Onrechtmatig bewijs dient niet altijd geweerd te worden uit de procedure (Eska Law)

Auteur: Eska Law

Er bestaat reeds jaren heel wat discussie over het gebruik van bewijselementen in burgerlijke procedures die op onrechtmatige wijze verkregen zijn, zoals opnames die in het geheim werden gemaakt, de mailgeschiedenis van een werknemer, een telefoontap zonder machtiging, …

Het Hof van Cassatie bevestigde recent in haar arrest van 21 juni 2021 dat onrechtmatig verkregen bewijselementen in een burgerlijke procedure effectief mogen worden gebruikt.

Het Hof van Cassatie oordeelt daarbij als volgt:

  1. Behoudens wanneer de wet uitdrukkelijk anders bepaalt, kan het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in burgerlijke zaken slechts worden geweerd indien de bewijsverkrijging de betrouwbaarheid van het bewijs aantast of indien hierdoor het recht op een eerlijk proces in gevaar wordt gebracht.
  2. De rechter dient hierbij rekening te houden met al de omstandigheden van de zaak, waaronder de wijze waarop het bewijs werd verkregen, de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan, de ernst van de onrechtmatigheid en de mate waarin hierdoor het recht van de wederpartij werd geschonden, de bewijsnood van de partij die de onrechtmatigheid beging en de houding van de wederpartij.”

 Onrechtmatig verkregen bewijs kan dus enkel door de rechter worden geweerd uit de debatten wanneer de betrouwbaarheid van het bewijs erdoor in het gevaar wordt gebracht of het recht op een eerlijk proces wordt geschonden. De rechter dient rekening te houden met alle omstandigheden van de zaak.

Het Hof bevestigt met deze uitspraak de bekende ‘Antigoon’-rechtspraak, die in het strafrecht al langer bestaat. In burgerlijke zaken bestond er echter lange tijd discussie en onzekerheid over het gebruik van onrechtmatig bewijsmateriaal. Het Hof van Cassatie deed in 2008 al een uitspraak hieromtrent, doch deze uitspraak werd door de rechtspraak en rechtsleer heel uiteenlopend geïnterpreteerd.

Met dit arrest lijkt de bestaande onzekerheid aldus van de baan en kan worden aangenomen dat onrechtmatig verkregen bewijs ook in burgerlijke procedures succesvol kan worden aangewend.

14 juni 2021, AR C.20.0418.N, P&B 2021, afl. 4, 175.

Bron: Eska Law