Contracten anno 2023:
een praktijkgerichte blik
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Het nieuwe bewijsrecht:
maar wat nu in de praktijk?

Webinar op 27 januari 

Voordeelpakket
‘Beslag, borgstelling en zekerheden’

 4 webinars on demand

Cryptomunten:
een stand van zaken

Webinar on demand

Dwangsom en uitvoeringstermijn: opletten geblazen voor het aanvangspunt (Van Steenbrugge Advocaten)

Auteur: Cedric Haspeslagh (Van Steenbrugge Advocaten)

Wanneer de rechter een partij veroordeelt om iets te doen – zoals het verwijderen van een hoogstammige boom of het uitvoeren van huurdersherstellingen – is het belangrijk dat die veroordeling ook effectief wordt uitgevoerd. Om dat te garanderen kan aan de veroordeling een dwangsom verbonden worden (van bijvoorbeeld 200,00 EUR per dag vertraging). De dwangsom is dus een financiële prikkel om de veroordeling uit te voeren. Indien de veroordeling wordt uitgevoerd, dan kan de betaling van een dwangsom vermeden worden.

Niet alle veroordelingen kunnen evenwel onmiddellijk uitgevoerd worden. Een veroordeling tot afbraak en heropbouw van een muur bijvoorbeeld, waarvoor een aannemer gezocht moet worden die bepaalde materialen nog moet bestellen, kan enige tijd in beslag nemen.

Respijttermijn of uitvoeringstermijn

Om dat op te vangen kan de rechter aan de veroordeelde partij een zekere tijd gunnen om de veroordeling uit te voeren (bijvoorbeeld twee maanden). De rechter kan dat op twee verschillende manieren doen. Een eerste soort termijn is gekoppeld aan de dwangsom (een respijt- of dwangsomtermijn). Een tweede soort termijn is gekoppeld aan de uitvoering van de veroordeling (uitvoeringstermijn):

  • Een eerste mogelijkheid voor de rechter is om aan de dwangsomveroordeling een respijt- of dwangsomtermijn te verbinden. In dat geval zal de dwangsom pas na verloop van een zekere termijn verschuldigd zijn, indien de veroordeling binnen die termijn niet werd uitgevoerd (art. 1385bis, vierde lid Ger.W.). Deze termijn is verbonden aan de dwangsom zelf. Hij begint pas te lopen vanaf de betekening van de uitvoerbare uitspraak waarin de dwangsom werd opgelegd. Door de voorafgaande betekening wordt verzekerd dat de veroordeelde partij op de hoogte is van de veroordeling en (de aanvang van) de respijttermijn, zodat hij de veroordeling tijdig kan uitvoeren en de betaling van een dwangsom kan vermijden.
  • Een tweede mogelijkheid is het opleggen van een uitvoeringstermijn die ingaat vanaf de uitspraak. Deze termijn wordt verbonden aan de hoofdveroordeling. In dat geval geeft de rechter aan de veroordeelde partij vanaf de uitspraak een bepaalde termijn om de hoofdveroordeling uit te voeren, bij gebrek waaraan een dwangsom verschuldigd zal zijn.
Belang van het onderscheid en risico

Het onderscheid tussen de beide termijnen is subtiel, maar belangrijk. In tegenstelling tot wat geldt bij een respijttermijn, is een voorafgaande betekening van de uitspraak namelijk niet vereist om de uitvoeringstermijn te doen aanvangen. Een betekening is hier enkel vereist om de dwangsom te doen verbeuren en te kunnen invorderen indien de veroordeling niet werd uitgevoerd binnen de gegeven uitvoeringstermijn.

Hierdoor is het mogelijk dat een uitvoeringstermijn (vanaf de datum van de uitspraak) reeds begint te lopen vooraleer de veroordeelde partij kennis kreeg van de uitspraak waarin die termijn bepaald werd, en vooraleer de veroordeelde partij weet dat de eiser aandringt op de uitvoering van de veroordeling (welk voornemen in principe veruitwendigd wordt door een betekening).  Dat creëert het risico dat de veroordeelde partij zich er niet bewust van is dat de uitvoeringstermijn reeds loopt, en dus van het feit dat hij zijn veroordeling tijdig moet naleven, bij gebrek waaraan hij een dwangsom verschuldigd zal zijn die hoog kan oplopen.

Kritische rechtsleer versus rechtspraak

Omwille van dit risico wordt door bepaalde rechtsleer verdedigd dat, zelfs wanneer de rechter een uitvoeringstermijn oplegt die ingaat vanaf de uitspraak, deze termijn toch pas begint te lopen vanaf de betekening (en dus niet vanaf de uitspraak).

De rechtspraak, waaronder het Benelux-Gerechtshof, houdt evenwel vast aan het onderscheid tussen een uitvoeringstermijn en een respijttermijn. Er wordt consequent geoordeeld dat een uitvoeringstermijn loopt vanaf de uitspraak, zonder vereiste van een voorafgaande betekening.

De visie van het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie heeft zich in een arrest van 2 september 2022 (AR C.21.0396.N) uitgesproken over deze materie. Er werd geoordeeld dat een als volgt geformuleerde veroordeling een uitvoeringstermijn toekent, en geen respijttermijn (eigen onderlijning):

“onder verbeurte van een dwangsom ten bedrage van 1000 euro/inbreuk per dag vanaf de 14e dag na uitspraak van onderhavig arrest te betalen aan [de tweede verweerster].”

Daarna bevestigde het Hof van Cassatie de heersende strekking in de rechtspraak als volgt:

“Artikel 1385bis, derde lid, Gerechtelijk Wetboek staat niet eraan in de weg dat de rechter aan de veroordeelde een termijn verleent om aan de hoofdveroordeling te voldoen onder verbeurte van een dwangsom voor het geval de veroordeling niet tijdig wordt uitgevoerd en hij deze termijn laat ingaan op het tijdstip van zijn uitspraak of van een andere gebeurtenis die de betekening van de beslissing voorafgaat. In dergelijk geval zal de dwangsom evenwel slechts vanaf het verstrijken van de uitvoeringstermijn verbeuren indien de beslissing op dat ogenblik ook reeds werd betekend.”

De rechter kan aan de veroordeelde partij dus een uitvoeringstermijn opleggen die reeds begint te lopen vanaf de datum van de uitspraak (of een andere gebeurtenis die de betekening van de uitspraak voorafgaat); zonder dat een betekening vereist is om de uitvoeringstermijn te doen lopen. De betekening is in dat geval enkel vereist om de dwangsom te doen verbeuren en te kunnen invorderen. Die betekening kan gebeuren zowel tijdens het lopen van de uitvoeringstermijn, als daarna.

Bron: Van Steenbrugge Advocaten