>>>Verbintenissen in solidum in Boek 5 ‘Verbintenissen’ van het Burgerlijk Wetboek, neergelegd op 24 februari 2021 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers (LegalNews)

Verbintenissen in solidum in Boek 5 ‘Verbintenissen’ van het Burgerlijk Wetboek, neergelegd op 24 februari 2021 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 13/03/2021

Op 24 februari 2021 werd opnieuw een wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek bij de Kamer van volksvertegenwoordigers neergelegd.

Het wetsvoorstel werd ingediend door de heren Koen Geens en Khalil Aouasti, de dames Nathalie Gilson, Claire Hugon en Katja Gabriëls en de heren Ben Segers en Stefaan Van Hecke

In deze bijdrage staan we stil bij de artikelen over ‘Verbintenissen in solidum’ (twee korte artikelen, maar met een zeer uitgebreide toelichting)

Artikel 5.168. Definitie

Schuldenaars zijn in solidum gehouden wanneer zij, buiten de gevallen van passieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid en hoewel ze verbonden zijn jegens de schuldeiser door onderscheiden verbintenissen, elk gehouden zijn tot de gehele betaling. Wanneer het verbintenissen betreft tot betaling van een geldsom en de bedragen ervan verschillen, is elke schuldenaar in solidum gehouden tot de gehele betaling van het laagste bedrag.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Deze afdeling regelt met nieuwe bepalingen de derde afwijking van het beginsel van de verdeling dat geldt bij pluraliteit van schuldenaars. Zij verwoordt de meerderheidsopvatting in de rechtspraak en de rechtsleer.
Het artikel erkent de zogenaamde “verbintenis in solidum” en wil een wettelijke basis geven aan de uiteenlopende situaties waarin een “gehoudenheid voor het geheel” wordt aanvaard, buiten een geval van passieve hoofdelijkheid of ondeelbaarheid. De definitie blijft bewust breed omdat er zeer diverse bronnen bestaan die zich niet gemakkelijk onder één noemer laten vatten.

De “verbintenis in solidum” is al langer aanvaard door een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie en is breed erkend in de doctrine.

Zij biedt een deel van de voordelen van de passieve hoofdelijkheid in situaties waar de wetgever de hoofdelijkheid niet heeft ingevoerd en waar de betrokken schuldeiser evenmin de kans kreeg om de passieve hoofdelijkheid vast te leggen.

De belangrijkste bron zijn samenlopende fouten – die kunnen leiden tot buitencontractuele, contractuele, foutloze of wettelijke aansprakelijkheid – van onderscheiden schadeveroorzakers elk noodzakelijk hebben bijgedragen tot de concrete schade.

Dank zij de verbintenis in solidum heeft de benadeelde de mogelijkheid om zich, naar keuze, voor het geheel van de schadevergoeding te keren tegen elke schuldenaar (de dader, zijn burgerrechtelijk verantwoordelijke, …), zonder uiteraard meer dan eenmaal de vergoeding van zijn schade te kunnen bekomen. Zo kunnen, in de context van de buitencontractuele aansprakelijkheid, de ouders en de leraar, de bewaarders van eenzelfde voorwerp, in solidum gehouden zijn jegens het slachtoffer uit hoofde van hun onderscheiden onrechtmatige daden.

In antwoord op de opmerkingen van de Raad van State, is de oorspronkelijke bepaling verduidelijkt en wordt gepreciseerd dat een veroordeling van meerdere aansprakelijken in solidum tot herstel in natura mogelijk is. Ook wanneer de samenlopende fouten tekortkomingen uitmaken aan contractuele verbintenissen, voortspruitend uit eenzelfde contract of uit onderscheiden contracten, wordt de in solidum verbintenis aanvaard. Zo kunnen architect en aannemer, een chirurg en een ziekenhuis of nog, opeenvolgende verkopers in solidum aansprakelijk zijn.

De ene fout mag ook contractueel zijn en de andere buitencontractueel (zoals bij derde-medeplichtigheid aan contractbreuk). De in solidum verbintenis strekt vaak tot het geven van een bijzondere waarborg aan de schuldeiser – die zijn vlotte betaling moet verzekeren en het risico van insolvabiliteit moet verleggen naar de co-debiteurs.

Daarnaast erkent de rechtspraak de gehoudenheid in solidum buiten het aansprakelijkheidsrecht, zoals tussen de delegans en de gedelegeerde schuldenaar jegens de schuldeiser/delegataris; tussen de dader van een ongeval en de verzekeraar die de burgerlijke aansprakelijkheid van de dader dekt jegens het slachtoffer telkens deze een rechtstreekse vordering heeft tegen de verzekeraar (zie bv. art. 150 W.Verz.); tussen niet-hoofdelijke medeborgen van eenzelfde schuldenaar voor eenzelfde schuld jegens de schuldeiser. Ten slotte zijn er diverse wettelijke bepalingen die een in solidum verbintenis opleggen. Dit is een van de redenen waarom het voorstel de latijnse naam behoudt.

Art. 5.169. Gevolgen

De artikelen 5.161, 5.162, 5.164 en 5.165 zijn overeenkomstig van toepassing, tenzij dit onverenigbaar zou zijn met de aard of strekking, of met het eigen regime van de verbintenis.

De bijkomende gevolgen van de passieve hoofdelijkheid, bepaald in artikel 5.163, vinden geen toepassing, tenzij de wet of het contract anders bepaalt.

(Toelichting in het wetsvoorstel – eigen selectie zonder verwijzingen)

Het eerste lid regelt de hoofdgevolgen en de tegenwerpelijkheid van de excepties in de obligatio-verhouding, de gevolgen op het vlak van de contributio van in solidum gehouden schuldenaars, alsook het gevolg van het overlijden van een van de medeschuldenaars.

Voor al deze aspecten kunnen de gevolgen van de passieve hoofdelijkheid in beginsel overgenomen worden. Om die reden worden de artikelen over de passieve hoofdelijkheid in deze kettingbepaling van overeenkomstige toepassing verklaard. Toch bevat het eerste lid een nuancering door rekening te houden met de mogelijkheid dat de toepassing van de regels van de passieve hoofdelijkheid “onverenigbaar zou zijn met de aard of de strekking, of het eigen regime van de verbintenis”.

De passieve hoofdelijkheid is immers gekenmerkt door de een eenheid van voorwerp en de pluraliteit van rechtsbanden, terwijl men bij een verbintenis in solidum te maken krijgt met een pluraliteit van voorwerpen én van rechtsbanden. Zowel de bron (onderscheiden samenlopende fouten, verschillende contractuele verbintenissen, de werking van een rechtsfiguur waarbij meerdere schuldenaars minstens voor een deel tot dezelfde prestatie zijn verbonden), als de aard (delictuele, contractuele, foutloze of wettelijke aansprakelijkheid; bewezen of vermoede fouten) en het bedrag en omvang van ieders verbintenis kan verschillen.

Het is ook omwille van dit onderscheid dat het tweede lid de bijkomende gevolgen van de passieve hoofdelijkheid niet van toepassing verklaart bij de gehoudenheid in solidum.

Het voorgestelde artikel geeft de stand weer van het geldend recht en houdt dus rekening met mogelijke, punctuele nuanceringen. Het is algemeen aanvaard dat de hoofdgevolgen van de passieve hoofdelijkheid hier toepassing vinden, met inbegrip van de tegenwerpelijkheid van excepties.
Ook de doctrine verdedigt dit uitgangspunt.

Specifieke regimes kunnen hier evenwel van afwijken, zoals bij de niet-hoofdelijke borgen.

Wat de tegenwerpelijkheid van de excepties betreft, kan elke debiteur gemeenschappelijke excepties inroepen, zoals betaling, schuldvergelijking en novatio.

Ook zuiver persoonlijke excepties zijn denkbaar (zoals een termijn die enkel aan één schuldenaar is toegekend of een verjaringstermijn eigen aan zijn schuld). Zij vloeien voort uit de aard of het specifieke regime van de eigen schuld en zullen talrijker zijn dan de gemeenschappelijke excepties.
De regels over de gunstige weerslag van gewoon persoonlijke excepties, zoals schuldvermenging en kwijtschelding van schuld, op de hoofdelijke medeschuldenaars die hun schuld verminderd zien met het aandeel van de debiteur die van die exceptie geniet, gelden in beginsel ook bij de in solidum-verbintenis.

Maar het voorstel houdt ermee rekening dat nuanceringen kunnen voortvloeien uit de eigen aard van de verbintenis of van haar eigen regime. Zo nam het Hof van Cassatie een strikte interpretatie aan van het oude artikel 1285, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek: het vermoeden van kwijtschelding aan alle medeschuldenaars wanneer de schuldeiser één onder hen kwijtscheldt zonder voorbehoud tegenover de anderen, zou niet kunnen uitgebreid worden tot de verbintenis in solidum.

Het voorstel herformuleert artikel 1285 (zie hoger art. 5 162, § 2) en maakt het toepasselijk bij een verbintenis in solidum. Bevat de kwijtschelding een voorbehoud van de rechten van de schuldeiser, is het trouwens billijk dat de medeschuldenaars het aandeel van de kwijtgescholden schuldenaar in mindering van de schuld kunnen brengen.

Het is gesteund op het beginsel dat de schuldeiser de situatie van de medeschuldenaars niet, zonder hun toestemming mag verzwaren. Om dezelfde reden zal de kwijtschelding zonder voorbehoud gelden als een algemene kwijtschelding. De bijkomende gevolgen van de passieve hoofdelijkheid gelden daarentegen niet bij de gehoudenheid in solidum, tenzij afwijkingen bij wet (bv. art. 89, § 4, W. Verz.) of contract. De doctrine is hierover eensgezind. De verregaande nevengevolgen die gerechtvaardigd zijn bij passieve hoofdelijkheid omwille van de eenheid van voorwerp, botsen hier op de pluraliteit van voorwerpen.

Wat de erfgenamen van een vooroverleden in solidum gehouden medeschuldenaar betreft, is het artikel 5 165 van de passieve hoofdelijkheid van toepassing. Onder erfgenamen van een in solidum gehouden schuldenaar is het gemeenschappelijk deel van de schulden evenzeer deelbaar.

Wat de bijdrage van de medeschuldenaars tot de schuld aangaat, gelden de regels uit artikel 5 164 over de passieve hoofdelijkheid, doch met de mogelijke aanpassingen. Het is immers moeilijk om voor het verhaals- of regresrecht en voor de concrete verdeling van ieders bijdragend aandeel absolute regels vast te leggen, gelet op de zeer uiteenlopende bronnen van verbintenissen in solidum en hun specifieke.

Wat het verhaalsrecht betreft, geldt als uitgangspunt dat wie van de co-debiteurs meer dan zijn aandeel heeft betaald, dit in de regel kan verhalen op de anderen.

Maar soms sluit de wetgever een regresvordering uit (zo heeft de verzekeraar van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid die het slachtoffer uitbetaalde op basis van diens rechtstreekse vordering, geen verhaal tegen zijn verzekerde, behalve wanneer de wet of de polis daarin voorziet); soms ook is het eigen aan de figuur die bron is van in solidum gehoudenheid dat de solvens geen verhaal heeft (zo wanneer de hoofdschuldenaar de schuldeiser heeft betaald, kan hij geen verhaal nemen tegen de borg). Beschikt de solvens over een verhaalsrecht, dan veronderstelt dit, zoals bij de passieve hoofdelijkheid, dat de schuld verdeeld wordt tussen de co-debiteurs. Ook hier bestaan afwijkingen. Zo kan de solvens in sommige situaties de gehele schuld verhalen (wanneer de niet-hoofdelijke medeborg de schuld voldeed, moet hij zijn verhaal niet verdelen, maar mag hij de volledige schuld verhalen op de hoofdschuldenaar; zo kan een persoon die ingevolge een aansprakelijkheidsvermoeden het slachtoffer heeft vergoed, de gehele schuld verhalen op de persoon voor wie zij instond).

Bekijk hier de volledige fiche van het wetsvoorstel

2021-04-11T10:32:44+00:00 13 maart 2021|Categories: Verbintenissen- en zakenrecht|