Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Toepasselijk recht. Is kaderovereenkomst met meerdere afleverplaatsen een vervoerovereenkomst? Cass. 15 januari 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
De probleemstelling
Hoe moet, krachtens de bepalingen van de Rome I-Verordening, het toepasselijke recht worden bepaald op een kaderovereenkomst voor het vervoer van goederen waarin een Belgische vennootschap en een Franse vennootschap, zonder rechtskeuze, overeenkomen goederen te vervoeren vanuit een land waarin geen van beide haar gewone verblijfplaats heeft (China) naar meerdere plaatsen van aflevering (België en Nederland), waarvan geen enkele is gelegen in het land waar de vervoerder zijn gewone verblijfplaats heeft (Frankrijk)?
De visie van het Hof van Cassatie
Die vraag kan slechts worden opgelost door een uitlegging van de artikelen 4 en 5 Rome I-Verordening, waarvoor het Hof van Justitie van de Europese Unie uitsluitend bevoegd is.
Het Hof Houdt iedere nadere uitspraak aan tot het Hof van Justitie van de Europese Unie bij prejudiciële beslissing over de volgende vragen uitspraak zal hebben gedaan:
Moet artikel 5.1 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Verordening), zo worden uitgelegd dat een kaderovereenkomst tussen een vennootschap, met zetel in een lidstaat, en een vennootschap, met zetel in een andere lidstaat, die hoofdzakelijk het vervoer van goederen tot voorwerp heeft, maar plaatsen van aflevering in verschillende landen vastlegt, een vervoersovereenkomst is in de zin van deze bepaling?”
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:
Moeten de artikelen 4.1, b) en 4.2 Rome I-Verordening, in het geval dat artikel 5 Rome I-Verordening geen aanknopingspunt oplevert, zo worden uitgelegd dat, anders dan met toepassing van het Verdrag van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verdrag van Rome), de kaderovereenkomst beheerst wordt door het recht van het land waar de dienstverlener, te weten de vervoerder, zijn gewone verblijfplaats heeft?
Indien de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord, wordt de vermelde kaderovereenkomst dan, zoals met toepassing van het Verdrag van Rome, overeenkomstig artikel 4.4 Rome I-Verordening beheerst door het recht van het land waarmee de kaderovereenkomst het nauwst verbonden is?”
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
Moet artikel 5.1, laatste zin, Rome I-Verordening zo worden uitgelegd dat de vermelde kaderovereenkomst waarbij de vervoerder zijn gewone verblijfplaats niet heeft in het land van de plaats van ontvangst of van aflevering, noch in het land waar de verzender zijn gewone verblijfplaats heeft, en welke meerdere plaatsen van aflevering in verschillende landen vastlegt, beheerst wordt door het recht van het land waar de plaats van de hoofdaflevering, als door de partijen overeengekomen, is gelegen?
Moet artikel 5.1, laatste zin, Rome I-Verordening, in het licht van artikel 3.1, laatste zin, Rome I-Verordening en de artikelen 3, eerste lid, laatste zin, en 4, eerste lid, laatste zin, Verdrag van Rome, zo worden uitgelegd dat het, indien de plaats van de hoofdaflevering geen aanknopingspunt vormt (ontkennend antwoord op de tweede vraag) of indien een unieke overeengekomen plaats van hoofdaflevering niet vast te stellen valt, toelaat dat voor elke overeengekomen plaats van (hoofd)aflevering een ander recht de kaderovereenkomst beheerst?
Moeten de artikelen 4.1, b) en 4.2 Rome I-Verordening, in het geval dat artikel 5 Rome I-Verordening geen aanknopingspunt oplevert, zo worden uitgelegd dat, anders dan met toepassing van het Verdrag van Rome, de kaderovereenkomst beheerst wordt door het recht van het land waar de vervoerder, als dienstverlener en partij die de kenmerkende prestatie van de vervoersovereenkomst moet verrichten, zijn gewone verblijfplaats heeft?
Indien de vierde vraag ontkennend wordt beantwoord, wordt de vermelde kaderovereenkomst dan, zoals met toepassing van het Verdrag van Rome, overeenkomstig artikel 4.4 Rome I-Verordening beheerst door het recht van het land waarmee de kaderovereenkomst het nauwst verbonden is?”
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure, Handel & Consument













