De invloed van COVID-19 op uw burgerlijke procedure: verlenging van termijnen (Cazimir)

Auteur: Cazimir Advocaten

Publicatiedatum: 22/04/2020

COVID-19 heeft een enorme impact op ons dagelijkse leven. Ook voor de burgerlijke procedure waarin u betrokken bent, kan de huidige crisis een impact hebben.

Vanaf het ingaan van de lockdown light en de daaruit voortvloeiende beperkingen van het openbaar leven en de bewegingsvrijheid, bestaat immers het risico dat rechtshandelingen niet tijdig kunnen worden verricht.(1)

Voor de rechtbanken en hoven rijst ook het probleem dat er eerst een rechtsdag moet plaatsvinden waarop de zaak door advocaten of partijen gepleit wordt, alvorens een zaak in beraad kan worden genomen of een vonnis kan worden geveld. Ter bestrijding van COVID-19 wordt echter zoveel mogelijk thuiswerk of telewerk georganiseerd en getracht mensen zo weinig mogelijk fysiek in contact te laten komen.(2)

Door de regering werd daarom een koninklijk besluit in het leven geroepen om in deze uitzonderlijke periode tegemoet te komen aan deze bekommernissen. Dit “Koninklijk Besluit nr. 2 met betrekking tot de verlenging van de verjaringstermijnen en de andere termijnen om in rechte te treden, alsmede de verlenging van de termijnen van de rechtspleging en de schriftelijke behandeling voor de hoven en rechtbanken”(3) werd op 9 april 2020 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.(4)

We bespreken hierna de krachtlijnen van dit koninklijk besluit, waarbij wij een antwoord trachten te formuleren op de belangrijkste vragen die hierover kunnen rijzen met betrekking tot uw burgerlijke procedure.

Verlenging termijnen

Welke maatregelen nam de regering om te verhelpen aan het risico dat rechtshandelingen niet tijdig kunnen worden verricht?

Om iedereen de kans te geven om binnen een redelijke termijn na het ophouden van huidige crisisperiode alsnog op te treden en deze nadelige rechtsgevolgen te vermijden(5), worden verjaringstermijnen(6) en andere termijnen om vorderingen in te stellen bij een burgerlijk gerecht(7) die verstrijken tussen 9 april 2020 (datum van bekendmaking van het besluit)(8) tot en met 3 mei 2020 (datum die nog verlengd kan worden bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit(9) indien de crisismaatregelen langer worden aangehouden) van rechtswege verlengd tot één maand na het einde van deze (in voorkomend geval verlengde) periode.(10)

Eveneens worden in de ingeleide of nog in te leiden rechtszaken voor rechtbanken en hoven(11) de termijnen van rechtspleging (voor het verrichten van een proceshandeling zoals conclusietermijnen) en termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden(12) (hoger beroep, verzet, voorziening in cassatie,..) en waarvan het verstrijken tot verval of een andere sanctie leidt of zou kunnen leiden indien niet tijdig wordt gehandeld die tijdens dezelfde periode verstrijken van rechtswege verlengd tot één maand na afloop van deze (in voorkomend geval verlengde) periode. Indien in toepassing hiervan een termijn verlengd wordt, zullen eventueel daaropvolgende termijnen overeenkomstig de duur van deze verlenging van rechtswege aangepast worden.

Wat betekent dit bijvoorbeeld concreet voor de conclusiekalender in uw burgerlijke procedure?

Een concrete casus met betrekking tot conclusietermijnen kan dit duidelijk maken.

In het kader van een procedure moet partij A een conclusie neerleggen op 10 april, partij B op 10 mei en partij C op 10 juni.(13) Het KB nr. 2 is enkel van toepassing indien er een termijn verstrijkt in de door het KB voorziene periode; indien er geen termijn verstrijkt gedurende die periode verandert er niets.(14) De conclusietermijn van partij A valt echter binnen de in het KB voorziene periode en wordt dus verlengd tot één maand na het einde van deze periode (voorlopig bepaald op 3 mei 2020, deze termijn kan nog verlengd kan worden bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit), dus tot 3 juni 2020. De overige termijnen worden ‘aangepast’ en dus doorgeschoven: partij B zal concluderen op 3 juli en partij C op 3 augustus 2020.

Opgelet, de concrete berekening van termijnen van rechtspleging (alsook termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden) is geen sinecure. Zo moet er bij de berekening ervan onder meer ook rekening worden gehouden met termijnverlengingen indien de termijn op een feestdag verstrijkt of in het weekend, of bijvoorbeeld bij het aantekenen van bijvoorbeeld hoger beroep indien één van de partijen bijvoorbeeld in het buitenland verblijft. Wij staan u hierbij graag bij indien u hieromtrent vragen heeft en zullen u uiteraard in het kader van uw individueel dossier contacteren indien het besluit een impact heeft op uw burgerlijke procedure.

Is er een uitzondering mogelijk op de in het KB nr. 2 voorziene termijnverlenging voor termijnen van rechtspleging?

Het koninklijk besluit stelt dat deze termijnverlenging ‘van rechtswege’ en dus ‘automatisch’ plaatsvindt. Partijen moeten zelf niets doen, de wet past de termijnregeling aan.(15)

De rechtbank kan op gemotiveerd verzoek besluiten om de verlenging van de termijnen van rechtspleging uit te sluiten.(16) Daartoe moet echter worden aangetoond dat de voortzetting van de rechtspleging spoedeisend is en dat vertraging gevaar oplevert.(17)

Dit verhindert natuurlijk niet dat partijen daarnaast onderling kunnen overeenkomen om de oorspronkelijke conclusiekalender te behouden of minnelijk afwijkende termijnen overeenkomen(18), in het bijzonder om de vooropgestelde zittingsdatum niet in het gedrang te brengen. Hiertoe zal echter het akkoord van alle partijen nodig zijn.

Wat indien door deze termijnverlenging de zittingsdatum in het gedrang komt?

Indien deze termijnverlenging ertoe leidt dat de laatste termijn één maand voor de behandeling van de zaak ter zitting verstrijkt, zal de zaak verdaagd worden naar de eerstvolgende zitting een maand na afloop van de laatste termijn.(19) Alleen in dit geval zal de zaak worden uitgesteld, in de andere gevallen blijft de oorspronkelijke datum behouden.(20)

Het uitstel van de zitting gebeurt opnieuw van rechtswege, de rechtbank zal enkel een nieuwe behandelingsdatum moeten meedelen.(21)

Verschillende rechtbanken en hoven(22) riepen echter zelf reeds op om zoveel mogelijk via onderlinge akkoorden tussen partijen de initiële rechtsdag te behouden, om in de mate van het mogelijke mee te werken aan de spreiding van de behandeling van burgerlijke zaken en te voorkomen dat de rechtbanken en hoven vanaf september 2020 een dubbele hoeveelheid zaken in beraad moeten nemen.

Is de termijnverlenging voor termijnen van rechtspleging ook van toepassing op uw gerechtelijke vereffening-verdeling?

De Orde van Vlaamse Balies heeft het standpunt(23) ingenomen dat het besluit betrekking heeft op alle termijnen van rechtspleging (die beginnen te lopen na de inleiding van het rechtsgeding) die leiden tot een sanctie, zelfs los van het verval, of tot een dergelijke sanctie zouden kunnen leiden. Daarbij wordt door de Orde van Vlaamse balies ook het voorbeeld gegeven van de termijnen van aanspraken, opmerkingen en stukken in het kader van een gerechtelijke vereffening en verdeling. Deze betreffen eveneens termijnen voor het verrichten van procedurehandelingen (ze kaderen in een voor de rechter aanhangige procedure) en de niet naleving ervan leidt (of kan leiden) tot een sanctie die niet het verval is (maar waarmee de notaris-vereffenaar geen rekening houdt indien deze na het verstrijken van de termijn zijn aangebracht (behoudens akkoord van alle partijen of ontdekking van nieuwe feiten of nieuwe stukken van overwegend belang)).

Het KB nr. 2 zou overeenkomstig dit standpunt dus ook van toepassing zijn op de procedure van een gerechtelijke vereffening en verdeling.

(Voorlopige) conclusie

De regering heeft aldus de nodige maatregelen genomen om tegemoet te komen aan een aantal bezorgdheden in het kader van COVID-19. Laat uw burgerlijke procedure tijdens deze uitzonderlijke periode aldus uw laatste zorg zijn. Wij doen er immers ook alles aan om uw belangen zo goed mogelijk te behartigen en bekijken graag samen met u de gevolgen van deze crisis en de maatregelen in het het KB nr. 2 in het kader van uw individueel dossier.

De regering kondigde alvast aan dat na afkondiging van dit algemene besluit, in een tweede beweging de problemen zullen worden aangepakt die verbonden zijn aan specifieke procedures voor sommige instanties, door aanpassing van het besluit of door latere besluiten. Wij volgen dit uiteraard op de voet en houden u verder op de hoogte.

Lees hier het originele artikel