Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?

Overweeg dan zeker onze voordeelformules!

 

Krijg toegang tot +250 opleidingen

Live & on demand webinars

Met tussenkomst van de kmo-portefeuille


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Antiwitwaskader:
de fundamentele wijzigingen
vanaf 10 juli 2027

Mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op vrijdag 16 april 2026


Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 19 maart 2027


Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Aansprakelijkheid van medische beroepsbeoefenaars en zorginstellingen anno 2027

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)

Webinar op vrijdag 15 oktober 2027

Aansprakelijkheid bij afbreken onderhandelingen. De gerechtelijke bekentenis. Cass. 17 april 2026 (Eric B.)

Auteur: Eric B.

Samenvatting gemaakt met behulp van AI

Feiten

Twee vennootschappen onderhandelden over een hotelproject. De verweerster verbrak de onderhandelingen op 16 november 2001 zonder waarschuwing. Een eerder arrest stelde vast dat de verweerster hierdoor een fout beging. De eiseres vorderde schadevergoeding voor het verlies van een kans om het project met een andere exploitant te realiseren. Het hof van beroep oordeelde later dat deze kans onbestaande was, omdat de eiseres geen realistische financieringsstructuur of eigen middelen kon voorleggen. Andere exploitanten hadden bovendien geen actuele interesse of financiering voor het project.

Verweermiddelen

De eiseres stelde voorziening in cassatie in. Zij voerde aan dat de rechter in een eerdere beslissing over de heropening van het debat het bestaan van de kans al had erkend. Zij stelde ook dat zij kans had op alternatieve financiering via een handelshuur of een andere bank. Tot slot betwistte de eiseres dat de rechter uitspraken in haar eigen conclusies mocht beschouwen als een gerechtelijke bekentenis over het gebrek aan eigen middelen. Volgens de eiseres had de rechter hiervoor een bijzondere volmacht van haar advocaat moeten eisen.

Principes

Het Hof oordeelt dat het eerdere arrest over de heropening van de debatten geen beslissende motieven bevatte over het bestaan van de kans. De beoordeling of een verloren kans in de feiten bestond, behoort tot de bevoegdheid van de feitenrechter. Volgens het Gerechtelijk Wetboek treedt een advocaat op als mandataris zonder een volmacht te moeten voorleggen, tenzij de wet een bijzondere volmacht vereist. Indien de partij waartegen de bekentenis wordt ingeroepen deze niet betwist, moet de rechter de overlegging van een bijzondere volmacht van de advocaat niet eisen om het bestaan van de bekentenis in de conclusies te weerhouden.

Besluit

Het Hof verwerpt de voorziening.

Lees hier het arrest

Boeken in de kijker: