Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen

Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)

Webinar op vrijdag 25 september 2026

Rechtsmisbruik bij het ontlopen van gerechtskosten. Cass. 9 juni 2026 (Eric B.)

Auteur: Eric B.

Samenvatting gemaakt met behulp van AI

Feiten

Een burgerlijke partij stelt zich burgerlijke partij, waarna het openbaar ministerie uiteindelijk de buitenvervolgingstelling vordert. De zaak wordt vastgesteld voor de raadkamer. Slechts één dag voor de zitting laat de raadsman van de eiseres weten dat zij onverwacht verstek zal laten gaan.

Hierbij vraagt hij expliciet om haar uitsluitend te veroordelen tot de wettelijke minimumrechtsplegingsvergoeding. De advocaat van de tegenpartij had op dat late moment echter al een omstandige verdediging voorbereid en een conclusie neergelegd. De raadkamer en het hof van beroep beslissen daarop om de eiseres toch tot het hogere basisbedrag te veroordelen in plaats van het minimumbedrag.

Verweermiddelen

De eiseres stapt naar het Hof van Cassatie en beroept zich op de strikte letter van de wet (artikel 1022, zevende lid, Gerechtelijk Wetboek). Zij stelt dat de wettelijke bepaling volstrekt duidelijk is: wanneer een geding eindigt bij verstek en de verliezende partij nooit is verschenen, mág de rechter uitsluitend de minimumvergoeding toekennen. Volgens haar is elke afwijking hiervan door de rechter een flagrante schending van de wet en is er in dit geval geen enkele beoordelingsvrijheid voor de rechter voorzien.

Principes

Het Hof van Cassatie bevestigt dat de wet in principe inderdaad de minimumvergoeding voorschrijft bij verstek, omdat men er dan vanuit gaat dat de tegenpartij zeer weinig procesinspanningen moest leveren. Echter, het Hof wijst op een zeer belangrijke uitzondering wegens rechtsmisbruik. Indien de onvoorspelbare houding van de verliezende partij de winnaar wél verplichtte tot het voeren van een omstandig verweer, en het laattijdige verstek louter en alleen bedoeld blijkt te zijn om de proceskosten te drukken, mag de feitenrechter stevig ingrijpen. Het arrest oordeelt dat het rechtmatig is om dit doelbewuste rechtsmisbruik te sanctioneren. Een loutere minimumvergoeding toekennen nadat de tegenpartij zich al volledig en nodeloos had voorbereid, zou immers tot een kennelijk onredelijke en oneerlijke situatie leiden.

Besluit

Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de eiseres over de hele lijn. De rechterlijke beslissing om haar wegens rechtsmisbruik te veroordelen tot het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding, in plaats van het minimumbedrag, was volkomen correct en wettig gemotiveerd. De eiseres draait tot slot op voor de gemaakte cassatiekosten, die door het Hof worden begroot op 77,41 euro.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure

Boeken in de kijker: