Contracten anno 2023:
een praktijkgerichte blik
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

Valse contracten? Kanttekeningen inzake contracten en simulatie in fiscalibus

Webinar op 8 december 2022

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Het nieuwe bewijsrecht:
maar wat nu in de praktijk?

Webinar op 27 januari 

Voordeelpakket
‘Beslag, borgstelling en zekerheden’

 4 webinars on demand

Grondwettelijk Hof vernietigt DAC6: Advocaten moeten zich ook voor marktklare constructies op hun beroepsgeheim kunnen beroepen (Tiberghien)

Auteurs: Gerd D. Goyvaerts, Stephanie Gabriel en Julie Raymaekers (Tiberghien)

Op 15 september 2022 deed het Grondwettelijk Hof uitspraak over diverse verzoeken tot vernietiging van de implementatie van DAC6 (arrest nr. 103/2022 van 15 september 2022).

Het Grondwettelijk Hof vernietigt de federale omzetting van DAC6 (Europese Richtlijn 2018/822/EU) die stelt dat intermediairs zich niet op hun beroepsgeheim kunnen beroepen bij de periodieke melding van marktklare constructies. Daarnaast wordt ook de regeling vernietigd op basis waarvan de fiscale administratie bij de advocaat-intermediair controles kan uitoefenen over de onder DAC6 te melden inlichtingen zonder dat de advocaat hierbij het beroepsgeheim kan inroepen. Het Grondwettelijk Hof stelt tot slot nog een vijftal, ruim geformuleerde, prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie vooraleer over de andere betwiste elementen uitspraak te doen.

Het arrest heeft (voorlopig) alleen betrekking op de federale omzetting van DAC6

De Europese DAC6-richtlijn werd zowel op federaal niveau als op gewestelijk niveau omgezet in interne wetgeving. Van bij de totstandkoming van DAC6 wezen de praktijk en verschillende organisaties van advocaten (zoals de OVB, OBFG en BATL) erop dat de voorziene rapporteringsverplichtingen, in het bijzonder voor advocaten, een schending zouden kunnen uitmaken van het beroepsgeheim. Deze organisaties en belangenverenigingen schaarden zich begin juli 2020 op één lijn en stelden meerdere schorsings- en vernietigingsberoepen in bij het Grondwettelijk Hof.

Met haar arrest van 15 september 2022 doet het Grondwettelijk Hof nu uitspraak ten gronde over de verschillende verzoeken tot nietigverklaring die waren ingediend tegen de federale omzetting van DAC6. De federale regeling was de enige die nog niet geschorst was, omdat het verzoek tot schorsing initieel laattijdig werd ingediend.

Het valt uiteraard te verwachten dat het Grondwettelijk Hof bij haar beoordeling van de vernietigingsberoepen tegen de regionale omzetting van DAC6 in dezelfde lijn zal beslissen.

De advocaat-intermediair moet zich kunnen beroepen op het beroepsgeheim bij de periodieke meldingsplicht voor marktklare constructies

Marktklare constructies zijn grensoverschrijdende constructies die ‘kant en klaar’ aangeboden worden door intermediairs. Ze zijn bedacht of aangeboden, implementeerbaar of beschikbaar gemaakt voor implementatie, zonder dat er wezenlijke aanpassingen nodig zijn voor de cliënt. Intermediairs die betrokken zijn bij marktklare constructies kunnen geen beroepsgeheim inroepen om ontheven te worden van hun initiële en periodieke meldingsplicht.

De OVB verduidelijkte in haar deontologische richtlijnen al dat advocaat-intermediairs in hun beroepspraktijk enkel uitzonderlijk – om niet te zeggen nooit – geconfronteerd zullen worden met marktklare constructies. Het is nu eenmaal de taak van de advocaat om een oplossing uit te werken op maat van de cliënt.

Voor marktklare constructies geldt er een dubbele meldingsplicht:

  • een initiële meldingsplicht op het ogenblik dat de marktklare constructie voor het eerst ter beschikking wordt gesteld of gereed is voor implementatie
  • een periodieke meldingsplicht waarbij driemaandelijks een overzicht moet worden gegeven van nieuwe, verplicht te melden inlichtingen over de marktklare constructie

Voor wat betreft de initiële meldingsplicht stelt het Hof dat kan worden aangenomen dat de inlichtingen die hieronder moeten worden verstrekt, niet gedekt zijn door het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim kan door de advocaat immers enkel worden ingeroepen voor activiteiten die vallen onder de specifieke opdracht van verdediging of vertegenwoordiging in rechte en van de verlening van juridische advies. Het Hof heeft dus blijkbaar geen probleem met de initiële meldingsplicht voor marktklare constructies.

Voor de periodieke meldingsplicht ligt dat anders.  De inlichtingen die periodiek moeten worden verstrekt zouden wel betrekking kunnen hebben op activiteiten die onder het beroepsgeheim ressorteren, omdat ze dan gaan over een concreet dossier. Het Hof besluit verder dat de regeling niet redelijkerwijs evenredig is met het nagestreefde doel.

De advocaat-intermediair moet zich kunnen beroepen op zijn beroepsgeheim bij DAC6-controle

Wanneer de belastingplichtige weigert of onvoldoende meewerkt om de onder de meldingsplicht te verstrekken informatie over te maken aan de Belgische fiscale administratie, zal de fiscale administratie zich kunnen richten tot de betrokken intermediairs om deze informatie te bekomen.

Op het vlak van inkomstenbelastingen kan de advocaat-intermediair zich dan beroepen op zijn beroepsgeheim. Dit is echter niet voorzien voor registratierechten, successierechten en de diverse rechten en taksen. Daarom wordt de federale omzettingswet van DAC6 op dat punt vernietigd.

Dit eerste arrest van het Grondwettelijk Hof is een duidelijke bevestiging dat DAC6 het beroepsgeheim van de advocaat op verschillende vlakken met de voeten treedt. Het valt nu verder af te wachten hoe het Europees Hof zich zal uitspreken over de verschillende prejudiciële vragen.

Bron: Tiberghien