Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Procedure. Neerlegging van grievenformulier via e-deposit in plaats van in persoon ter griffie wettigt geen laattijdig hoger beroep. Cass. 9 september 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Het hof van beroep te Brussel verklaarde het hoger beroep van de eiser in een strafzaak laattijdig.
De eiser diende een grievenformulier in via het elektronische systeem e-deposit om hoger beroep in te stellen. Het hof van beroep stelde vast dat op het formulier uitdrukkelijk vermeld staat dat dit in persoon ter griffie moet worden neergelegd. De eiser had deze verplichte formaliteit niet nageleefd en maakte geen gebruik van een fysieke neerlegging.
Verweermiddelen
De eiser voerde in cassatie een schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 203 en 204 van het Wetboek van Strafvordering, verwijzend naar een arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 december 2025. Hij stelde niet geïnformeerd te zijn over de beroepstermijnen en niet meer te zijn bijgestaan door een advocaat. Tevens voerde hij aan dat de laattijdigheid berustte op overmacht en dat de appelrechters de datum van zijn kennisname van het vonnis niet hadden gepreciseerd.
Principes
Het Grondwettelijk Hof stelde vast dat artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering grondwettelijke rechten schendt bij het ontbreken van informatie over beroepswegen, maar handhaafde de werking van die bepaling uiterlijk tot 31 december 2026. Wanneer uit het grievenformulier blijkt dat de eiser tijdig kennis had van de beslissing, bevindt hij zich niet in een staat van onwetendheid. Het niet-naleven van de vermelde verplichting om het formulier in persoon ter griffie neer te leggen vormt een eigen verzuim en geen overmacht. Bij vaststaande tijdige kennisname hoefden de appelrechters de precieze datum van kennisname niet te bepalen.
Besluit
Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep van de eiser. Het middel kan niet worden aanvaard of mist feitelijke grondslag. De eiser wordt veroordeeld tot de proceskosten van 74,31 euro.
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure














