Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker ons jaarabonnement 

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen

Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)

Webinar op donderdag 2 juli 2026


Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW

Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)

Webinar op vrijdag 5 juni 2026


Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen

Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)

Webinar op vrijdag 27 maart 2026

Bewijs en de rol van de rechter. Cass.16 oktober 2025 (Recht op zaterdag)

Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)

Krachtens artikel 877 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, wanneer er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, bevelen dat het stuk of een eensluidend afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging wordt gevoegd.

De partij die de overlegging van een stuk vordert, dient niet het bewijs te leveren dat het stuk waarvan de overlegging wordt gevorderd, daadwerkelijk het bewijs van het terzake dienend feit inhoudt. Het volstaat dat die partij aanwijzingen in dat verband aanbrengt.

Het recht op bewijs is het recht van elke procespartij om de bewijselementen over te leggen waarover zij zelf beschikt en om aan de rechter te vragen dat de bewijselementen waarover zij niet beschikt, zouden worden verzameld door de uitvoering van bepaalde onderzoeksmaatregelen, waarover de rechter oordeelt. Het recht op bewijs is geen onbeperkt recht, en schakelt bijgevolg de beoordelingsvrijheid van de rechter niet uit.

De rechter kan, zonder miskenning van het recht op bewijs, het verzoek een onderzoeksmaatregel te bevelen teneinde een welbepaald feit te kunnen bewijzen – zoals de overlegging van stukken door een partij of een derde – afwijzen wanneer hij vaststelt dat geen enkel gegeven voorligt dat dit aangevoerde feit aannemelijk maakt.

De rechter miskent evenwel het recht op bewijs wanneer hij het verzoek afwijst om reden dat zekerheid moet bestaan over het bestaan van het litigieuze feit en dat dit feit niet (door feitelijke vermoedens in de zin van artikel 8.29 van het Burgerlijk Wetboek of door andere bewijsmiddelen) wordt bewezen.

De rechter kan m.a.w. het verzoek tot overlegging van een stuk niet afwijzen om reden dat de verzoeker het ter zake dienende feit niet aantoont. De overlegging van het stuk wordt immers precies gevorderd opdat dit bewijs zou kunnen geleverd worden.

Het feit dat artikel 875bis van het Gerechtelijk Wetboek voorschrijft dat de rechter de keuze van de onderzoeksmaatregel en de inhoud van die maatregel beperkt tot wat volstaat om het geschil op te lossen, mede in het licht van de verhouding van de verwachte kosten van de maatregel tot de inzet van het geschil en waarbij de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel de voorkeur geniet, verhindert niet dat de rechter voormeld recht op bewijs dient te eerbiedigen.

Lees hier het arrest

» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure

Boeken in de kijker: