Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026


Faillissementsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Ilse Van de Mierop en mr. Charlotte Sas

(DLA Piper)

Webinar op donderdag 26 november 2026


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Vennootschapsrecht anno 2026:
recente wetgeving en rechtspraak

Mr. Joris De Vos en mr. Laurens Engelen (Dentons)

Webinar op vrijdag 23 oktober 2026


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027

Kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bij de beoordeling van de vordering tot aanstelling van een deskundige rekening houden met de verwachte kosten van de expertise? (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Het Hof van Cassatie oordeelt als volgt op 2 mei 2024:

Artikel 7:160, eerste lid, WVV bepaalt dat, op verzoek van één of meer aandeelhouders die ten minste 1 pct. hebben van het geheel aantal stemmen, of die effecten bezitten die een gedeelte van het kapitaal vertegenwoordigen ter waarde van 1.250.000 euro, de voorzitter van de ondernemingsrechtbank in kort geding één of meer deskundigen kan aanstellen om de boeken en de rekeningen van de vennootschap na te zien en ook de verrichtingen die haar organen hebben gedaan, indien er aanwijzingen zijn dat de belangen van de vennootschap op ernstige wijze in gevaar komen of dreigen te komen.

De voorzitter van de ondernemingsrechtbank stelt enkel een deskundige aan als de verzoekende aandeelhouders aantonen dat er aanwijzingen zijn dat de belangen van de vennootschap op ernstige wijze in gevaar komen of dreigen te komen. Bij afwezigheid van zulke aanwijzingen, wijst de voorzitter het verzoek tot het vennootschapsrechtelijk deskundigenonderzoek af. Het komt aan hem toe om te oordelen of er voldoende aanwijzingen bestaan die de aanstelling van een deskundige rechtvaardigen.

In zoverre het onderdeel aanvoert dat die beoordeling toekomt aan de minderheidsaandeelhouders en, na de expertise, aan de rechter ten gronde, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het bijgevolg naar recht.

Artikel 875bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat krachtens artikel 2 van dat wetboek van toepassing is op de rechtspleging betreffende de aanstelling van een deskundige op basis van artikel 7:160 WVV, bepaalt dat de rechter de keuze van de onderzoeksmaatregel en de inhoud van die maatregel beperkt tot wat volstaat om het geschil op te lossen, mede in het licht van de verhouding van de verwachte kosten van de maatregel tot de inzet van het geschil en waarbij de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel de voorkeur geniet.

Hieruit volgt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bij de beoordeling van de vordering tot aanstelling van een vennootschapsrechtelijke deskundige rekening kan houden met de verwachte kosten van de expertise.

Lees hier het arrest

Boeken in de kijker: