>>>Het contract als bron van verbintenis: wat brengt de toekomst na de indiening van het wetsvoorstel op 3 april 2019? (LegalNews.be)

Het contract als bron van verbintenis: wat brengt de toekomst na de indiening van het wetsvoorstel op 3 april 2019? (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 04/05/2019

Op 3 april 2019 werd het Wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek ingediend in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

LegalNews.be selecteerde de artikelen inzake de definitie van het contract en een aantal opgesomde contracten:

Artikel 5.8. – Definitie van het contract

Definitie:

Een contract, of overeenkomst, is een wilsovereenstemming tussen twee of meer personen met de bedoeling rechtsgevolgen te doen ontstaan.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel vervangt oud artikel 1101 van het Burgerlijk Wetboek en is geïnspireerd op artikel 1101 C. civ. fr. (zie ook: P. WÉRY, I, nr. 37). Contract en overeenkomst worden opgevat als synoniemen. De rechtsgevolgen beoogd door een contract zijn bijvoorbeeld het vestigen, het vaststellen, het modaliseren, het schorsen, het overdragen, het wijzigen of het uitdoven van subjectieve rechten, de oprichting van een rechtspersoon in de gevallen bepaald door de wet.

Artikel 5.9. Consensuele, plechtige en zakelijke contracten

Definitie:

Een contract is consensueel wanneer het tot stand komt door de loutere wilsovereenstemming van de partijen. Een contract is plechtig wanneer zijn totstandkoming onderworpen is aan een vormvereiste. Een contract is zakelijk wanneer zijn totstandkoming onderworpen is aan de overhandiging van een zaak door een partij aan de andere.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel bevestigt het onderscheid tussen consensuele, plechtige en zakelijke contracten en is geïnspireerd op artikel 1109 C. civ. fr. (zie ook: S. STIJNS, Boek 1, 22-23, nr. 28; W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 60; P. WÉRY, I, 81-84, nrs. 61-64). Het plechtig of zakelijk karakter van een contract kan zijn grondslag vinden in de wet of in een contract. De partijen kunnen met andere woorden zelf hun contract plechtig of zakelijk maken (zie ook artikel 5.33). De overhandiging van de zaak doelt niet louter op de fysieke overdracht maar moet in ruime zin worden begrepen als de overhandiging of ter beschikkingstelling van het voorwerp van een van de prestaties.

Artikel 5.10. Wederkerige en eenzijdige contracten

Definitie:

Een contract is wederkerig wanneer de partijen over en weer jegens elkaar verbonden zijn. Een contract is eenzijdig wanneer een partij verbonden is jegens een andere, zonder enige verbintenis voor laatstgenoemde.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel vervangt oud artikel 1102 en 1103 van het Burgerlijk Wetboek en is geïnspireerd op artikel 1106 C. civ. fr. De bewoording “wanneer de partijen zich over en weer jegens elkaar verbinden” uit oud artikel 1102 van het Burgerlijk Wetboek is vervangen door “wanneer de partijen over en weer jegens elkaar verbonden zijn” om ook de onvolmaakt wederkerige contracten te omsluiten. De bepaling heeft betrekking op de vaakst voorkomende hypothese van het contract tussen twee partijen en sluit niet uit dat een contract met bijvoorbeeld een derdenbeding kan gekwalificeerd worden als wederkerig.

Artikel 5.11. Contracten onder bezwarende en ten kosteloze titel

Definitie:

Een contract is onder bezwarende titel wanneer het voor elke partij een voordeel oplevert. Een contract is ten kosteloze titel wanneer een partij die aan de andere een voordeel verschaft, in ruil daarvoor geen voordeel krijgt.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel vervangt oud artikel 1105 en 1106 van het Burgerlijk Wetboek. De oude definities zijn vereenvoudigd, zonder aan de draagwijdte ervan te willen raken (zie ook: W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 62). In antwoord op de opmerkingen van de Raad van State wordt verduidelijkt dat het begrip “voordeel” niet kan worden vervangen door “prestatie”, omdat anders de begrippen “contract ten bezwarende titel” en “wederkerig contract” met elkaar worden verward. Aldus is een lening op interest een contract ten bezwarende titel zonder evenwel een wederkerig contract te zijn.

Artikel 5.12. Vergeldende en kanscontracten

Definitie:

Een contract is vergeldend wanneer, bij zijn totstandkoming, de prestaties als gelijkwaardig worden beschouwd. Een contract is een kanscontract wanneer de gelijkwaardigheid van de wederkerige prestaties waartoe de partijen zich verbonden hebben, onzeker is doordat het bestaan of de omvang van één van de prestaties afhangt van een onzekere gebeurtenis.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel vervangt oud artikel 1104 van het Burgerlijk Wetboek (zie ook: art. 1964 BW; S. STIJNS, 1, 26, nr. 32; W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 62; P. WÉRY, I, 79-80, nr. 57). Het verankert de door het Hof van Cassatie gehanteerde definitie van kanscontracten (Cass., 18 september 2017, nr. C.14.0156.F, concl. adv. gen. J.-M. Genicot; Cass., 20 juni 2005, A.C., 2005, nr. 358).

Artikel 5.13. Raamcontract

Definitie:

Het raamcontract is het contract waarbij de partijen de algemene principes overeenkomen waarbinnen zij latere uitvoeringscontracten zullen sluiten.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel is geïnspireerd op artikel 1111 C. civ. fr. (zie ook: S. STIJNS, 1, 29, nr. 38; W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 65-66).

Artikel 5.14. Toetredingscontract

Definitie:

Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf eenzijdig is opgesteld door de ene partij en de andere geen invloed heeft kunnen hebben op de inhoud ervan. Het feit dat sommige bedingen van het contract het voorwerp zijn geweest van een afzonderlijke onderhandeling, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel is geïnspireerd op artikel 1102-5 Catala en artikel 3.2 van de richtlijn 93/13/EEG (zie ook: W. VAN GERVEN en A. VAN OEVELEN, 64-65). Het toetredingscontract wordt geïnterpeteerd overeenkomsig artikel 69. Het tweede lid stemt overeen met artikel 3, lid 2 van de richtlijn 93/13/EEG. In antwoord op de opmerkingen van de Raad van State is besloten om niet af te wijken van de terminologie die wordt gebruikt in die richtlijn en haar omzettingswet.

Artikel 5.15. Contract met een consument

Definitie:

Een contract met een consument is het contract gesloten tussen een onderneming in de zin van het Wetboek van economisch recht en een consument in de zin van dat Wetboek.

Memorie van Toelichting:

Het contract met een consument wordt gedefinieerd via een verwijzing naar de definities opgenomen in het Wetboek van economisch recht. De regels inzake de interpretatie van dit contract worden herhaald in artikel 5.69. Het is een bewuste keuze om de regels voor contracten met een consument niet over te brengen naar het Burgerlijk Wetboek. Zij behouden hun plaats in het Wetboek economisch recht en in bijzondere wetten. Niettemin verdienen enkele algemene begrippen en regels hun plaats in het Burgerlijk Wetboek, met name het begrip herroepingsrecht (art. 5.26) en de bijzondere interpretatieregel voor contracten met een consument (art. 5.69, in fine). Meteen bestond ook de noodzaak om het begrip contract met een consument te definiëren in het Burgerlijk Wetboek. Met het oog op de uniformiteit, is geopteerd voor een kruisverwijzing naar het Wetboek van economisch recht.

Artikel 5.16. Meerpartijencontract

Definitie:

Een meerpartijencontract is een contract door meer dan twee partijen aangegaan.

Memorie van Toelichting:

Onder het oude Burgerlijk Wetboek werd de mogelijkheid om een meerpartijencontract te sluiten afgeleid uit artikel 1101, waar een contract gedefinieerd werd als een ‘overeenkomst waarbij een of meer personen zich jegens een of meer andere verbinden’. Naar het voorbeeld van buitenlandse codificaties (zoals bv. Nederland en Italië) en in navolging van de aandacht in de rechtsleer voor deze figuur (zie o.m. E. DIRIX, “De meerpartijenovereenkomst”, T.P.R., 1983, 757-794; I. SAMOY en P. WÉRY, Meerpartijenovereenkomsten / Contrats multipartites, Brugge, die Keure, 2013, 299 p.), wenst het ontwerp het meerpartijencontract in het nieuwe Burgerlijk Wetboek officieel te erkennendoor een definitie op te nemen en een specifieke bepaling aan het meerpartijencontract te wijden. Overeenkomstig artikel 5.17, is het meerpartijencontract in principe onderworpen aan dezelfde regels als tweepartijencontracten, tenzij hun aard of strekking zich daartegen verzet.

Artikel 5.17. Toepassingsgebied en verwijzingen

Definitie:

Hoofdstuk 1 bevat de algemene regels die van toepassing zijn op alle contracten, meerpartijencontracten inbegrepen, en contractuele bedingen, tenzij hun aard of strekking zich daartegen verzet. De regels die alleen voor bijzondere contracten gelden, worden vastgesteld in de titels die elk van die contracten betreffen, in het Wetboek van economisch recht en in bijzondere wetten.

Memorie van Toelichting:

Dit artikel vervangt oud artikel 1107 van het Burgerlijk Wetboek en is geïnspireerd op artikel 6:213, lid 2, en 6:216 NBW. De voorgestelde bepaling verwoordt de regel dat het eerste hoofdstuk van Titel I van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek het gemene recht voor de contractuele verbintenissen bevat die in beginsel toepassing vinden op alle contracten. De toepassing van dit gemene recht kan evenwel aangevuld of uitgesloten worden door bijzondere wetsbepalingen die het regime omschrijven van een bijzonder contract (men heeft het dan over « bijzondere contracten », zoals aangeduid in het tweede lid van dit artikel). Dat kan ook het geval zijn bij administratieve contracten, contracten met de overheid, huwelijkscontracten en contracten met een consument. Daarbuiten is het uitzonderlijk ook mogelijk dat de aard of de strekking van een bepaald contract niet verenigbaar is met de toepassing van het gemeen contractenrecht. Zoals vermeld in de algemene inleiding van de memorie van toelichting, wil deze uitdrukking een zekere soepelheid waarborgen bij de toepassing van rechtsregels die noodzakelijk abstract blijven terwijl zij op zeer uiteenlopende situaties toepassing moeten vinden. Zij maakt het mogelijk om zowel met de juridische categorie van de handeling (haar aard) als, concreter, met haar inhoud en doelstellingen (haar strekking) rekening te houden. Zo oordeelde het Hof van Cassatie dat de regelingsakte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming onderworpen blijft aan het verbintenissenrecht, zoals iedere vermogensrechtelijke overeenkomst, zodat zij aangevochten kan worden op grond van gekwalificeerde benadeling (Cass. 9 november 2012, Pas. 2012, nr. 605), die in huidig ontwerp (art. 5.41) misbruik van omstandigheden genoemd Het Hof heeft daarentegen geoordeeld dat dergelijke regelingsakte een familiaalrechtelijke overeenkomst van bijzondere aard is die onderworpen is aan de algemene regels van het verbintenissenrecht, met dien verstande dat zij, gelet op haar aard en haar strekking, niet kan worden aangevochten wegens dwaling of gewone benadeling omdat de partijen geacht worden deze risico’s bij de contractsluiting te hebben verdisconteerd (Cass. 9 november 2012, Pas. 2012, nr. 606). Op dezelfde wijze kan de eigen aard van meerpartijencontracten in bepaalde gevallen verantwoorden dat men afwijkt van gemeenrechtelijke regels van contractenrecht of dat men ze aanpast,  bijvoorbeeld op het vlak van de dynamische totstandkoming of van de opzegging (zie in dit verband de verwijzingen aangehaald in de toelichting bij artikel 5.16). Overeenkomstig het voorgestelde artikel 5.17 is het gemeen recht voor contractuele verbintenissen niet alleen van toepassing op de contracten zelf, maar ook op hun individuele bedingen, desgevallend met de nodige aanpassingen. Zo kan, bijvoorbeeld, de theorie van de gedeeltelijke nietigheid toegepast worden binnen een beding en derhalve neerkomen op de matiging van ongeoorloofde bedingen (zie hierover de toelichting bij artikel 5.66). Zo kan men ook een opschortende voorwaarde koppelen aan een beding dat geen verbintenis doet ontstaan in de technische zin, maar dat toch rechtsgevolgen teweegbrengt, zoals bij bedingen waarmee afstand van recht wordt gedaan (zie de toelichting onder art. 5.223). De hier voorgestelde bepaling beoogt op deze wijze leemtes in het verbintenissenrecht te vermijden. De lijst van de soorten contracten in dit hoofdstuk is niet exhaustief. Enkel die begrippen waarvoor andere bepalingen in het Burgerlijk Wetboek regels bevatten, worden gedefinieerd.

Het wetsvoorstel vindt u hier

2019-05-04T10:03:55+00:00 4 mei 2019|Categories: Burgerlijk recht - Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: , |