Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 27 maart 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Deontologie van advocaten:
drie capita selecta
Mr. Frank Judo (Liedekerke / Stafhouder balie Brussel)
Webinar op dinsdag 26 mei 2026
Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW
Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)
Webinar op vrijdag 5 juni 2026
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Bankagent en onjuiste bedragen in kasbladen. Beschermde geschriften in de zin van art. 193 Strafwetboek? Cassatie-arrest van 17 september 2024 (LegalNews)
Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)
De visie van het Hof van Cassatie
Het misdrijf van valsheid in geschriften als bedoeld in de artikelen 193, 196 en 214 Strafwetboek bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een nadeel kan ontstaan.
Een door de wet beschermd geschrift in de zin van die bepalingen is een geschrift dat in een zekere mate tot bewijs kan strekken, dit is zich aan het openbare vertrouwen opdringen, zodat de overheid of particulieren die ervan kennis nemen of aan wie het wordt voorgelegd, kunnen overtuigd zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het rechtsfeit in dat geschrift vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten.
Een geschrift dat slechts bewijswaarde heeft na aanvaarding door de bestemmeling dringt zich in de regel niet op aan het openbaar vertrouwen. Dit is slechts anders wanneer de bestemmeling de in het geschrift voorkomende vermeldingen onmogelijk kan controleren of die controle door toedoen van de uitreiker onmogelijk is gemaakt. Het staat aan de rechter uit te maken of dit het geval is, onder meer gelet op de context waarin het geschrift wordt voorgelegd.
Het geschrift waarbij de agent van een bankinstelling gevolg geeft aan het verzoek van deze laatste om in het kader van een occasionele controle opgave te doen van de op dat moment in het bankkantoor aanwezige contante gelden in de kas en in de kluis, kan ten aanzien van deze bankinstelling in zekere mate tot bewijs strekken van wat erin wordt vermeld of vastgesteld.
Dit is het geval wanneer het voor de bankinstelling in de regel onmogelijk is om dat geschrift onmiddellijk op zijn echtheid te controleren.
De omstandigheid dat de bankinstelling door middel van een navolgende, meer grondige inspectie de onjuistheid van het geschrift van de agent kan vaststellen, belet de rechter niet te oordelen dat het een strafrechtelijk beschermd geschrift is.
De rechter oordeelt daarover onaantastbaar op grond van de concrete hem voorgelegde gegevens. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure












