Brexit: wat met rechtsmacht en toepasselijk recht? (Schuermans Advocaten)

Auteur: Schuermans Advocaten

Publicatiedatum: 26/02/2021

Op 31 januari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Tot 31 december 2020 liep er echter nog een overgangsperiode waarin alle instrumenten van de Europese Unie, zoals verordeningen en richtlijnen, nog golden voor het VK. Deze periode liep op zijn einde op 1 januari 2021. Vanaf dat moment werd de Brexit pas echt voelbaar.

De Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds, en het VK anderzijds, sloten een Handels- en samenwerkingsovereenkomst. De overeenkomst bestaat uit drie hoofdpijlers, zijnde een nieuw economisch en sociaal partnerschap, een nieuw partnerschap over veiligheid en afspraken over handhaving. Onderwerpen die aan bod komen, zijn bijvoorbeeld handel in goederen, diensten en investeringen, digitale handel, betalingen, intellectuele eigendom, luchtvaart, goederen- en personenvervoer, visa voor korte bezoeken, uitwisseling van DNA en gezondheidsveiligheid.

Waar echter in alle talen over wordt gezwegen, is rechtsmacht en toepasselijk recht bij een geschil tussen een EU-burger en een inwoner van het VK. Welk land mag oordelen over een geschil tussen een inwoner van bijvoorbeeld België en een inwoner van het Verenigd Koninkrijk? Welk recht moet die rechter dan toepassen?

Aangezien de Handels- en samenwerkingsovereenkomst niets bepaalt over dit onderwerp, kunnen oude verdragen die tussen het VK en de afzonderlijke lidstaten van de EU gesloten zijn, opnieuw herleven.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn met het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968. België en het VK zijn lid van dit verdrag. Aangezien het nooit ontbonden werd, is het mogelijk om dit verdrag in te roepen in een geschil met een inwoner van het VK.

Dit verdrag bevat regels omtrent rechtsmacht, maar niet omtrent het toepasselijke recht.

Wellicht is het derhalve aangewezen om voor dat aspect terug te grijpen naar het nationale internationaal privaatrecht. Voor België is dat het Wetboek van Internationaal Privaatrecht of afgekort WIPR.

Lees hier het originele artikel