Contracten anno 2023:
een praktijkgerichte blik
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Het nieuwe bewijsrecht:
maar wat nu in de praktijk?

Webinar op 27 januari 

Voordeelpakket
‘Beslag, borgstelling en zekerheden’

 4 webinars on demand

Cryptomunten:
een stand van zaken

Webinar on demand

Discussie over het ereloon van een advocaat: Cassatie 6 september 2022 (LegalNews)

Auteur: LegalNews

De visie van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 30 september 2021 in hoger beroep:

Mede met verwijzing naar de redenen van de eerste rechter stelt de appelrechter vast en oordeelt hij dat:

  • de eiseres aanspraak maakt op een ereloon en kosten ten bedrage van 5.786,84 euro, waarvan provisies van 1.000 euro en 1.500 euro werden betaald;
  • de betwisting betrekking heeft op de omvang van de door de eiseres geleverde prestaties aan het uurtarief van 175 euro en de geleverde prestaties van medewerkers aan een ander tarief;
  • de beoordeling van de rechtbank niet beperkt blijft tot een louter marginale toetsing aangezien het gaat over de beoordeling van een zuiver feitelijk gegeven;
  • onder deze beoordeling ook het onderzoek naar het bewijs van de aanrekenbaarheid van de gefactureerde uren door de advocaat valt;
  • het gegeven dat de advocaat op de prestatiestaat een aantal uren van zichzelf of zijn medewerkers in rekening brengt, hem niet ontslaat van het bewijs dat deze uren kunnen worden aangerekend aan de cliënt;
  • de verweerders aanvoeren dat de door de eiseres aangerekende prestaties van 18 uur en 45 minuten voor het opstellen van de beroepsakte niet kunnen worden aangenomen omdat deze akte grotendeels overeenstemt met de feitelijke en juridische uiteenzetting in de conclusies in eerste aanleg;
  • de eiseres niet aantoont dat zij voor het opstellen van de beroepsakte een diepgaande analyse van de rechtspraak diende uit te voeren of uitvoerde;
  • de beroepsakte weliswaar een uiteenzetting van de grieven bevat, maar geen beduidend nieuwe middelen of argumenten toevoegt die een tijdsbesteding van 18 uur en 45 minuten aantoont;
  • de eiseres niet aantoont dat zij 45 minuten nodig had om de beroepsakte ter griffie neer te leggen;
  • de analyse van het in de door de eiseres behandelde zaak beroepen vonnis geen tijdsbesteding van 18 uur en 45 minuten verantwoordt voor het opstellen van de beroepsakte;
  • uit het geheel van de elementen van het dossier blijkt dat, wat betreft de beroepsakte, een tijdsbestek van 6 uur is bewezen en bijgevolg kan worden aangerekend;
  • voor de redactie van de appelconclusie volgens de prestatiestaat 6 uur en 55 minuten wordt aangerekend;
  • de prestaties betreffende de appelconclusie met inbegrip van de studie van de conclusie van de wederpartij niet geheel worden bewezen;
  • de studie van de conclusie van de wederpartij immers slechts betrekking had op minieme aanpassingen en niet over moeilijke juridische kwesties ging;
  • de door de eiseres opgestelde appelconclusie slechts minieme toevoegingen bevatte, welke niet aantonen dat eraan 6 uur en 55 minuten werd gewerkt;
  • wat betreft de appelconclusie een tijdsbestek van 3 uur is bewezen en bijgevolg kan worden aangerekend;
  • het merendeel van de prestaties met betrekking tot de beroepsakte niet werd geleverd door de advocaat-opdrachthouder maar door een medewerker;
  • wat betreft de redactie van de appelconclusie, de omstandigheid dat telkens andere medewerkers werden belast met het dossier evenmin integraal kan worden doorgerekend;
  • de interne communicatie binnen de eiseres, welke niet is terug te vinden in het dossier, naar billijkheid niet aan de cliënt van de advocaat kan worden aangerekend;
  • dit alles maakt dat een bedrag van 3.354,22 euro teveel werd aangerekend.
Het arrest van de Hof van Cassatie op 6 september 2022:

De bepaling van het ereloon door een advocaat overeenkomstig artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek is een partijbeslissing die, wanneer zij wordt betwist, door de rechter kan worden gematigd indien zij kennelijk onredelijk is. De rechter mag zich hierbij niet in de plaats van de advocaat stellen, maar beschikt enkel over een marginaal toetsingsrecht. Indien de partijen een uurtarief zijn overeengekomen, draagt de advocaat de bewijslast van de geleverde prestaties en de berekeningswijze van het ereloon. Wanneer de omvang van het ereloon wordt betwist, toetst de rechter of het aantal aangerekende uren niet kennelijk onredelijk is in welk geval hij het aantal uren herleidt tot de redelijke perken.

De appelrechter die op grond van voormelde redenen de betwiste ereloonstaat van de eiseres vermindert door indeplaatsstelling van een eigen beoordeling van de toepassing van het ereloontarief, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Lees hier het arrest van 6 september 2022