Geen vervolging in ruil voor betaling van een geldsom? De minnelijke schikking in strafzaken biedt onder bepaalde voorwaarden soelaas (Dehaese & Dehaese)

Auteur: David Thoeng (Dehaese & Dehaese)

Publicatiedatum: 03/04/2021

Geen vervolging in ruil voor betaling van een geldsom? De minnelijke schikking in strafzaken biedt onder bepaalde voorwaarden soelaas.

Een minnelijke schikking in strafzaken houdt in dat de verdachte van een misdrijf niet (langer) vervolgd zal worden in ruil voor de betaling van een bepaalde geldsom. In 2018 waren er maar liefst 8.470 schikkingen, goed voor 1.8 % van alle afgewikkelde strafzaken.

Wanneer? 

Een minnelijke schikking kan enkel afgesloten worden voor misdrijven die niet van die aard schijnen te zijn dat ze bestraft moeten worden met gevangenisstraf van meer dan twee jaar, al dan niet in combinatie met een verbeurdverklaring.

In de praktijk worden minnelijke schikkingen vooral getroffen in zaken rond witwassen, financiële misdrijven en sociale of fiscale fraude. Een minnelijke schikking kan in geen geval wanneer het misdrijf een zware aantasting inhoudt van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

De minnelijke schikking mag niet meer bedragen dan het maximum van de in de wet voorziene geldboete, verhoogd met de opdeciemen. Daarnaast moet het niet-betwiste gedeelte van schade van het slachtoffer vergoed zijn. De betaling van de geldsom door de dader geldt immers als een onweerlegbaar vermoeden van fout. Met betrekking tot fiscale of sociale misdrijven dienen tevens de door de administratie gevorderde bedragen betaald te zijn.

Wie neemt het initiatief?

Een minnelijke schikking komt er op vraag van het Openbaar Ministerie, al dan niet naar aanleiding van een verzoek hiertoe door de verdachte. Een minnelijke schikking kan afgesloten worden zo lang er geen eindvonnis of arrest in strafzaken werd uitgesproken. Een belangrijk voordeel van een minnelijke schikking is dat de zaak snel en discreet afgehandeld kan worden. 

Rechterlijke controle 

Hoewel het initiatiefrecht van de minnelijke schikking berust bij het Openbaar Ministerie, geldt er een rechterlijke controle vanaf het moment dat de onderzoeksrechter met een gerechtelijk onderzoek is gelast of wanneer de zaak reeds bij de rechtbank of het hof aanhangig is gemaakt. Een rechter zal oordelen of het bedrag van de minnelijke schikking in verhouding staat met het gepleegde misdrijf. Indien de rechter het bedrag van de minnelijke schikking te laag acht, kan de minnelijke schikking geweigerd worden. Er zal ook steeds onderzocht worden of de minnelijke schikking geïnformeerd en uit vrije wil werd aangegaan.

In het geval de rechter niet akkoord gaat met de minnelijke schikking, zal het Openbaar Ministerie het onderzoek verder zetten of er zal een nieuw voorstel tot minnelijke schikking gedaan kunnen worden. De documenten die werden opgemaakt en de mondelinge mededelingen die werden gedaan in het kader van de onderhandelingen zullen bovendien niet ten laste van de verdachte worden aangewend in enige navolgende procedure.

Wanneer de minnelijke schikking, nadat deze door de bevoegde rechter werd bekrachtigd, werd nageleefd, vervalt de strafvordering tegen de betrokkene.

Lees hier het originele artikel