. Voedingsproducten zijn de producten die op basis van de in de bijlage vermelde producten zijn verwerkt voor gebruik als voedingsmiddel. Ook op dit punt is het Belgische wetsontwerp ruimer. In de Richtlijn zijn voedingsproducten enkel die producten die worden verwerkt voor gebruik als ‘levensmiddel’ en dus enkel bestemd zijn voor menselijke consumptie. De term ‘voedingsmiddel’ daarentegen verwijst naar een bestemming voor menselijke én dierlijke consumptie.

Concreet zal de nieuwe wetgeving dus ruimer van toepassing zijn dan enkel op kleinere boeren en de supermarkten aan wie zij leveren. De regels zijn o.i. ook van toepassing op slachthuizen, vleesverwerkingsbedrijven (bv. kippen, varkens, runderen…), bakkersbedrijven, visserijen, enz., en hun afnemers en leveranciers van landbouw- en voedingsproducten, ongeacht of hun producten voor dierlijke of menselijke consumptie bedoeld zijn. Wel zijn enkel leveranciers met een jaaromzet van maximaal 350.000 EUR beschermd.

Een zwarte en een grijze lijst

Deze ondernemingen zullen binnenkort rekening moeten houden met een extra zwarte en grijze lijst van verboden praktijken. De marktpraktijken op de zwarte lijst zijn altijd verboden. Die op de grijze lijst zijn verboden tenzij ze op duidelijke en ondubbelzinnige wijze zijn overeengekomen in de leveringsovereenkomst of in een daaropvolgende overeenkomst tussen afnemer en leverancier. Contractuele bedingen die een van de zwarte praktijken tot gevolg hebben of niet op duidelijke en ondubbelzinnig wijze een grijze praktijk beogen, zijn nietig.

De zwarte lijst zal te vinden zijn in artikel VI.109/5 WER. Het gaat over te lange betalingstermijnen voor de afnemer (> 30 dagen), annuleringen van bestellingen door de afnemer op te korte termijn (< 30 dagen), eenzijdige wijziging van bepaalde leveringsvoorwaarden door de afnemer, de eis dat de leverancier de kosten van klachtenbehandeling of bederf en verlies draagt ondanks het ontbreken van een fout of nalatigheid, het onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen van de leverancier, enz.

De grijze lijst zal worden opgenomen in artikel VI.109/6 WER. Wat wordt geviseerd is het retourneren van onverkochte landbouw- en voedingsproducten zonder vergoeding, het betalen door de leverancier van een vergoeding voor opslag, uitstalling, opname in het assortiment of te koop aanbieden op de markt van zijn landbouw- en voedingsproducten, betaling door de leverancier van de kosten voor reclame en marketing voor zijn landbouw- en voedingsproducten of van de kosten van kortingen verleend door de afnemer en betaling door de leverancier van personeel voor de inrichting van de verkoopruimte van de afnemer.

De Koning zal de bevoegdheid krijgen om deze lijsten te wijzigen of aan te vullen in overleg met de Ministerraad, de Hoge Raad voor Zelfstandigen en de kmo en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

Besluit

Het Wetsontwerp ligt nu bij de Kamer ter goedkeuring. De Commissie voor Economie, Consumentenbescherming en Digitale Agenda heeft op 15 oktober 2021 alle artikelen aangenomen in een eerste lezing, maar zal nog overgaan tot een tweede lezing. Het is dus afwachten of de vooropgestelde deadline van 1 november 2021 gehaald zal worden.

In elk geval zullen de Belgische B2B-regels snel aangevuld worden met een bijkomende zwarte en grijze lijst van verboden handelspraktijken. Het gebrek aan een reële overgangsfase valt te betreuren. Ondernemingen die landbouw- en voedingsproducten kopen en/of verkopen kunnen best al nakijken of hun standaard leveringscontracten en -gebruiken geen van de opgelijste praktijken bevatten. Voor lopende overeenkomsten hebben ondernemingen tot een jaar om strijdige afspraken te veranderen. Nieuwe leveringsovereenkomsten moeten er meteen aan voldoen. Schoups kan u steeds bijstaan in deze controle en ingeval van vragen of problemen.

Bron: Schoups