Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 27 maart 2026
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW
Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)
Webinar op vrijdag 5 juni 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bewijs. Betwisting van verzending van een aanslagbiljet. Cass. 23 oktober 2025 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
De loutere bewering door de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet verzonden is, heeft niet tot gevolg dat het bestuur dat voorhoudt dat het op het juiste adres van de belastingplichtige en in de gepaste vorm een aanslagbiljet heeft verzonden, ook het bewijs moet leveren dat die verzending effectief is gebeurd.
Het hof van beroep te Antwerpen stelt op 9 januari 2024 vast en oordeelt dat:
- de aanslag werd ingekohierd op 18 december 2019 en het aanslagbiljet als datum van verzending 19 december 2019 vermeldt
- het aanslagbiljet werd geadresseerd aan de eiseres op haar adres Prins Boudewijnlaan 130, 2650 Edegem, waarbij niet betwist wordt dat dit het adres van haar maatschappelijke zetel is
- ook het bericht van wijziging, de kennisgeving van beslissing tot taxatie en de briefwisseling inzake btw naar dit adres werden verzonden en dit tevens het domicilie betreft van de zaakvoerder van de eiseres
De appelrechters konden op grond van deze redenen zonder schending van artikel 371 WIB92 oordelen dat de bestreden aanslag, middels het aanslagbiljet waarvan een kopie werd gevoegd in het administratief dossier op 19 december 2019 regelmatig aan de eiseres werd toegezonden en dat uit de enkele vaststelling dat de aanslag manueel werd ingekohierd het tegendeel niet kon worden afgeleid.
De appelrechters stellen vervolgens vast en oordelen dat:
- de eiseres niet aantoont pas naar aanleiding van het dwangbevel houdende een bevel tot betaling van 24 september 2020 kennis te hebben gekregen van de betrokken aanslag
- dit een loutere bewering betreft die niet ondersteund wordt door objectief controleerbare stukken en het enkele feit dat de eiseres wel tijdig reageerde op het bericht van wijziging niet bewijst dat ze pas in september 2020 kennis kreeg van de betrokken aanslag
- de eiseres de betrokken belastingschuld in haar interne jaarrekening voor boekjaar 2019 heeft opgenomen als betwiste belastingen
- de eiseres bovendien inzake btw werd ingelicht van het bestaan van de betrokken belasting waarop btw-tegoeden werden aangewend
- op 24 juni 2020 een betaalherinnering werd verzonden naar de eiseres, eveneens op het adres van haar maatschappelijke zetel.
Met voormelde redenen geven de appelrechters te kennen dat de eiseres naar aanleiding van de verzending op 19 december 2019 van het aanslagbiljet kennis heeft gekregen van deze aanslag.
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure














