Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027
Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)
Webinar op vrijdag 16 april 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker onze voordeelformules!
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Ondernemingsstrafrecht:
de ingrijpende wijzigingen vanaf 1 september 2026
Mr. Stijn De Meulenaer en mr. Danique Van Mechelen (Everest)
Webinar op dinsdag 24 november 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Afschaffing recht van hoger bod (legal@vise)
Auteur: Alain Van Royen (legal@vise)
Publicatiedatum: 23/10/2017
Op 13 juli 2017 werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers de wet goedgekeurd waarbij het Boek XX “Insolventie van ondernemingen” wordt ingevoegd in het Wetboek Economisch Recht.
Ingevolge deze wijziging worden – benevens ondermeer de afschaffing van de Faillissementswet d.d. 8 augustus 1997 en de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen d.d. 31 januari 2009 (WCO) – er ook belangrijke wijzigingen doorgevoerd op het vlak van de gerechtelijke openbare verkoop, zoals bij faillissement, beslag en collectieve schuldenregeling en de minnelijke openbare verkoop onder gerechtelijke vorm, de zgn. semi-gerechtelijke openbare verkopen, zoals de openbare verkoop met minderjarigen, onbekwamen, aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving…
Eén van de meest in het oog springende wijzigingen is de afschaffing van het recht van hoger bod.
Dit “recht” dat reeds sedert jaar en dag gekend is bij kandidaat-kopers op openbare verkopingen en deel uitmaakt van de cultuur dienaangaande wordt impliciet afgeschaft door de nieuwe artikelen 1193 en 1587 van het Gerechtelijk Wetboek die bepalen dat de toewijzing in één enkele zitting geschiedt.
Vanaf 1 mei 2018 zal er dan ook bij gerechtelijke openbare verkopen en minnelijke openbare verkopen onder gerechtelijke vorm slechts met één, al dan niet gedematerialiseerde, zitting worden gewerkt. Er werd tevens voorzien dat een vervroegde inwerkingtreding mogelijk is via Koninklijk Besluit.
Reden voor deze grondige wijzing? Het formalisme (deurwaardersexploot) en de (deurwaarders)kosten voor de opbieder. Dit laatste was in praktijk louter theorie, gezien deze kosten ten laste van de massa werden genomen en werden terugbetaald aan de eerste opbieder.
Gevolgen? Men zal enkel nog 1 zitdag hebben om tot prijsvorming te komen, de kandidaat-kopers zullen stante pende moeten beslissen wat hun hoogste en laatste bod zal zijn, de bedenktijd van 15 dagen is immers weggevallen…
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure














