Is COVID-19 overmacht? Vier vuistregels (BDL&T Advocaten)

Auteur: Jennifer Callebaut (BDL&T Advocaten)

Publicatiedatum: 19/03/2020

De maatregelen inzake COVID-19 hebben een immense impact op ons leven. De federale, Vlaamse, gemeentelijke en zelfs sectorale beperkingen die worden gesteld, kunnen ertoe leiden dat onze overeenkomsten niet (tijdig) worden uitgevoerd. Iedereen kan te maken krijgen met een medecontractant die zijn verbintenis niet (tijdig) uitvoert. Iedereen kan ook een potentiële wanpresteerder zijn.

Bijgevolg luidt de vraag die op ieders lippen brandt: is COVID-19 overmacht?

Deze vraag is onmogelijk algemeen te beantwoorden. De toepassing van de overmachtsleer op de huidige omstandigheden is erg delicaat omdat de regels de afgelopen week in recordtempo strenger werden én op vandaag zeer strikt worden toegepast[1].

Wij geven u alvast vier vuistregels om u een eerste houvast te bieden in deze onzekere tijden:

  1. Controleer de overeenkomst.
  2. Rappeleer indien mogelijk.
  3. Onderneem maatregelen.
  4. Anticipeer op erger.
1. Controleer de overeenkomst

Een overeenkomst kan een overmachtsbeding bevatten. Controleer of het COVID-19 virus/de maatregelen inzake COVID-19 onder het beding vallen en wat de overeenkomst daarover bepaalt. Kijk zeker ook in de algemene voorwaarden van de facturen.

Bevat een overeenkomst geen overmachtsbeding of valt het COVID-19 virus/de maatregelen inzake COVID-19 niet onder het beding, dan rijst de vraag of er sprake is van een gemeenrechtelijke overmacht. Er moet telkens naar de concrete omstandigheden gekeken worden. Het antwoord ligt ergens tussen: “ja, indien…” of “nee, maar…”.

“ja, indien” de nakoming van de verbintenis (tijdelijk of definitief) onmogelijk wordt gemaakt én de schuldenaar geen invloed had op de overmachtssituatie. Dit is de theorie van de ontoerekenbare onmogelijkheid. De schuldenaar van een verbintenis kan niet contractueel aansprakelijk worden gesteld indien de nietnakoming, de niet-tijdige of de niet-behoorlijke nakoming van een contractuele verbintenis het gevolg is van een overmacht.[2]

Buiten de toepassing van de theorie van de ontoerekenbare onmogelijkheid is het antwoord: “nee, maar” voorzichtigheid blijft geboden omdat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd door beide partijen (art. 1134 BW). Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden zou het eisen van een strikte naleving van de overeenkomst rechtsmisbruik kunnen uitmaken.

2. Rappeleer indien mogelijk

Een beroep op overmacht veronderstelt dat de schuldenaar nog niet in gebreke mag zijn gesteld om zijn verbintenis na te komen.

Het risico op het tenietgaan van een welbepaalde zaak die het voorwerp van een verbintenis uitmaakt (en dat normalerwijze bij de schuldeiser ligt) wordt vanaf de ingebrekestelling terug bij de schuldenaar gelegd (art. 1302, eerste lid BW), tenzij de schuldeiser bewijst dat die zaak ook bij de schuldeiser zou tenietgegaan zijn indien hij ze tijdig had geleverd (art. 1302, tweede lid BW).[3]

3. Onderneem maatregelen

We denken bijvoorbeeld aan:

  • stuur een officieel schrijven aan de andere contractspartij(en) om een stand van zaken en een inschatting van de COVID19 maatregelen op de uitvoering van het contract te geven;
  • verzeker de naleving van een bewaringsplicht;
  • neem acties om schade te voorkomen.
4. Anticipeer op erger

Overmacht kan worden gecontracteerd.

Het is mogelijk om een addendum op te stellen bij een lopende overeenkomst of om nu al een dading te sluiten om de heersende onzekerheid weg te nemen.

Lees hier het originele artikel

[1] https://www.hln.be/nieuws/binnenland/verwarring-bij-de-bouwsector-politie-legt-werven-stil-en-houdt-vrachtwagens-tegen~ad9f53a2/

[2] Art. 1147 en 1148 BW; A. Van Oevelen, “Overmacht en imprevisie in het Belgische contractenrecht”, TPR 2008, (603) 605, nr. 2.

[3] A. Van Oevelen, “Overmacht en imprevisie in het Belgische contractenrecht”, TPR 2008, (603) 610, nr/ 6.