Nieuwe bewijsregels in internationale arbitrage (Schoups)

Auteurs: Geert De Buyzer en Sophie Deckers (Schoups)

Publicatiedatum: 08/06/2021

Het is een universeel gegeven dat betwiste aanspraken in rechte moeten worden bewezen alvorens te kunnen worden toegekend.Ook krachtens het nieuwe art. 8.4 BW moet hij die meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, de rechtshandelingen of feiten bewijzen die daaraan ten grondslag liggen.

Maar terwijl in een nationale context de regels volgens dewelke bewijs mag worden aangevoerd, strikt zijn vastgelegd, is dat in een internationale context en dan meer bepaald in internationale arbitrage niet het geval. Dat kan met name tot moeilijkheden aanleiding geven tussen partijen met verschillende (juridische) achtergronden. Het bewijsrecht in een civil law-land zoals België staat ver af van het het bewijsrecht volgens common law.

Om partijen in internationale arbitrage op dit vlak toch een houvast te geven, heeft de International Bar Association de IBA Rules on the Taking of Evidence in International Arbitration gelanceerd. Begin dit jaar publiceerde de IBA een nieuwe versie (de 2020 IBA Rules – een versie met aanduiding van de wijzigingen vindt u via deze link). Deze regels worden zeer frequent gebruikt in het kader van internationale arbitrage. Ze zijn een codificatie van best practices met invloeden van zowel common law als civil law. Een eerste versie werd opgesteld in 1983 en de eerdere updates dateren van 1999 en 2010.

De 2020 IBA Rules brengen met name een aantal verduidelijkingen aan. We brengen hieronder enkele wijzigingen onder uw aandacht.

  • Ook de International Bar Association voorziet nu uitdrukkelijk in hoorzittingen op afstand (Remote hearings), net als bijvoorbeeld de ICC Rules en het CEPANI Reglement na recente updates (zie daarover onze eerdere nieuwsbrief). Dit kan ook in de toekomst bijdragen tot kostenefficiënte behandeling van arbitrageprocedures – buiten een pandemie om.Partijen en het Arbitraal College dienen zelf de procedurele afspraken te maken en vast te leggen in een protocol. De 2020 IBA Rules reiken een beperkt kader aan van enkele onderwerpen die in een dergelijk protocol kunnen worden opgenomen, zoals eventuele maatregelen om te verzekeren dat getuigen niet ongeoorloofd beïnvloed of afgeleid worden tijdens hun mondelinge uiteenzetting.
  • Een andere in het oog springende toevoeging is de uitdrukkelijke erkenning dat het Arbitraal College, op eigen initiatief of op vraag van een partij, een bewijsstuk kan weren indien het onrechtmatig werd verkregen.De regels bepalen niet wat een onrechtmatige verkrijging is, zodat daarvoor zal moeten worden teruggegrepen naar het toepasselijke recht.
  • Aan het lijstje van mogelijke bewijsrechtelijke onderwerpen waarover de partijen en het Arbitraal College bij aanvang van de procedure overleg kunnen plegen, voegen de 2020 IBA Rules de behandeling toe van vraagstukken over cybersecurity en gegevensbescherming (vb. naleving van de AVG; vertrouwelijkheid en veiligheid van een hoorzitting per videoconferentie). Deze lijst bevatte reeds onderwerpen zoals de voorbereiding en indiening van getuigenverklaringen en expertenverslagen, het afnemen van mondelinge verklaringen op de zitting, de mate van vertrouwelijkheid aan de bewijsstukken in de procedure, enz.
  • De procedure voor overlegging van stukken is nu voorzien van een mogelijkheid om te antwoorden op bezwaren.
  • De IBA Rules voorzagen reeds dat op een verzoek tot overlegging van stukken de wederpartij bezwaren kon indienen, waarna het Arbitraal College in overleg met de partijen zou beslissen over het verzoek. In de 2020 IBA Rules is nu voorzien dat de verzoeker kan antwoorden op de bezwaren en is het “overleg met de partijen” geschrapt vooraleer het Arbitraal College beslist. Hiermee sluiten de regels eerder aan bij de praktijk dan dat ze werkelijke vernieuwing brengen. 
  • Aansluitend bij dat punt is nu ook verduidelijkt dat stukken die aan de tegenpartij worden overgelegd ingevolge een verzoek tot overlegging van stukken, niet moeten worden vertaald door die partij, maar wel door de partij die het verzoek heeft ingediend en zich vervolgens zou beroepen op de stukken in de procedure.

De wijzigingen dragen verder bij aan een evenwichtige set van bewijsrechtelijke regels, waarbij autonomie en flexibiliteit nog meer centraal staan voor partijen en arbiters om de procedure in te richten volgens de noden van partijen en het geschil. De “2020 Review Task Force” van de IBA heeft er vertrouwen in dat de wijzigingen zullen bijdragen tot een efficiënte gedingvoering in internationale arbitrage. 

Lees hier het originele artikel