Cryptomunten en de fiscaliteit
Mr. Dave van Moppes (Tuerlinckx Advocaten)
Webinar op donderdag 28 januari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Successieplanning anno 2027
Mr. Olivier De Keukelaere en mr. Nathalie Labeeuw (Cazimir)
Webinar op donderdag 4 maart 2027
Oude successieplanningen onder de loep:
wat bij gewijzigde omstandigheden?
Mr. Rinse Elsermans (Cazimir)
Webinar op donderdag 18 februari 2027
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Mijn bankrekening is geblokkeerd en de bank geeft geen reden: wat de antiwitwaswet bepaalt (Everest)
Auteur: Everest
Een bankklant stelt vast dat zijn rekening geblokkeerd is en krijgt van de bank op zijn vraag geen reden te horen. Vaak ligt daar een antiwitwasanalyse achter, waarover de bank volgens de wet niets mag zeggen. Dit artikel legt uit wat een bank moet onderzoeken, wanneer ze meldt aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) en wat de klant zelf kan doen.
Mijn bankrekening is geblokkeerd en de bank zegt niet waarom
De klant ziet dat hij niet meer vrij over zijn rekening kan beschikken en vraagt de bank naar de reden, maar krijgt geen antwoord. Wordt de rekening later opgezegd, dan blijft de reden evenmin bekend.
Die stilte heeft vaak een wettelijke oorzaak in de antiwitwaswetgeving, meer bepaald in de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (hierna: WPW). Die wet legt de bank twee verplichtingen op die samen verklaren wat de klant meemaakt: onderzoeken en melden. Daarbovenop verbiedt ze de bank om de klant daarover in te lichten.
Wat moet een bank onderzoeken?
Een bank moet de verrichtingen van haar klanten doorlopend onderzoeken en, indien nodig, ook de oorsprong van de geldmiddelen nagaan. Ze verifieert of de verrichtingen stroken met de kenmerken en het risicoprofiel van de klant en, in voorkomend geval, met het doel en de aard van de zakelijke relatie (art. 35, § 1, 1° WPW). Verrichtingen die daar niet mee kloppen, zijn atypisch en moeten grondig worden geanalyseerd.
Bij die analyse onderzoekt de bank, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de achtergrond en het doel van elke verrichting die complex is, ongebruikelijk groot, een ongebruikelijk patroon vertoont of geen duidelijk economisch of rechtmatig doel heeft (art. 45, § 1 WPW). Ze legt de analyse vast in een schriftelijk verslag (art. 45, § 2 WPW).
Heeft de bank redenen om aan te nemen dat ze niet aan haar waakzaamheidsplicht zal kunnen voldoen, dan mag ze geen verrichting voor de klant uitvoeren. Lukt het haar bij een bestaande klant niet, dan beëindigt ze de zakelijke relatie of past ze alternatieve beperkende maatregelen toe (art. 35, § 2 WPW). Ze onderzoekt dan ook of de redenen daarvoor een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering doen rijzen en of een melding aan de CFI nodig is (art. 46 WPW). Een rekening kan dus beperkt of opgezegd worden terwijl dat onderzoek nog loopt.
Wanneer meldt de bank aan de CFI?
De bank meldt aan de CFI wanneer ze weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat geldmiddelen, ongeacht het bedrag, verband houden met witwassen of terrorismefinanciering. Hetzelfde geldt voor verrichtingen en pogingen tot verrichtingen, ook wanneer de klant beslist de voorgenomen verrichting niet uit te voeren, en voor feiten waarvan de bank kennis heeft (art. 47, § 1 WPW).
De bank hoeft daarbij de onderliggende criminele activiteit niet te identificeren. Een klant kan dus gemeld worden zonder dat iemand heeft vastgesteld welk misdrijf achter de geldmiddelen zou zitten: een redelijk vermoeden volstaat daarvoor.
Waarom mag de bank de reden niet meedelen?
Artikel 55, § 1 WPW verbiedt de bank, haar bestuurders en haar personeelsleden om aan de betrokken klant of aan derden mee te delen dat informatie aan de CFI werd, wordt of zal worden verstrekt. Het verbod geldt ook voor de mededeling dat een analyse naar witwassen of terrorismefinanciering aan de gang is of zou kunnen worden geopend. In de praktijk spreekt men van het verbod op ’tipping off’.
De bank kan een melding dus niet bevestigen en evenmin zeggen dat ze een analyse uitvoert. Een geblokkeerde rekening bewijst bovendien niet dat er gemeld werd, want ook een lopende analyse valt onder het verbod. Voor de opzegging verwijst de bank daardoor vaak enkel naar het algemeen reglement van verrichtingen, zonder de eigenlijke reden te vermelden.
Wat kan de klant doen?
De klant kan de bank de elementen aanreiken waarop haar analyse steunt: de herkomst van de geldmiddelen, het doel van de verrichtingen en hun samenhang met zijn profiel. Praktisch betekent dit:
- vraag schriftelijk om uitleg, bewaar elk antwoord en noteer wanneer een antwoord uitblijft;
- verzamel de stukken die de herkomst van de geldmiddelen en het doel van de betrokken verrichtingen aantonen;
- beantwoord elk verzoek om gegevens of om actualisering volledig en tijdig, want de bank moet haar gegevens over de klant actueel houden (art. 35, § 1, 2° WPW);
- laat de situatie juridisch bekijken zodra de bank de rekening opzegt of het tegoed onbeschikbaar blijft.
Hoe vermijdt u een opzegging?
Een bank die atypische verrichtingen niet kan plaatsen, moet daar volgens de WPW gevolg aan geven. Een klant die ongewone verrichtingen vooraf toelicht en met stukken staaft, geeft de bank de elementen die ze nodig heeft om de verrichting te begrijpen. Bij grote of ongewone transacties loont het daarom om de bank vooraf te informeren, bij voorkeur via de private bankier.
In een opiniestuk in De Standaard van 25 september 2020 vroeg Stijn De Meulenaer al aandacht voor klanten die ten onrechte aan de deur worden gezet.
Bron: Everest
» Bekijk alle artikels: Handel & Consument, Successie & Vermogen

















