Verbeurdverklaring lastens een derde: het zal je maar overkomen (aternio)

Auteur: Johan Lemmens (aternio)

Het zal je maar overkomen, door een strafprocedure als bonafide derde getroffen worden door verbeurdverklaring van een eigen rechtmatig goed. Gelukkig kan je in voorkomende situatie tussenkomen in het rechtsgeding om jezelf te verdedigen tegen een potentiële nadelige uitspraak. Een succesvolle verdediging stoelt evenwel op drie fundamentele voorwaarden. Laten we dit samen van nabij bekijken.

Voorwaarde 1: daadwerkelijk derde zijn

Een derde is eenieder die aanspraken kan laten gelden op het verbeurdverklaarde goed zonder burgerlijke partij of veroordeelde te zijn. Een aandachtige  lezer bemerkt meteen dat een medebeklaagde in een strafprocedure niet uitgesloten is als een belanghebbende derde. Dit principe is bevestigd in diverse uitspraken van het Hof van Cassatie. Met andere woorden gezegd: een derde is niet per se iemand die niet betrokken is in de strafzaak die heeft geleid tot de verbeurdverklaring.

Voorwaarde 2: derde heeft een zakelijk recht

Als vaststaat dat men daadwerkelijk derde is, is de volgende bijkomende vereiste dat men zakelijke rechten moet hebben op het te verbeurd verklaren goed. Denk hierbij in de eerste plaats aan het eigendomsrecht, maar ook aan pandrechten of rechten van hypothecaire schuldeisers.

Voorwaarde 3: derde is te goeder trouw

De derde met een zakelijk recht moet tot slot te goeder trouw zijn. Het is aan de rechter om bij de beoordeling hiervan rekening te houden met alle omstandigheden die voorliggen. Bonafide impliceert niet geweten hebben of niet kunnen weten hebben dat het goed is gebruikt om een strafbaar feit te plegen. Het is niet omdat er tegen de derde geen vervolging is ingesteld dat men kan besluiten tot goede trouw. Door verwijtbare gedragingen kan men immers toch hebben meegeholpen aan het plegen van een misdrijf.

Het is gepast om te wijzen op de wettelijke gevolgen van het intrinsiek illegaal karakter van vermogensvoordelen bij witwassen. In de Balsamo-case (EHRM, 8 oktober 2019, nrs. 20319/17 en 20414/17, Balsamo-San Marino) is geoordeeld dat vermogensvoordelen afkomstig van illegale oorsprong terecht zijn ontnomen. Dit ondanks het feit dat de beklaagden werden vrijgesproken van witwassen wegens geen (of onvoldoende) kennis van de illegale oorsprong van de gelden.

Bescherming van de derde

Een bonafide derde kan vrijwillig tussenkomen in een strafprocedure waarbij goederen betrokken zijn waarop deze derde zakelijke rechten heeft. Zelfs wanneer de derde geen partij was in eerste aanleg kan deze alsnog hoger beroep aantekenen tegen het vonnis. De derde kan zo nodig ook verzet doen. Voorziening in cassatie is eveneens mogelijk wanneer de verbeurdverklaring lastens de derde is uitgesproken in laatste aanleg.

Tenslotte kan de derde als rechtmatige eigenaar terug in bezit worden gesteld van het ontnomen goed mits dit ter beschikking is van het gerecht. In casu dienen twee restrictieve voorwaarden voorhanden te zijn. Het goed moet in natura worden teruggevonden én het moet in handen van het gerecht zijn door inbeslagneming of door vrijwillige terbeschikkingstelling.

Conclusie

Het succesvol verweer van een derde tegen verbeurdverklaring van goederen is slechts mogelijk mits drie voorwaarden cumulatief zijn voldaan. Met name moet men daadwerkelijk een derde zijn, zakelijke rechten hebben op de te verbeurd verklaren goederen en last but not least te goeder trouw zijn. Het principe van de goede trouw speelt wel slechts een rol zolang het verbeurdverklaarde goed niet volgens een wettelijke maatregel uit het economisch verkeer moet verdwijnen.

Zie ook P. WAETERINCKX, De rechten van derden te goeder trouw bij de verbeurdverklaring van zaken die hen “toebehoren”. Wat houdt het toetsingscriterium “te goeder trouw” in, en wat is de juridische draagwijdte ervan?, R.A.B.G., 2021/11, 1021-1030

Bron: aternio