Drafting agreements in English: mastering the consequences

Webinar op 11 mei 2023

Het verbintenissenrecht
anno 2023:
12 actuele kernvragen
(Incl. handboek)

Webinar op 7 februari 2023

De bedrijfsleider en strafrechtelijk risicobeheer

Webinar op 10 februari 2023

De uitbreiding van de fiscale
aanslag- en onderzoekstermijnen

Webinar op 26 januari 2023

Het nieuwe bewijsrecht:
maar wat nu in de praktijk?

Webinar op 27 januari 

Voordeelpakket
‘Beslag, borgstelling en zekerheden’

 4 webinars on demand

Aannemingsovereenkomst zonder schriftelijk bewijs: de bekentenis levert een bewijs op tegen wie ze heeft gedaan. Cassatie 5 december 2022 (LegalNews)

Auteur: Marc Vandecasteele (LegalNews)

Wat waren de feiten?

Een schildersbedrijf uit Knokke streeft de betaling na van een factuur ten bedrage van €32.340,81 exclusief btw voor van schilderwerken aan een woning waarvan de partijen in het geding voor een deel blote mede-eigenaars zijn en die een van de partijen samen met hun moeder bewoont.

Partijen weigeren de betaling en  stellen dat zij niet de opdrachtgevers van de werken zijn omdat zij de oorspronkelijke offerte ten bedrage van €3.935,16 exclusief btw niet hebben onderschreven en zij in de waan verkeerden dat hun moeder op die offerte was ingegaan.

Het schildersbedrijf voert aan dat partijen tijdens de uitvoering van de werken, zoals de werklieden verklaarden, tal van meerwerken bestelden zodat de prijs van de oorspronkelijk bedoelde werken opliep tot het bedrag van €32.340,81. Partijen betwisten als zodanig niet meerwerken te hebben besteld.

De visie van hof van beroep te Gent op 29 september 2021

Het hof van beroep is van mening dat de partijen in de gegeven omstandigheden geen bewezen rechtshandelingen hebben gesteld die moeten worden beschouwd als de uitvoering van een aannemingsovereenkomst en beslist dat het schildersbedrijf, bij gebrek aan schriftelijk bewijs van een aannemingsovereenkomst vergeefs betaling nastreeft van haar factuur.

Het standpunt van het Hof van Cassatie op 5 december 2022

1. Krachtens artikel 8.3, eerste lid BW moeten, behoudens andersluidende wettelijke bepaling, feiten of rechtshandelingen worden bewezen wanneer ze aangevoerd en betwist zijn.

Krachtens artikel 8.31, tweede lid BW kan de buitengerechtelijke bekentenis voortvloeien uit het gedrag van een van de partijen, zoals de uitvoering van een overeenkomst, en kan dat gedrag met alle bewijsmiddelen worden aangetoond.

Krachtens artikel 8.31, derde lid BW heeft de buitengerechtelijke bekentenis dezelfde bewijswaarde als de gerechtelijke bekentenis.

Krachtens artikel 8.32, tweede lid BW levert de bekentenis een bewijs op tegen wie ze heeft gedaan, tenzij ze niet oprecht is.

2. Een aannemingsovereenkomst in de zin van de artikelen 1779, 3°, en 1787 Oud BW kan worden bewezen door het gedrag van een van de partijen zoals de bestelling van meerwerken.

De appelrechter die in de gegeven omstandigheden oordeelt dat de verweerders geen bewezen rechtshandelingen hebben gesteld die moeten worden beschouwd als de uitvoering van een aannemingsovereenkomst en zodoende beslist dat de eiseres, bij gebrek aan schriftelijk bewijs van een aannemingsovereenkomst met de verweerders, vergeefs betaling nastreeft van haar factuur ten bedrage van €32.340,81 exclusief btw, schendt voormelde wetsbepalingen.

Lees hier het Cassatie-arrest van 5 december 2022

Op vrijdag 27 januari 2023 geeft dhr. Pierre Thiriar (raadsheer hof van beroep Antwerpen / praktijkassistent UAntwerpen) een webinar van twee uren (15.00-17.00 uur) over ‘Het nieuwe bewijsrecht: maar wat nu in de praktijk?’ met een antwoord op de vele vragen die de invoering van het nieuwe bewijsrecht met zich meebrengt. Eerder dan op het theoretisch kader, ligt de nadruk tijdens deze webinar werkelijk op de concrete toepassing van deze nieuwe regelgeving in de dagdagelijkse praktijk van het recht.