Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Digitale fraude:
bancaire en juridische aandachtspunten
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest Advocaten)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Klacht met burgerlijkepartijstelling, maar klacht ingegeven door burgerlijke geschillen. Cass. 26 mei 2026 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 januari 2026
Het arrest stelt vast dat:
- de eiseres met de verweersters is verwikkeld in burgerlijke procedures en deskundigenonderzoeken in verband met de facturatie en de regelmatigheid van de door haar aan de verweersters geleverde boekhoudkundige prestaties;
- de eiseres klacht met burgerlijkepartijstelling heeft gedaan tegen de verweersters wegens valsheid in jaarrekeningen en gebruik van valse stukken;
- de eiseres aanvoert dat de verweersters ingevolge de hen in die klacht verweten misdrijven belastingen en sociale bijdragen hebben ontdoken;
- de klacht met burgerlijkepartijstelling ertoe strekt het rechtmatig handelen van de eiseres aan te tonen en de valse verwijten aan haar adres te weerleggen.
Met die redenen, noch met enige andere reden, stelt het arrest vast dat de eiseres morele schade onder de vorm van reputatieschade heeft geleden.
In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
Het arrest oordeelt verder onder meer als volgt:
- de eiseres maakt het bestaan van enige persoonlijke materiële of morele schade als actueel, persoonlijk en reëel belang, die zij zou hebben geleden door de beweerde misdrijven, waarvoor zij klacht met burgerlijkepartijstelling neerlegde, niet aannemelijk;
- in haar klacht met burgerlijkepartijstelling en klachtbevestiging stelt de eiseres overigens zelf dat de belastingadministratie werd of wordt benadeeld door de beweerde feiten;
- de klacht met burgerlijkepartijstelling lijkt te zijn ingegeven door de burgerlijke geschillen tussen de eiseres en de verweersters en aldus te kaderen in burgerrechtelijke aangelegenheden die bovendien reeds deel uitmaken van burgerrechtelijke procedures en expertise;
- in de mate de eiseres met haar klacht met burgerlijkepartijstelling beoogt om uitspraak te laten doen over de door haar geviseerde handelwijze van de verweersters met betrekking tot de trade euro en waar de eiseres stelt dat de deskundige in de burgerlijke procedure zich daarover niet zou willen uitspreken, terwijl dit volgens haar de essentie is van de burgerlijk zaak, merken de appelrechters op dat een klacht met burgerlijkepartijstelling bezwaarlijk een instrument kan zijn om onderzoek te laten gebeuren met betrekking tot een geschilpunt in een of meerdere burgerlijke procedures en dat de klacht met burgerlijkepartijstelling eerder lijkt te zijn ingegeven door de tussen de partijen hangende burgerrechtelijke geschillen, die desgevallend aldaar verder dienen te worden toegelicht en verduidelijkt en dienen te worden beslecht;
- de appelrechters merken nog op dat een persoon die niet aannemelijk maakt dat hij door de feiten schade heeft geleden, de strafvordering niet kan instellen en zich daarmee de bevoegdheid van het openbaar ministerie aanmatigt, wiens wettelijke taak het juist is om namens de samenleving de strafvordering uit te oefenen. De “actio popularis” komt niet aan de burgerlijke partij toe. Hij die een misdrijf aanklaagt waarvan niet hijzelf maar enkel derden het slachtoffer zijn, beschikt niet over het vereiste belang om klacht met burgerlijkepartijstelling neer te leggen;
- gelet op de voorgaande overwegingen stellen de appelrechters bij toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering vast dat de klacht met burgerlijkepartijstelling van de eiseres ab initio niet-ontvankelijk is, zodat de uitsluitend op die klacht gesteunde strafvordering eveneens niet-ontvankelijk is.
De visie van het Hof van Cassatie
Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: enerzijds oordeelt het arrest dat de eiseres haar schade niet aannemelijk maakt; anderzijds stelt het arrest vast dat de eiseres wenst dat de fraude wordt vervolgd zodat de valse verwijten aan haar adres worden weerlegd en dat zij het herstel wenst van de haar berokkende materiële en morele schade, alsook dat volgens de eiseres de zaak verder moet worden uitgeklaard zodat duidelijk wordt dat zij rechtmatig heeft gehandeld; aldus is het arrest tegenstrijdig gemotiveerd.
Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de motivering van het arrest is minstens dubbelzinnig nu er eensdeels expliciet wordt verwezen naar de schade die de eiseres heeft geleden, maar anderdeels wordt gesteld dat niet wordt voldaan aan artikel 63 Wetboek van Strafvordering en dat de strafvordering bijgevolg als onontvankelijk dient te worden afgewezen.
Het middel dat in zijn beide onderdelen formeel motiveringsgebreken aanvoert, is in werkelijkheid geheel afgeleid uit de met het eerste middel vergeefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk.
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure













