Ben ik verbonden door algemene verkoopsvoorwaarden die ik ergens op internet moet zoeken? (Argus Advocaten)

Auteur: Dirk Vandecasteele (Argus Advocaten)

Publicatiedatum: 28/01/2021

Het komt geregeld voor dat in een bestelbon, een offerte, … het beding opgenomen wordt dat de overeenkomst beheerst wordt door de algemene voorwaarden van de medecontractant die vindbaar zijn op vb. diens website of maatschappelijke zetel maar die niet materieel aanwezig zijn bij de contractvorming of die niet opgenomen zijn in de tekst van het document zelf.    Ingeval van betwisting werpt de contracterende partij dan vaak met verwijzing naar art. 1108 B.W. op dat deze voorwaarden hem niet verbinden vermits hij er geen kennis van had op het ogenblik dat de overeenkomst tot stand kwam. 

Het artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek stelt dat een overeenkomst slechts geldig is indien partijen hun toestemming hebben verleend.  Het verlenen van toestemming veronderstelt uiteraard dat de partijen kennis hebben van het voorwerp van de overeenkomst.   Het is dus verdedigbaar dat wanneer een partij de algemene voorwaarden niet kent omdat deze niet uitdrukkelijk besproken werden bij de contractvorming en niet opgenomen zijn in de tekst van het contract, er geen wilsovereenstemming kan bestaan over de inhoud en het verbindend karakter ervan.  

Er bestaat dan ook rechtspraak en rechtsleer die weerhoudt dat de loutere verwijzing naar algemene voorwaarden die consulteerbaar zijn op een website onvoldoende is om te besluiten tot de rechtsgeldigheid en het verbindend karakter ervan.   Zulke (stijl)formulering bewijst volgens deze strekking niet dat de medecontractant ook effectief kennis van die voorwaarden nam.   Ook werd geoordeeld dat een website of een tekst die op de zetel van een onderneming consulteerbaar is voortdurend kan aangepast worden zodat er geen zekerheid bestaat over de tekst die op het ogenblik van de overeenkomst werd beoogd.   Dit laatste argument raakt m.i. echter eerder aan de bewijslast van de inhoud van de voorwaarden dan aan het principe of een loutere verwijzing al dan niet volstaat om te concluderen dat de voorwaarden aanvaard werden als onderdeel van het contract.

De betwisting werd door het Hof van Cassatie beslecht in haar arrest van 20 april 2017 door te oordelen dat een effectieve kennis van de voorwaarden niet vereist is en het volstaat dat de mogelijkheid tot kennisname bestond :

“Ce consentement, exprès ou tacite, requiert la connaissance effective ou, à tout le moins, la possibilité de prendre d’une manière effective connaissance des clauses sur lesquelles il doit porter.”

of vrij vertaald :

“Deze toestemming, uitdrukkelijk of stilzwijgend, vereist effectieve kennis of, op zijn minst, de mogelijkheid om een effectieve kennis te nemen van de clausules waarop zij betrekking moet hebben.”

Hiermee wordt de pas afgesneden voor de zg. potestatieve houding waarbij de ene partij enkel wil contracteren met toepassing van haar algemene voorwaarden maar wat onmogelijk zou gemaakt worden doordat de andere partij bewust zou weigeren om van die voorwaarden kennis te nemen en daartoe uiteraard niet materieel kan gedwongen worden.

Het door het Hof weerhouden principe wordt inmiddels al bevestigd in artikel 5.27 van het voorontwerp van wet tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en zal dus m.a.w. in de toekomst allicht ook wettelijke grond krijgen :

De opname van algemene voorwaarden van een partij in het contract vereist hun effectieve kennis door de andere partij of ten minste de mogelijkheid voor deze om er effectief kennis van te nemen, alsook hun aanvaarding.

Of het bij de contractsluiting al dan niet mogelijk was om van dergelijke voorwaarden kennis te nemen, zal steeds een feitenkwestie blijven die door de Rechtbank in elke casus opnieuw moet beoordeeld worden. 

Het voormelde principe impliceert geen automatisme en dus niet dat elke overeenkomst van rechtswege en altijd beheerst wordt door de algemene voorwaarden van de medecontractant die niet ter sprake komen of die onbekend zijn bij de contractsluiting maar wel vind- en consulteerbaar zijn op diens website of ondernemingszetel.   Echter, indien de overeenkomst uitdrukkelijk vermeldt dat zij beheerst wordt door de aldus vindbare voorwaarden en de Rechtbank weerhoudt dat het voor de partij inderdaad mogelijk was om er kennis van te nemen of nog indien de partij door zijn ondertekening erkent dat hij van de bij de contractsluiting materieel niet aanwezige maar wel aldus te consulteren voorwaarden kennis nam,  zullen deze inderdaad geacht worden onderdeel te zijn van de overeenkomst.

Lees hier het originele artikel