De pop-upshop in het huurrecht: nuttig in coronatijden? (Arkalis Advocaten)

Auteur: Klaas Candry (Arkalis)

Publicatiedatum: 29/01/2021

De coronacrisis heeft een zware impact op de Belgische economie: volgens een onderzoek van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) hebben, ondanks de steunmaatregelen op verschillende niveaus, twintig procent van de ondernemingen aanzienlijke liquiditeitsproblemen.(1) Een golf aan faillissementen lijkt dan ook intussen onvermijdbaar, zeker nu  versoepelingen van de geldende coronamaatregelen niet aan de orde zijn.

Daarnaast zijn er heel wat minder nieuwe ondernemingen opgericht. In oktober 2020 heeft men bijvoorbeeld een daling opgetekend van 36,3% t.o.v. het vorige jaar. Dit komt overeen met 4.490 minder oprichtingen in vergelijking met dezelfde periode in 2019.(2)

De Belg durft dus minder te ondernemen in onzekere en moeilijke tijden. Nochtans bestaat er een handelsconcept dat de nodige flexibiliteit en rendabiliteit kan bieden: de pop-upshop.

Een pop-upshop is een tijdelijke winkel die slechts zeer kort ergens is gevestigd en even snel weer verdwijnt. Het kan verscheidene vormen aannemen, gaande van een tijdelijke pop-upkledingwinkel tot een pop-upafhaalrestaurant.(3)

Dergelijke winkel vormt een ideaal startpunt voor een beginnende handelaar, waarbij op kleine schaal en gedurende een korte periode het succes van een nieuw product, een nieuw concept of een nieuwe locatie kan worden onderzocht.(4)

Ter ondersteuning van dit innovatief handelsconcept bestaat dan ook sinds 2016 een specifieke regeling in het Vlaams Gewest inzake korte termijn handelshuur: het Pop-updecreet.(5) Deze regeling verschilt op heel wat vlakken van de regeling inzake gewone handelshuur. De andere gewesten hebben ook een regeling omtrent korte termijn handelshuur uitgewerkt, maar deze verschillen amper van de regeling van het Vlaams Gewest.

Het Pop-updecreet is van toepassing op de huur van onroerende goederen die door een kleinhandelaar of ambachtsman worden gebruikt in hun rechtstreeks contact met de klant, met als essentieel kenmerk dat de huurovereenkomst wordt gesloten voor een periode van één jaar of minder. Bij een overschrijding van deze maximumduur wordt het contract geacht te zijn aangegaan voor een minimale periode van negen jaar zoals van toepassing is bij gewone handelshuur.

Opmerkelijk: deze huurovereenkomst van korte duur eindigt van rechtswege op z’n einddatum, zonder dat een opzegging nodig is. Daarenboven kan de huurder te allen tijde de lopende huur beëindigen. De verhuurder heeft niet de mogelijkheid om op te zeggen, tenzij men hierover in onderling overleg een akkoord heeft. Zodoende wordt voorkomen dat de verhuurder, bij een succesvolle pop-upexploitatie, de overeenkomst opzegt om dan zelf een soortgelijke exploitatie te starten in het pand.

Verder mag de huurder, na de verhuurder schriftelijk in kennis te hebben gesteld, elke verbouwing uitvoeren aan het gehuurde pand die nuttig is voor zijn onderneming, op voorwaarde dat de kosten een jaar huur niet overstijgen en dat de veiligheid, stabiliteit en de esthetiek van het gebouw behouden blijven. Er wordt wel vaak een contractueel verbod op (alle) verbouwingen gestipuleerd.

Er geldt een algemeen verbod op overdracht van huur en onderhuur. Dit is een regel van dwingend recht.

Bij vervreemding van het verhuurde goed moet de geregistreerde huurovereenkomst worden nageleefd door de nieuwe eigenaar. Hoe dan ook kan de huurder niet worden uitgezet, omdat een vervroegde beëindiging van de huur enkel mogelijk is op initiatief van de huurder of in onderling overleg.

Zoals blijkt uit het voorgaande, heeft het Vlaams Gewest een specifiek huurregime gecreërd dat het tijdelijk en veranderlijk karakter van de pop-upshop ondersteunt.

Dit is in het voordeel van de huurder én de verhuurder. Zo kunnen direct na de coronacrisis afspraken van korte duur gemaakt worden die nadien kunnen worden aangepast als duidelijk is hoe en in welke mate de economie van de coronacrisis herstelt.

De pop-uphandelshuur kan dus een deel van de motor zijn voor de na-corona-economie. Het is aan de politiek en de sectororganisaties om hiervoor reclame te maken.

Lees hier het originele artikel

(1) Zie www.vbo-feb.be/actiedomeinen/economie–conjunctuur/economie–conjunctuur/ aantal-bedrijven-in-de-gevarenzone-stijgt-onrustwekkend/.

(2) Zie economie.fgov.be/nl/themas/ondernemingen/coronavirus/economische-impact-van-het.

(3) J. SWENNEN en M. VANWYNSBERGHE, “Huur van pop-upshops. Nood aan een nieuw ontpopt huurregime?”, NJW 2016, (234) 234.

(4) L. UYTTENHOVE, “Het decreet houdende huur van korte duur voor handel en ambacht, een eigen huurregime voor pop-ups?”, Huur. Het huurrecht in de praktijk 2016, (161) 161.

(5) Vlaams decreet van 17 juni 2016 houdende huur van korte duur voor handel en ambacht, BS 26 juli 2016.