De procedure van invordering van onbetwiste geldschulden (IOS-procedure) is facultatief (Pauwels Advocaten)

Auteur: Pieter Pauwels (Pauwels Advocaten)

Publicatiedatum: 02/11/2017

Cassatie 12 oktober 2017.

In een arrest van 12 oktober 2017 (C.17.0120) bevestigt het Hof van Cassatie dat de administratieve procedure van invordering van onbetwiste geldschulden voorzien in art. 1394/20 Gerechtelijk Wetboek facultatief is. De schuldeiser behoudt de mogelijkheid om de geldschulden in te vorderen via een gewone gerechtelijke procedure, zonder hiervoor te worden veroordeeld tot de gerechtskosten.

Wat vooraf ging.

Vanaf 2 juli 2016 kunnen schuldeisers hun onbetwiste geldschulden “business to business” invorderen via een geheel nieuwe procedure, de IOS-procedure of invorderingsprocedure van onbetwiste geldschulden. De IOS-procedure maakt deel uit van de eerste potpourri Wet van Minister van Justitie Koen Geens (art. 1394/20 e.v. Gerechtelijk Wetboek).

De IOS-procedure is administratief en buitengerechtelijk: de schuldeiser kan op verzoek van zijn advocaat de gerechtsdeurwaarder vragen de geldschuld in te vorderen, buiten de rechtbank om.

De gerechtsdeurwaarder maant vervolgens de debiteur aan, levert een uitvoerbare titel af en voert de titel gedwongen uit. Enkel indien de debiteur de vordering toch betwist, dient de rechtbank nog tussen te komen.

De IOS-procedure zou de invorderingen van onbetwiste facturen sneller en goedkoper moeten maken, hetgeen niet iedereen gelooft. Voornamelijk in de advocatuur wordt de IOS-procedure met argusogen bekeken omwille van een aantal nadelen die tot misbruik kunnen leiden en de schuldeiser niet altijd gediend is met de IOS-procedure. De advocatuur vond o.m. hierom dat de schuldeiser zich even goed moet kunnen wenden tot de rechtbank in het kader van een gewone gerechtelijke procedure, zonder hiervoor financieel te worden afgestraft.

Een aantal rechtbanken van Koophandel, waaronder de Rechtbank van Koophandel Gent, Afdeling Kortrijk, veroordeelden immers de schuldeiser tot de gerechtskosten wanneer die koos voor de gerechtelijke procedure in plaats van voor de administratieve invorderingsprocedure, stellende dat de schuldeiser immers had gekozen voor een duurdere invorderingsprocedure en daarom een fout had gemaakt of zich schuldig had gemaakt aan procesmisbruik.

De keuze voor een gerechtelijke invorderingsprocedure is geen fout of procesmisbruik.

In een arrest van 12 oktober 2017 (C.17.0120) bevestigt het Hof van Cassatie dat de administratieve procedure van invordering van onbetwiste geldschulden voorzien in art. 1394/20 Gerechtelijk Wetboek facultatief is. De schuldeiser behoudt de mogelijkheid om de geldschulden in te vorderen via een gewone gerechtelijke procedure, zonder hiervoor te worden veroordeeld tot de gerechtskosten.

De keuze voor een gewone gerechtelijke procedure in plaats van voor de procedure van invordering van onbetwiste geldschulden maakt op zich geen fout uit, noch geeft deze blijk van procesmisbruik.

Immers, zo stelt het Hof, via de IOS-procedure kunnen interesten en schadebedingen maximaal ten belope van 10 % van de hoofdsom worden ingevorderd, én verloopt er minstens een maand en acht dagen vooraleer een uitvoerbaar verklaard proces-verbaal van niet betwisting wordt afgeleverd. Het Hof geeft hiermee duidelijk aan dat de beide procedures duidelijke verschillen vertonen en dat de schuldeiser niet financieel kan afgestraft worden wanneer hij niet kiest voor de administratieve procedure.

Deze uitspraak is belangrijk voor de rechtspraktijk vermits het hoogste rechtscollege van het land duidelijk het keuzerecht van de schuldeiser en het facultatief karakter van de IOS-procedure heeft bevestigd.

Lees hier het originele artikel