Summer Deal
‘Bouw – Actualia’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Bouw – Aansprakelijkheid’

4 webinars on demand

Summer Deal
‘Het nieuwe goederenrecht’

6 webinars on demand

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

50 jaar Wet Breyne – Een overzicht aan de hand van rechtspraak

Webinar on demand

Zonder gegronde reden een bouwproject aanvallen kan als een fout worden gekwalificeerd (GSJ Advocaten)

Aureur: GSJ Advocaten

Rb. Antwerpen, afdeling Antwerpen 20 december 2021, rolnummer 20/5603/A, niet gepubliceerd

GSJ advocaten staat een ontwikkelaar bij met de reconversie van een grote site. Voor deze site zijn verschillende vergunningsaanvragen noodzakelijk (omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bronbemaling, …).

Verschillende van deze vergunningen werden aangevochten door een partij dewelke eigenaar is van een onroerend goed in de (verre) omgeving. Deze partij diende telkenmale bezwaar in, evenals administratief beroep bij de Deputatie en startte vervolgens een procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De Raad liet in niet mis te verstane bewoordingen blijken dat deze partij niet over het vereiste belang beschikte bij het aanvechten van de omgevingsvergunning.

In navolging hiervan heeft GSJ advocaten in naam van de projectontwikkelaar een procedure voor de burgerlijke rechtbank opgestart om schadevergoeding te eisen en dit gelet op het misbruik dat deze partij heeft gemaakt van de administratieve beroepsmogelijkheden.

In een vonnis van 20 december 2021 van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen werd duidelijk gesteld dat men niet “zomaar” gebruik mag maken van de administratieve procedures. Dergelijke houding kan volgens de rechtbank als een fout worden gekwalificeerd.

De rechtbank oordeelde o.m.:

“De uitoefening van procesrechten is niet onbeperkt maar vindt haar grenzen in het algemene rechtsbeginsel van het verbod op rechtsmisbruik. De uitoefening is abusief indien zij plaatsvindt zonder redelijk belang, zij aan de andere partijen een onevenredig nadeel berokkent of in het algemeen, kennelijk de perken te buiten gaat van de uitoefening van het recht door een normaal voorzichtige procespartij (in die zin Cass. 26 oktober 2017, RABG 2018, afl. 5, 359; Cass. 1 februari 2016, C.15.0250.F).”

 (…)

Op grond van het bovenstaande oordeelt de rechtbank dat het instellen en volhouden van genoemde vernietigingsprocedure door … kennelijk de perken te buiten ging van de uitoefening van het recht op administratief verhaal door een normaal voorzichtig persoon. Het door artikel 13 van de Grondwet en artikelen 6 en 13 van het EVRM gewaarborgde recht op toegang tot een onafhankelijke rechter vormt geen vrijbrief voor een dergelijk lichtzinnig en oneigenlijk gebruik van de administratieve procedure.

Het feit dat de Raad voor vergunningsbetwistingen … niet ambtshalve heeft veroordeeld tot een geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep doet niets af aan de mogelijkheid voor de burgerlijke rechter om dit misbruik van procesrecht vast te stellen.

Het misbruik van procesrecht dat aldus wordt weerhouden, vormt in hoofde van … een fout in de zin van artikel 1382 van het Oud Burgerlijk Wetboek, waaruit volgt dat zij gehouden is tot vergoeding van de schade die erdoor is veroorzaakt.”

Bron: GSJ Advocaten