Gelijk hebben betekent niet per se gelijk krijgen (Consenso Advocaten)

Auteur: Victoria Roddi (Consenso Advocaten)

Publicatiedatum: november 2020

We selecteerden de volgende 5 topics uit het nieuwe bewijsrecht om te onthouden:

1) Versoepeling van de bewijsregels voor rechtshandelingen tussen particulieren.

Het voorleggen van een ondertekend geschrift is enkel nodig voor rechtshandelingen die de waarde van € 3.500 overstijgen. Voor de wetswijziging, was de grens € 375.

Concreet betekent dit dat als u bijv. een koopovereenkomst sluit m.b.t. een goed van minder dan € 3.500 euro, dat alle bewijsmiddelen zijn toegelaten. Denk aan: getuigenverklaringen, vermoedens, e-mails, sms- en Whatsapp berichten.

Is de rechtshandelingen meer dan € 3.500 euro waard, dan moet er een ondertekend geschift worden voorgelegd, zoals een koopovereenkomst.

2) De uitbreiding van de vrije bewijsregels tussen ondernemingen.

Ongeacht de waarde van de rechtshandeling, is het bewijs tussen en tegen ondernemingen vrij. Dit betekent dat alle bewijsmiddelen zijn toegelaten.

Deze regel werd nu uitgebreid naar vrije beroepers en landbouwers.

Denk er wel aan : als een onderneming iets t.a.v. een particulier wilt bewijzen, gelden de regels onder punt 1. Als een particulier iets tegen een onderneming wilt bewijzen, gelden de principes van vrij bewijs wel weer.

3) Het (niet) betwisten van facturen.

Voor particulieren geldt nog steeds dat wanneer zij een factuur niet expliciet betwisten, dit niet per se inhoudt dat de factuur wordt aanvaard. Dit is slechts een vermoeden.

Voor ondernemingen kan het niet tijdig betwisten van een factuur belangrijke gevolgen hebben. Gebrek aan protest wordt gezien als impliciete aanvaarding, niet alleen van de factuur zelf maar ook van de prestatie die aan de grondslag van de factuur ligt. Dit principe is nu verankerd bij wet.

Door de nieuwe bewijsregels wordt dit principe uitgebreid tot alle soorten facturen, ongeacht de onderliggende overeenkomst (en dus niet meer alleen voor koopovereenkomsten).

Uiteraard kan tegenbewijs worden aangebracht.

4) Omdraaien van de bewijslast.

Het adagium actori incumbit probatio blijft de regel, hetgeen betekent dat de eisende partij de bewijslast draagt voor de feiten die zij aanvoert.

Door de invoering van het nieuwe bewijsrecht kan de rechter nu in buitengewone omstandigheden en o.a. wanneer de toepassing van de gewone bewijsregels kennelijk onredelijk zijn, de bewijslast bij de verwerende partij leggen.

5) Bewijs door waarschijnlijkheid.

Door het nieuwe bewijsrecht wordt wettelijk verankerd dat het bewijs van een negatief feit, d.w.z. een feit dat zich niet heeft voorgedaan, geleverd kan worden door feiten, omstandigheden of bewijsstukken aan te brengen die het negatief feit aannemelijk of waarschijnlijk maken.

Hetzelfde kan gelden voor positieve feiten maar enkel als het onmogelijk of onredelijk is om ‘zeker bewijs’ voor te leggen, bijv. door de aard van het feit.

Lees hier het originele artikel