>>>‘Vertegenwoordiging’ in Boek 1 ‘Algemene bepalingen’ van het Burgerlijk Wetboek, neergelegd op 24 februari 2021 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers (LegalNews)

‘Vertegenwoordiging’ in Boek 1 ‘Algemene bepalingen’ van het Burgerlijk Wetboek, neergelegd op 24 februari 2021 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 23/03/2021

Op 24 februari 2021 werd een wetsvoorstel tot invoeging van boek 1 ‘Algemene bepalingen’ in het nieuw Burgerlijk Wetboek bij de Kamer van volksvertegenwoordigers neergelegd.

Het wetsvoorstel werd ingediend door de heren Koen Geens en Khalil Aouasti, de dames Nathalie Gilson, Claire Hugon en Katja Gabriëls en de heren Ben Segers en Stefaan Van Hecke.

In deze bijdrage staan we stil bij artikel 1.8, het belang van het begrip ‘vertegenwoordiging’

§ 1. Er is sprake van vertegenwoordiging wanneer een persoon ermee belast is een rechtshandeling te verrichten voor rekening van een ander. De vertegenwoordiging is onmiddellijk wanneer de vertegenwoordiger de rechtshandeling verricht in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde persoon. Zij is middellijk wanneer de vertegenwoordiger die handeling in eigen naam verricht, maar voor rekening van de vertegenwoordigde persoon.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Het Burgerlijk Wetboek omvat tal van bepalingen inzake het contract van lastgeving (artikelen 1984 tot en met 2010). Dit contract is echter slechts een bijzondere toepassing van een bredere techniek, nl. de vertegenwoordiging, waaraan in het oude wetboek geen algemene bepalingen waren gewijd. De voorgestelde bepaling vult de leemte op door enkele verworvenheden uit de rechtsleer en de rechtspraak te bevestigen, zonder de materie volledig te regelen.

Meer precies, beoogt dit artikel niet af te wijken van de regels op het vlak van de vertegenwoordiging van beschermde personen. Men spreekt van vertegenwoordiging wanneer rechtsgevolgen worden toegerekend aan een ander dan de handelende persoon. De vertegenwoordiging kan betrekking hebben op de meest uiteenlopende rechtshandelingen (totstandkoming van een contract, ingebrekestelling, betaling, proceshandeling, aangifte van belastingen, enz.). Vandaar dat dit artikel in dit inleidende gedeelte staat. Slechts uitzonderlijk is vertegenwoordiging omwille van de aard van de handeling of op grond van een wettelijke bepaling verboden (bijvoorbeeld het huwelijk, een testament, een eed, een persoonlijke verschijning voor de rechter).

§ 2. Vertegenwoordiging vindt haar oorsprong in een rechtshandeling, een gerechtelijke beslissing of de wet.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Vertegenwoordiging kan zijn oorsprong vinden in een rechtshandeling, de wet (met inbegrip van de schijnvertegenwoordiging) of een rechterlijke beslissing (met inbegrip van een arbitrale beslissing). Dit wordt bevestigd in de tweede paragraaf.

§ 3. Bij onmiddellijke vertegenwoordiging brengt de door de vertegenwoordiger verrichte rechtshandeling rechtsgevolgen teweeg tussen de vertegenwoordigde en de derde.Bij middellijke vertegenwoordiging brengt de door de vertegenwoordiger verrichte rechtshandeling rechtsgevolgen teweeg tussen de laatstgenoemde en de derde.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

De vertegenwoordiging kan verschillende vormen aannemen naargelang de wijze waarop de vertegenwoordiger optreedt.

Wanneer de vertegenwoordiger optreedt in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde spreekt men van onmiddellijke vertegenwoordiging (dat is in beginsel het geval bij lastgeving). In dat geval worden de door de vertegenwoordiger verrichte rechtshandelingen rechtstreeks toegerekend aan de vertegenwoordigde. Aan het vereiste van optreden “in naam van” kan ook voldaan zijn, wanneer de derde slechts kennis heeft van het bestaan van de vertegenwoordigde, maar niet van zijn identiteit (zogenaamde bepaalbare vertegenwoordiging). Ook hier is er sprake van rechtstreekse toerekening.
Treedt de vertegenwoordiger op voor rekening van de vertegenwoordigde, maar in eigen naam, dat spreekt men van middellijke vertegenwoordiging (wat met name het geval is bij naamlening en commissie en uitzonderlijk bij lastgeving.

In dat geval vindt geen rechtstreekse toerekening plaats tussen de opdrachtgever en de derde met wie de vertegenwoordiger (bijvoorbeeld de commissionair) heeft gehandeld.

In paragraaf 3 worden de, eensgezind erkende, gevolgen bepaald van de vertegenwoordiging wanneer de door de vertegenwoordiger verrichte rechtshandeling de hem toevertrouwde opdracht niet overschrijdt. Paragraaf 3 doet geen afbreuk aan de zakenrechtelijke gevolgen van de commissieovereenkomst. Bij commissie wordt immers aangenomen dat deze gevolgen rechtstreeks worden toegerekend aan de opdrachtgever, de committent.

§ 4. Indien, bij onmiddellijke vertegenwoordiging, de vertegenwoordiger een rechtshandeling verricht zonder daartoe bevoegd te zijn, verbindt de rechtshandeling de vertegenwoordigde niet ten aanzien van derden, behalve als hij deze bekrachtigt. De bekrachtiging werkt terug tot op de datum waarop de rechtshandeling is verricht, onverminderd de door derden verkregen rechten.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

In paragraaf 4, die eigen is aan onmiddellijke vertegenwoordiging, worden de gevolgen bepaald die gepaard gaan met het feit dat de vertegenwoordiger de grenzen van zijn volmacht heeft miskend.

Het eerste lid vloeit voort uit een veralgemening van artikel 1998 Burgerlijk Wetboek, inzake de lastgeving. Als de vertegenwoordiger zijn volmacht overschrijdt, verbindt de rechtshandeling de persoon, die de vertegenwoordiger beweerde te vertegenwoordigen, niet.

Voorbehoud moet worden gemaakt voor het geval dat die persoon de rechtshandeling zou bekrachtigen (tweede lid).

§ 5. De vertegenwoordigde is eveneens gebonden ten aanzien van de derde met wie de vertegenwoordiger heeft gehandeld, wanneer de derde rechtmatig mocht vertrouwen op de schijn van bevoegdheid die de vertegenwoordigde uit vrije wil heeft doen ontstaan of laten voortbestaan, zelfs zonder fout van de vertegenwoordigde.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Paragraaf 5 beschermt de derde te goede trouw die heeft gehandeld met een slechts in schijn bevoegde vertegenwoordiger. De regel uit paragraaf 4 lijdt uitzondering wanneer de derde met wie de vertegenwoordiger heeft gehandeld, een rechtmatig vertrouwen heeft kunnen stellen in een schijn van bevoegdheid, die kan worden toegerekend aan het al dan niet foutieve gedrag van de zogenaamd vertegenwoordigde persoon. Deze toerekening als gevolg van het rechtmatig vertrouwen wordt door de rechtspraak van het Hof van Cassatie in talrijke arresten erkend. Benadrukt wordt dat de gewekte schijn toerekenbaar is aan een handeling die de schijnvertegenwoordigde vrijwillig heeft verricht. De correctiemechanismen gebaseerd op de zaakwaarneming en de ongerechtvaardigde verrijking kunnen de derde eveneens ten goede komen.

Lees hier de volledige fiche van wetsvoorstel

2021-04-11T10:37:47+00:00 24 maart 2021|Categories: Verbintenissen- en zakenrecht|