Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 25 september 2026
Fraude-veroordeling. Onafhankelijkheid van de herhaalde benoeming van een deskundige lekenrechter. EHRM 5 mei 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een verzoeker werd in eerste aanleg veroordeeld voor fraude door een rechtbank bestaande uit twee beroepsrechters en één deskundige lekenrechter. De hoogste nationale rechter vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug wegens twijfels over de onpartijdigheid van één van de beroepsrechters. Bij de nieuwe behandeling riep de voorzittende beroepsrechter dezelfde deskundige lekenrechter opnieuw op om in de kamer te zetelen. De verzoeker werd na de hernieuwde behandeling opnieuw veroordeeld door de rechtbank.
Verweermiddelen
De verzoeker vroeg de wraking van de lekenrechter en stelde dat haar deelname een schending vormde van zijn recht op een onafhankelijk gerecht. Hij beargumenteerde dat de ad-hoc benoeming en de vergoeding, die door de voorzittende rechter werden bepaald, een structurele afhankelijkheid creëerden. Daarnaast voerde de verzoeker aan dat de herhaalde benoeming van deze lekenrechter door dezelfde voorzitter wees op een gevestigde werkrelatie en vooringenomenheid.
Principes
De principes van onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn evengoed van toepassing op lekenrechters als op beroepsrechters. De nationale wetgeving voorzag in voldoende waarborgen, zoals de verplichting voor de lekenrechter om een eed af te leggen en de mogelijkheid voor partijen om vooraf bezwaar te maken tegen de benoeming. Het feit dat de kamer voor de meerderheid uit beroepsrechters bestond, vormde een bijkomende garantie tegen de schijn van afhankelijkheid. Aangezien de vergoeding incidenteel was en de loopbaan van de lekenrechter nauwelijks afhing van de voorzittende rechter, was er geen sprake van hiërarchische controle. Het loutere feit dat een rechter eerder in eenzelfde of vergelijkbare zaak heeft gezeteld, rechtvaardigt op zichzelf geen vrees voor een gebrek aan onafhankelijkheid.
Besluit
Het Hof oordeelt dat de benoeming en deelname van de deskundige lekenrechter geen gebreken vertoonden die de onafhankelijkheid van de rechtbank konden ondermijnen. Bijgevolg stelt het Hof met vier stemmen tegen drie vast dat er geen sprake is van een schending van artikel 6, paragraaf 1, van het Verdrag.
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure











