Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep

Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)

Webinar op donderdag 18 maart 2027


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Cryptomunten en de fiscaliteit

Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)

Webinar op donderdag 28 januari 2027


Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Webinar op donderdag 20 mei 2027

Nabootsing slechts uitzonderlijk strijdig met eerlijke marktpraktijken (Stibbe)

Auteur: Peter Wytinck (Stibbe)

Publicatiedatum: 05/01/2018

Het hof van beroep te Brussel bevestigde op 5 september 2017 opnieuw dat bij afwezigheid van schending van een intellectueel eigendomsrecht, een argument van nabootsing in strijd met de eerlijke marktpraktijken in de zin van artikel VI.104 van het Wetboek Economisch Recht (‘WER’) niet snel zal slagen. [1]

De zaak betrof enkele kledingstukken die WAMO BVBA (de uitbater van ZEB) beweerdelijk zou hebben nagebootst van WTG NV, een producent en verdeler van kledingstukken. Het hof van beroep oordeelde vooreerst dat de kledingstukken geen auteursrechtelijke bescherming genieten aangezien niet aan het originaliteitsvereiste is voldaan. Ook genieten zij geen bescherming op basis van het modellenrecht aangezien WTG NV niet (afdoende) aantoont dat de goederen een ‘eigen karakter’ hebben.

Zodoende bleef enkel de vordering gesteund op een inbreuk op de eerlijke marktpraktijken over. Het hof van beroep bevestigde in deze context dat nabootsing principieel is toegelaten (bij afwezigheid van schending van een intellectueel eigendomsrecht), tenzij men dit doet ‘onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke marktpraktijken’. Het zonder eigen creatieve inspanning rechtstreeks voordeel halen uit een belangrijke inspanning of investering met een economische waarde van een ander volstaat hiervoor echter niet. De nabootsing moet daarentegen gepaard gaan met enige andere vorm van onrechtmatig gedrag. Het argument van onrechtmatige imago- en goodwilltransfer en uitbuiting van de bekendheid van de reputatie van het gekopieerde slaagde in dit kader echter niet. Volgens het hof van beroep is hiervoor immers minstens vereist dat de kledingstukken in kwestie enige onderscheidende functie zouden hebben als zijnde afkomstig van WTG NV. In casu beschouwde het hof van beroep de kledingstukken echter als banaal. De vordering werd bijgevolg afgewezen (en de andersluidende beslissing van de eerste rechter vernietigd).

[1] Brussel 5 september 2017, 2017/AR/268, onuitg.

Lees hier het originele artikel

» Bekijk alle artikels: Handel & Consument, IT & IP

Boeken in de kijker: