Drafting agreements in English: mastering the consequences

Webinar op 11 mei 2023

Het verbintenissenrecht
anno 2023:
12 actuele kernvragen
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Het nieuwe bewijsrecht:
maar wat nu in de praktijk?

Webinar op 27 januari 

Voordeelpakket
‘Beslag, borgstelling en zekerheden’

 4 webinars on demand

Wordt er nog gewerkt tijdens de gerechtelijke vakantie? (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteur: Caluwaerts Uytterhoeven

De gerechtelijke vakantie is begonnen op 1 juli en eindigt op 31 augustus (artikel 334 Ger.W.). Tijdens deze vakantie vinden er in principe geen zittingen plaats en kunnen er geen nieuwe zaken worden ingeleid, met uitzondering van procedures in kort geding. Deze zijn van nature spoedeisend en kunnen steeds worden ingeleid.

Dit betekent niet dat de rechtsonderhorigen geen toegang tot de rechter hebben in de periode tussen 1 juli en 31 augustus. Artikel 335 Gerechtelijk Wetboek bepaalt immers dat de vakantiekamers gelast zijn met de behandeling van spoedeisende zaken.

Men kan dus toch een zaak ten gronde inleiden tijdens de vakantiemaanden, op voorwaarde dat de zaak spoedeisend is en dit de vlotte procesgang ten goede komt.

Men kan niet zomaar dagvaarden voor een vakantiekamer. Daarvoor dient men eerst toestemming te vragen aan de voorzitter van de bevoegde rechtbank of het bevoegde hof.  De toestemming wordt gegeven wanneer men minstens aannemelijk maakt dat de behandeling van de zaak spoedeisend is.

Bij gebrek aan spoedeisendheid, heeft dit niet tot gevolg dat uw dagvaarding nietig is. De rechtbank kan hoogstens beslissen om de zaak naar de rol te verzenden of uit te stellen tot na de gerechtelijk vakantie. De vordering die niet spoedeisend is, maar wel werd ingeleid tijdens de gerechtelijke vakantie kan om die reden dus niet ontoelaatbaar, onontvankelijk of ongegrond worden verklaard.

De rechter zetelend op de vakantiezitting heeft een ruime beoordelingsbevoegdheid. Het komt de rechter toe te beoordelen of de zaak behandeld moet worden tijdens de gerechtelijke vakantie. De rechter mag daarbij rekening houden met alle omstandigheden.

Dat er geen nieuwe zaken worden ingeleid tijdens de gerechtelijke vakantie, betekent niet dat er niet gewerkt wordt. Alle zaken die in beraad werden genomen voor 30 juni, kunnen worden uitgesproken tijdens de gerechtelijke vakantie. De behandeling en berechting van strafzaken mag niet vertragen of onderbroken worden. Zo wordt een zekere continuïteit gegarandeerd.

Alle burgerlijke zaken die niet spoedeisend zijn, en waarvoor de dagvaarding wordt betekend tijdens de gerechtelijke vakantie, zullen worden ingeleid op de eerstvolgende zitting in september.

Bron: Caluwaerts Uytterhoeven