Summer Deal
‘Verzekeringen en aansprakelijkheid’

8 webinars on demand

Summer Deal
‘Het nieuwe verbintenissenrecht & koop/verkoop’

6 webinars on demand

Summer Deal
‘Soft kills & Legal English’

3 webinars on demand

Insolventie van de advocaat

Webinar op 30 augustus

Summer Deal
‘De gerechtelijke reorganisatie’

3 webinars on demand

Summer Deal
‘Vennootschappen & Verenigingen’

7 webinars on demand

Ook advocaten kunnen failliet gaan (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Het nieuw reglement van de OVB, in werking getreden op 17 februari 2021, is duidelijk wat het faillissement van de advocaat betreft

Als gevolg van de wet van 11 augustus 2017, waarbij boek XX in het Wetboek van Economisch Recht werd ingevoerd, kunnen ook advocaten sinds 1 mei 2018 failliet worden verklaard door de ondernemingsrechtbank. Op dezelfde dag trad ook het daags voordien in het Staatsblad gepubliceerde deontologisch reglement ”betreffende de advocaat en insolventie” van de Orde van Vlaamse Balies in werking. Er werd onder meer een nieuw artikel 160ter ingevoegd in de OVB-codex, waarin bepaald werd dat een door de rechtbank failliet verklaarde advocaat “ambtshalve wordt weggelaten van het tableau of de lijst van de stagiairs”.

Dat automatisme werd echter vernietigd door het Hof van Cassatie in een arrest van 18 september 2020: een advocaat ambtshalve weglaten van het tableau (en hem dus op de wijze verhinderen nog langer het beroep uit te oefenen) werd door het Hof als onredelijk beschouwd.

Het Hof argumenteerde dat het de bedoeling van de faillissementswetgeving was een tweede kans (een ‘fresh start’) te voorzien, wat de ingevoerde deontologische regel belette, zodat deze volgens het Hof van Cassatie niet redelijk of disproportioneel was.

De algemene vergadering van de Orde van Vlaamse balies stemde vervolgens op 10 februari 2021 een nieuw reglement, waarbij een nieuw artikel 160bis en een artikel 160ter werd ingevoerd in de OVB-codex, dat aan de advocaat een bijkomende informatieplicht oplegt nadat de ondernemingsrechtbank het faillissement heeft uitgesproken. Een failliete advocaat moet aan de stafhouder laten weten of hij zijn activiteit wil hervatten en indien hij dat niet doet binnen de twee maanden, kan de raad van de Orde de advocaat van het tableau weglaten, mits het volgen van een procedure zoals in tucht. Er is dus geen sprake meer van een automatisme.

Wie opnieuw wil starten zal alle verplichtingen als advocaat moeten nakomen: een nieuwe derdenrekening openen, er over rapporteren, de permanente vorming volgen en de baliebijdrage betalen. Indien evenwel de gefailleerde advocaat zijn plannen niet meldt binnen de twee maanden na het faillissement kan de stafhouder de betrokken advocaat oproepen zoals in tucht voor de raad van de Orde, die dan kan beslissen de onbesliste advocaat weg te laten, mits motivatie van de beslissing. 

En wat als een advocaat geconfronteerd wordt met financiële problemen?

Een advocaat met ernstige financiële moeilijkheden kan de oorzaak zijn van heel wat problemen en kan ook in de verleiding komen buiten de lijnen te kleuren: een advocaat gaat immers om met derdengelden en kan als curator, bewindvoerder of schuldbemiddelaar dikwijls gelden beheren die hem niet toebehoren. Een advocaat die gedurende lange tijd gebukt gaat onder schulden die hij niet vermag af te betalen (baliebijdrage, schulden aan gerechtsdeurwaarders, vergoedingen aan medewerkers en stagiairs, RSZ-schulden, fiscale schulden…) heeft dus uiteraard een risicovolle advocatenpraktijk.

Om die reden legt het artikel 160bis van de Codex deontologie de advocaat op om bij ernstige financiële moeilijkheden, die bijvoorbeeld aanleiding hebben gegeven tot een maatregel of procedure omschreven in boek XX WER of die de continuïteit bedreigen, de stafhouder te verwittigen.

De stafhouder kan dan op diverse manieren tussenkomen: hij kan bewarende maatregelen nemen, hij kan een confrater aanstellen om bijstand te verlenen bij het beheer van het kantoor of van de derdenrekening, maar ook een faillissement kan een uitweg zijn.

Evident is uiteraard dat de stafhouder niet lichtzinnig mag ingrijpen en dat hij volgens artikel 473 Ger.W. de maatregelen moet nemen “die de voorzichtigheid” eist en die ook proportioneel én functioneel zijn.

In de Codex deontologie staat daarom ook uitdrukkelijk “In zijn arrest van 28 juni 2013 (AR D.12.0020.N) heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat uit de wetsgeschiedenis van die bepaling blijkt dat die maatregel los van de opening van een tuchtonderzoek kan worden genomen en zonder dat een voorafgaande veroordeling vereist is.”

Belangrijk is ook dat de stafhouder de opgelegde maatregel moet motiveren, deze motieven moeten ook blijken uit de beslissing.

Beroep bij de Raad van de Orde of de Tuchtraad tegen de beslissing van de stafhouder is niet mogelijk, maar de gemeenrechtelijke rechtbanken zijn bevoegd om zich uit te spreken over de bewarende maatregelen van de stafhouder.