Verzekeringspolissen:
clausules die aanleiding kunnen geven tot discussies
Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk
Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen
(Scale / Schoups)
Webinar op donderdag 19 november 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Franchising in beweging in 2025: twee belangwekkende uitspraken (Schoups)
Auteur: Dave Mertens, Sophie Deckers & Laura De Winne (Schoups)
Twee uitspraken uit 2025 zijn belangwekkend voor de franchisesector:
1. Het Hof van Cassatie bevestigt de autonomie van de handelshuurovereenkomst in Wallonië.
2. Het hof van beroep te Antwerpen past de precontractuele informatieplicht bij de (stilzwijgende) verlenging van een franchiseovereenkomst verrassend strikt toe.
We lichten hieronder kort toe.
1. Het Hof van Cassatie bevestigt de autonomie van de handelshuurovereenkomst in Wallonië
De partijen sloten een franchiseovereenkomst en handelshuurovereenkomst van bepaalde duur, eindigend op dezelfde datum. Vóór het einde van de duur, verzocht de franchisenemer om de hernieuwing van beide overeenkomsten. De franchisegever antwoordde dat hij geen nieuwe franchiseovereenkomst zou sluiten, de aankoopoptie op het handelsfonds zou lichten en aldus ook de handelshuurovereenkomst zou overnemen als onderdeel van het handelsfonds. Daarom zou, volgens de franchisegever, de handelshuurovereenkomst uitdoven, zodat de vraag tot hernieuwing van de handelshuur zonder voorwerp was.
Onder de (dwingende) Handelshuurwet, heeft de huurder recht op een hernieuwing, behalve in beperkte uitzonderingsgevallen die vaak ook betekenen dat de verhuurder een uitzettingsvergoeding dient te betalen. In dit geval, oordeelde de beroepsrechter (rechtbank van eerste aanleg van Waals-Brabant) evenwel dat de franchisegever géén uitzettingsvergoeding verschuldigd was aan de franchisenemer-huurder, o.m. omdat de handelshuur uitdrukkelijk verbonden was aan de duur van de franchiseovereenkomst en dat er aldus sprake was van een “ontbindend beding” (clause résolutoire).
Het Hof van Cassatie verbreekt dit vonnis in zijn arrest van 12 december 2025[1]: de rechtbank kon niet op die basis oordelen dat er geen uitzettingsvergoeding verschuldigd was. De dwingende bepalingen van de Handelshuurwet blijven van toepassing.
We zien enkele belangrijke bemerkingen hierbij:
- Dit betreft enkel Wallonië. Volgens de meerderheidsstrekking in rechtspraak en rechtsleer is de handelshuurovereenkomst een accessorium bij de franchiseovereenkomst, en volgt deze daarom het lot van de franchiseovereenkomst, met name bij de beëindiging. De Handelshuurwet (bv. recht op hernieuwing, uitzettingsvergoeding, verbod op een uitdrukkelijk ontbindend beding) wordt daarbij niet toegepast. De Waalse decreetgever heeft in 2018 ingegrepen in de Handelshuurwet in een poging de onderhandelingsmarge van de franchisenemer uit te breiden, door uitdrukkelijk te bepalen dat (i) de Handelshuurwet van toepassing blijft, ook al is de handelshuur gesloten in het kader van een samenwerking onder een franchiseformule, en dat (ii) het beding dat de bestemming van het gehuurde goed verbindt aan een bepaald enseigne, voor ongeschreven wordt gehouden. Het Hof van Cassatie bevestigt dit met dit arrest.
- De vraag stelt zich: indien de franchisegever in deze zaak de huurhernieuwing niet had geweigerd, maar vervolgens wél de franchiseovereenkomst had beëindigd en de aankoopoptie had gelicht (op het handelsfonds incl. de handelshuurovereenkomst), was er dan ook enige grond voor betaling van een uitzettingsvergoeding geweest? Uit het oordeel van het Hof van Cassatie valt het antwoord niet af te leiden. De logica lijkt te zijn dat er in dat geval géén uitzettingsvergoeding verschuldigd was geweest.
Conclusie voor franchisegevers: hou bij het opstellen en uitvoeren van uw overeenkomsten rekening met regionale verschillen!
2. Het hof van beroep te Antwerpen past de precontractuele informatieplicht bij de (stilzwijgende) verlenging van een franchiseovereenkomst verrassend strikt toe
De verplichting om precontractuele informatie over te maken en een maand wachttermijn te respecteren, geldt óók “in geval van hernieuwing van een commerciële samenwerkingsovereenkomst”.
Dat roept vragen op:
- Welke informatie moet de franchisegever nog meedelen? De overeenkomst wijzigt immers niet en is gekend; bovendien beschikt de franchisenemer na het verlopen van de eerste termijn van de franchiseovereenkomst uit eerste hand over de relevante gegevens voor de correcte beoordeling van de commerciële samenwerkingsovereenkomst.
- Een “stilzwijgende verlenging” is juridisch een ander concept dan een “hernieuwing” (en is erg gebruikelijk in deze context). De wet verwijst enkel naar “hernieuwing”, en niet naar een stilzwijgende verlenging. Geldt de verplichting dus ook bij een stilzwijgende verlenging, of niet?
- Doorgaans is de opzegtermijn (om een stilzwijgende verlenging van een maand te vermijden) langer dan een maand (omdat er meer tijd nodig is om de stopzetting van een langdurige samenwerking te organiseren en / of over een nieuwe samenwerking te onderhandelen). Wat voor zin heeft dan de wachttermijn van één maand voor de stilzwijgende verlenging of hernieuwing, als de opzegtermijn om de stilzwijgende verlenging te vermijden dan al verstreken is?
In een arrest van 23 april 2025[2] maakt het hof van beroep een strenge toepassing: een franchiseovereenkomst werd nietig verklaard omdat geen ontwerpovereenkomst noch een afzonderlijk informatiedocument (PID) werd bezorgd en geen wachttermijn werd gerespecteerd voorafgaand aan de stilzwijgende verlenging van de overeenkomst (met één jaar).
Het arrest vermeldt ook wel dat bij het aangaan van de franchiseovereenkomst, de precontractuele informatieverplichting evenmin werd nageleefd. Dat heeft mogelijk ook zijn impact gehad bij het strenge oordeel.
De potentiële gevolgen zijn niettemin verregaand. Gelet op het voorgaande, wordt de best practice dan allicht dat de precontractuele informatie uiterlijk een maand voor het ingaan van de opzegtermijn wordt overgemaakt opdat de franchisenemer zich met volledige kennis van zaken al of niet kan verzetten tegen de stilzwijgende verlenging. Conclusie voor voorzichtige franchisegevers: denk na over de precontractuele informatieverplichting bij stilzwijgende verlenging / hernieuwing van uw overeenkomsten!
[1] Cass. 12 december 2025, C.24.0340.F.
[2] Hof van beroep Antwerpen 23 april 2025, Limburgs Rechtsleven 2025/4, blz. 418.
Bron: Schoups
» Bekijk alle artikels: Handel & Consument, Verbintenissen & Goederen
















