Generatieve AI
in de juridische praktijk

Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)

Webinar op donderdag 25 februari 2027


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars


Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026

Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)

Webinar op dinsdag 24 november 2026

Preventieve witwasverplichtingen: groter wordend risico voor niet-conformerende advocaten (Straf & Recht Advocaten)

Auteur: Stien Dijckmans (Straf & Recht Advocaten)

Het belang voor advocaten om de verplichtingen van de preventieve witwaswet na te leven, neemt toe, o.a. door een recente wijziging van het Strafwetboek.

Preventieve witwaswet is van toepassing op alle advocaten

Het is een illusie dat niet alle advocaten onder de preventieve witwaswet van 18 september 2017 zouden vallen, maar slechts, ‘wanneer ze de door de preventieve witwaswet geviseerde werkzaamheden zouden stellen’.

Vergis je niet, elke advocaat valt onder de toepassing van de preventieve witwaswet en dient – los van het type werkzaamheden die hij/zij stelt naar cliënten toe – bepaalde verplichtingen na te komen.

De preventieve witwaswet legt – o.a en zeker – de volgende verplichtingen op aan alle advocaten:

  • het uitvoeren van cliëntenonderzoek (acceptatie, identificatie en verificatie)
  • het opstellen van risicobepalingen. Intern, op kantoorniveau, dienen een aantal risicobepalingen of pasklare te volgen procedures daartoe, voorhanden te zijn:
    • Een algemene risicobepaling op kantoor-niveau (die dient te allen tijde te kunnen worden voorgelegd in geval van controle)
    • Een pasklaar te hanteren procedure van risicobepaling op cliënt-niveau als de advocaat een door de preventieve witwaswet geviseerde werkzaamheid zou stellen’
Groter wordende controle en risico op bestraffing in geval van niet-naleving, onder impuls van de EU

Controle en sancties vanuit de EU

Op 20 juli 2021 werden er binnen de EU een aantal voorstellen gedaan om de preventieve Witwas-regelgeving te versterken. Eén voorstel was om een centrale antiwitwasautoriteit (op EU-niveau) op te richten.

Op 22 februari 2024 werd beslist dat deze antiwitwasautoriteit gevestigd zal zijn in Frankfurt en reeds medio 2025 operationeel zal worden.

De autoriteit zal 400 personeelsleden tellen en zal directe en indirecte bevoegdheden krijgen om toezicht uit te oefenen op meldingsplichtige entiteiten (waaronder ook advocaten), alsook zal deze antiwitwasautoriteit de bevoegdheid hebben om sancties (geldboetes) en maatregelen op te leggen bij ernstige inbreuken.

Strafrechtelijke vervolging (onder art. 505 Sw.)

Onder de huidige witwaswetgeving (art. 505 Sw.) kunnen (financiële en/of juridische tussen)personen die transacties (helpen) stellen met vermogen dat mogelijks voortkomt uit gewone fiscale fraude, mee vervolgd worden.

Enkel die tussenpersonen, die onder de preventieve witwasverplichtingen (van de Wet van 18 september 2017) vallen en kunnen aantonen dat zij zich hieraan hebben geconformeerd,  kunnen – voor het 1e en het 3e witwasmisdrijf – genieten van een strafuitsluitende verschoningsgrond, de zogenaamde escapebepaling (met de wetswijziging van 5 februari 2024, vastgelegd in art. 505, lid 3 Sw.).

Het zich conformeren aan de preventieve witwaswet van 18 september 2017, is een middelenverbintenis (de praktijk zal over de invulling van deze middelenverbintenis nog duidelijkheid moeten brengen).

Echter, in de vorige versie (het oude art. 505, lid 3 en 4 Sw.) werd – voor dit conformeren aan de preventieve witwasverplichtingen – slechts verwezen naar de meldplicht, via de stafhouder, aan het CFI (Cel voor financiële informatieverwerking) (art. 28 van de Wet van 11 januari 19993).

Met de wetswijziging van 5 februari 2024, werd dit ‘conformeren’ duidelijk uitgebreid, nu art. 505, lid 3 Sw. vereist om zich te conformeren aan de volledige preventieve witwaswet van 18 september 2017. Naast de meldplicht, bevat de preventieve witwaswet – o.a. en zeker – tevens de verplichting tot cliëntonderzoek en de verplichting tot het vastleggen van risicobepalingen (op kantoorniveau en op cliënt-individueel niveau).

Inzet voor de advocatuur: het beroepsgeheim

Momenteel opereert de Stafhouder (nog?) als filter tussen de advocaat en een ander (nationaal/ EU) toezichtsorgaan. Dit ter garantie van het beroepsgeheim, waartoe de advocaat gehouden is. Indien een (grootschalig) gebrek aan naleving van de preventieve witwaswetgeving door de advocatuur zou worden vastgesteld door een niet aan de beroepsgroep verbonden orgaan, zou het huidig werken met de Stafhouder, als filter, op de helling kunnen worden geplaatst.

Conformeren aan de preventieve witwaswet op het veld, is de boodschap

Voor alle advocaten: niet enkel bezinning, maar wel een concreet plan van remediëring dringt zich met urgentie op. De advocatuur dient dringend en absoluut de preventieve witwaswet op het veld na te leven.

Dit

  • om zich gemakkelijk op de strafuitsluitende verschoningsgrond van art. 505, lid 3 Sw. te kunnen beroepen, bij strafrechtelijke vervolging voor het 1e of 3e witwasmisdrijf als derde;
  • omdat het nu niet meer de vraag is of er controle vanuit de EU zal komen, maar de vraag is, wanneer deze controle zal komen;
  • om – ter bescherming van ons beroepsgeheim – de Stafhouder, als filter, niet te verliezen en dus om het beroep niet open te stellen aan een directe inmenging van een ander toezichtsorgaan.

Bron: Straf & Recht Advocaten

» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure

Boeken in de kijker: