Drafting agreements in English: mastering the consequences

Webinar op 11 mei 2023

Algemene voorwaarden
anno 2023:
20 problematische standaardclausules

Webinar op 23 maart 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 25 mei 2023

De webshop juridisch doorgelicht

Webinar on demand

Handelsagentuur-overeenkomsten : een overzicht na de wet van 16 februari 2022

Webinar on demand

Consumentenrecht anno 2022

Webinar on demand

Handelstransacties: laat uw rechten gelden bij betalingsachterstand van uw klant! (Grant Thornton)

Auteur: Sébastien Gatellier (Grant Thornton)

De wet van 2 augustus 2002 voorziet in een geheel van regels die standaard van toepassing zijn op de afwikkeling van handelstransacties, voor zover de partijen onderling geen andere specifieke maatregelen zijn overeengekomen. Hier volgt een kort overzicht van de belangrijkste rechten van de schuldeiser.

Voor wie gelden deze regels?

De wet definieert een handelstransactie als elke transactie tussen ondernemingen (B2B) of tussen ondernemingen en overheden (B2G) die, tegen betaling met factuur, leidt tot de levering van goederen, de verlening van diensten of het ontwerp en de uitvoering van openbare werken.

Ondernemingen moeten uiteraard worden beschouwd in de ruimste zin van het woord, d.w.z. met inbegrip van allen die hun commerciële activiteit uitoefenen in de vorm van een vennootschap of als zelfstandige, mits zij gewoon een ondernemingsnummer hebben.

Betaling binnen 30 kalenderdagen standaard, maar niet meer dan 60 kalenderdagen

Het staat de overeenkomstsluitende partijen vrij de hun passende voorwaarden vast te stellen met betrekking tot de betalingstermijn van facturen voor verrichte diensten of geleverde goederen. In dit geval stelt de wet echter een maximumtermijn van zestig kalenderdagen vast. Elk contractueel beding dat voorziet in een langere betalingstermijn wordt als niet geschreven gehouden. Voor bepaalde specifieke sectoren kan de Koning evenwel een langere termijn dan zestig kalenderdagen toestaan, maar dit zijn eerder uitzonderlijke gevallen.

Wanneer de datum of termijn voor betaling niet in een contract of algemene voorwaarden is vastgesteld, moet elke betaling als vergoeding voor een transactie tussen ondernemingen binnen dertig kalenderdagen worden verricht.

De bovengenoemde termijnen worden steeds berekend vanaf de dag volgend op de dag van:

  • de ontvangst door de schuldenaar van de factuur of een gelijkwaardig verzoek tot betaling
  • de ontvangst van de goederen of diensten, indien de datum van ontvangst van de factuur of het gelijkwaardig verzoek tot betaling onzeker is of indien de schuldenaar de factuur of het gelijkwaardig verzoek tot betaling ontvangt vóór de goederen of diensten.

Bovendien dient te worden gewezen op het volgende:

  • de termijnen voor de controle van de facturen moeten in bovengenoemde termijnen worden opgenomen,
  • het is niet langer mogelijk contractuele clausules overeen te komen over de datum van ontvangst van facturen,
  • tot slot doen de wet en de wijzigingen geen afbreuk aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot vaststelling van de algemene regels voor de uitvoering van overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken. Dit betekent dat overheidsinstanties nog steeds de mogelijkheid zullen hebben om langere betalingstermijnen te handhaven.
Bijkomende rechten voor de schuldeiser in geval van niet-betaling binnen de wettelijke of contractuele termijn

Mits de levering of prestatie van diensten naar behoren is uitgevoerd, wordt het op de vervaldag niet betaalde bedrag vermeerderd met interest vanaf de volgende dag, tenzij de schuldenaar kan aantonen dat de vertraging hem niet kan worden toegerekend.

De interest stemt overeen met een bij koninklijk besluit vastgestelde wettelijke interest die tweemaal per jaar wordt bijgewerkt. Momenteel bedraagt dit percentage 8%.

Bovendien kan het onbetaalde bedrag, zodra door de eenvoudige toepassing van de wet verwijlinterest verschuldigd is, worden verhoogd met een forfaitaire vergoeding van €40 ter dekking van de door de schuldeiser gemaakte inningskosten.

Naast dit forfaitaire bedrag heeft de schuldeiser recht op een redelijke vergoeding voor alle andere invorderingskosten die hij als gevolg van de betalingsachterstand heeft moeten maken, waaronder bijvoorbeeld een procedurevergoeding overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.

Denk er ook om, deze interesten en toeslagen worden automatisch en zonder ingebrekestelling toegepast!

Gevolgen voor de boekhouding

Voor de schuldenaar

Volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen moet de verschuldigde interest als zeker en van rechtswege opeisbaar worden beschouwd zodra de betalingstermijn is verstreken. Bijgevolg zou de voorzichtigheid betekenen dat de interest en forfaitaire vergoeding in rekening worden gebracht vanaf de eerste dag na de vervaldag van de betaling.

De schuldenaar moet derhalve de volgende boekingen verrichten:

  • een schuld op rekening 440 Leveranciers
  • interest en andere lasten op een rekening 6500 bestemd voor Rente, provisies en kosten van schulden of op rekening 668 als Overige eenmalige financiële lasten.

Voor de schuldeiser

In haar advies van 20 april 2022 herinnert de Commissie voor Boekhoudkundige Normen ook aan een ander voorzichtigheidsbeginsel dat bepaalt dat inkomsten niet mogen worden geboekt wanneer de daadwerkelijke inning ervan onzeker is. Bijgevolg kan de erkenning door de schuldeiser van de wegens de vertraging van de klant verschuldigde bedragen niet eveneens automatisch plaatsvinden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het blijkt te gaan om een dubieuze debiteur.

Zodra de schuldeiser er echter voldoende zeker van is dat hij de aanvullende vergoedingen op zijn klant kan verhalen, dient hij de volgende boekingen te verrichten:

  • een vordering voor interest en schade op rekening 400 Klanten
  • interest en andere lasten op een rekening 751 Inkomsten uit vlottende activa of op rekening 769 als Overige eenmalige financiële baten.
Besluit

Uiteraard zal men in de praktijk altijd zijn gezond verstand moeten gebruiken alvorens de door de wet geboden rechten te verantwoorden of toe te passen, afhankelijk van de aard van de handelsrelatie tussen de klant en zijn leverancier.

Om deze relatie niet in het gedrang te brengen, gaan heel wat leveranciers niet over tot letterlijke toepassing van interesten of extra kosten. Maar toch is het een interessant instrument waarover zij kunnen beschikken om hun onwillige of weinig meewerkende onwillige klanten te sanctioneren. En dus te gebruiken volgens hun individuele specifieke behoeften… Voor de goede verstaander…

Bron: Grant Thornton