Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten:
de uitbreiding van Boek 6 BW
(inclusief handboek)
Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)
Webinar op donderdag 20 mei 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Overname van een handelszaak:
15 knelpunten onder de loep
Mr. Vanessa Ramon en mr. Mariël Van Vynckt (Cygnus Advocaten)
Webinar op donderdag 18 maart 2027
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Bevel tot staking moet betrekking hebben op een duidelijk omschreven daad, zodat er over de draagwijdte van dat bevel geen enkele redelijke twijfel kan bestaan. Cassatie-arrest 3 januari 2019 (LegalNews.be)
Auteur: LegalNews.be
Publicatiedatum: 30/11/2019
De principes
Krachtens artikel XVII.1 van het Wetboek van economisch recht, dat op het geschil van toepassing is, stelt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank het bestaan vast en beveelt hij de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van dat wetboek.
Het bevel tot staking moet betrekking hebben op een duidelijk omschreven daad, zodat er over de draagwijdte van dat bevel geen enkele redelijke twijfel kan bestaan.
Het arrest van het hof van beroep te Brussel van 29 september 2017
Het arrest, dat vermeldt dat een managementovereenkomst tussen de verweerster en de vennootschap Dacah “zowel tijdens als na de beëindiging van de overeenkomst een vertrouwelijkheidsplicht” oplegde die met name betrekking had op “alle mogelijke inlichtingen betreffende de leveranciers [van de verweerster]”, overweegt vervolgens dat de eiseres “ontegensprekelijk op de hoogte moest zijn van het vertrouwelijk karakter van de gegevens waarover zij beschikte, aangezien de heer D., haar oprichter-aandeelhouder en zaakvoerder, tegelijk de enige vennoot was van [de vennootschap] Dacah, die de gespecialiseerde managementovereenkomst had ondertekend, en aandeelhouder [van de verweerster] was, en dat uit de gespecialiseerde managementovereenkomst duidelijk blijkt dat [de verweerster] bedrijfsgeheimen, en met name alle inlichtingen betreffende haar leveranciers, heeft willen beschermen”.
Het arrest overweegt voorts dat de eiseres “[van de] vertrouwelijke informatie heeft gebruikgemaakt”, aangezien “[de eiseres] al meteen op 12 december 2014, dus zes dagen na haar oprichting, Ferrero een offerte heeft toegestuurd voor ‘dezelfde promotieartikelen als die van het voorgaande jaar (‘identical to last year’, luidens de offerte) die met name zouden worden vervaardigd door de Chinese leverancier Lebeite […], een fabrikant die door Ferrero en [de verweerster] in 2013 werd geaudit om aan de specifieke eisen van die cliënt te voldoen”, waarbij “Ferrero na die offerte een bestelling heeft geplaatst” en dat “die informatie, die het resultaat is van de inspanningen van [de verweerster], vertrouwelijk was, waarbij die inlichtingen geheim zijn in die zin dat ze, in hun geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van hun bestanddelen, niet algemeen bekend zijn bij of gemakkelijk toegankelijk zijn voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie, handelswaarde bezitten omdat ze geheim zijn en door [de verweerster] onderworpen zijn aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden”.
Het arrest, dat “vaststelt [dat de eiseres] zich schuldig heeft gemaakt aan met de eerlijke handelspraktijken strijdige daden […] door van vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen gebruik te maken om klanten te benaderen en hiermee zichzelf elke vorm van inspanning, onderzoek en investering te besparen”, verduidelijkt de onrechtmatige daad en beveelt de eiseres “het gebruik van de vertrouwelijke informatie en van de bedrijfsgeheimen van [de verweerster] op straffe van een dwangsom te staken”, zodat het arrest het verbod op de vastgestelde onrechtmatige praktijk beperkt en geen van de in het middel bedoelde wettelijke bepalingen schendt.
Het middel kan niet worden aangenomen
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure, Handel & Consument

















