Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

50 jaar Wet Breyne – Een overzicht aan de hand van rechtspraak

Webinar on demand

Buitencontractuele aansprakelijkheid in het bouwgebeuren

Webinar on demand

Voordeelpakket
‘Bouw en Aanneming’

6 Webinars on demand

Privaat versus publiek bouwrecht

Webinar on demand

Wat te doen als uw huurder de woning niet verlaat op het einde van de opzegtermijn? (Seeds of Law)

Auteur: Alain De Jonge (Seeds of Law)

Het gebeurt wel eens dat u als verhuurder uw huurder een opzeg geeft en dat u een vermoeden hebt dat hij/zij het pand niet zal verlaten. De huurder reageert immers niet op de opzegbrief noch deelt hij/zij mee wanneer hij/zij van plan is uit het pand te vertrekken op het einde van de opzegtermijn. U leest hieronder wat u als verhuurder kan ondernemen.

1. Een procedure bij de Vrederechter wanneer de huurder niet vertrekt

Indien u als verhuurder de opzeg op een correcte wijze hebt gegeven en uw huurder verlaat de woning niet vrijwillig dan zal u een procedure bij de Vrederechter moeten inleiden.

Dit gebeurt via een eenzijdig verzoekschrift waarin u meteen de uitzetting van de huurder vraagt en een bezettingsvergoeding voor elke dag dat de huurder ten onrechte in uw pand verblijft.

Vertrekt de huurder na het vonnis nog steeds niet vrijwillig uit het pand dan kan u hem/haar laten uitzetten door een gerechtsdeurwaarder en indien nodig met de hulp van de politie.

Jammer genoeg vraagt dit heel veel tijd. Tussen het moment waarop u de procedure inleidt op het einde van de opzegtermijn en dat waarop u het pand vrij krijgt, zal al snel enkele maanden zitten.

Hoe kan u dit vermijden?

2. U kan vervroegd een procedure inleiden

U kan ook vroeger naar de Vrederechter stappen. In principe kan dat al vanaf de geldig gegeven opzeg. U vraagt dan de bevestiging van deze opzeg en meteen ook een uitzettingsbevel indien de huurder niet zou vertrekken op het einde van de opzegtermijn.

Op deze manier kan u kostbare tijd winnen doordat u niet hoeft te wachten tot het aflopen van de opzegtermijn.

Dit is evenwel een actie die enkel te ondernemen is wanneer u niets verneemt van uw huurder op het moment dat u de opzeg geeft en u vermoedt dat hij/zij niet bereid is het pand te verlaten of wanneer uw huurder duidelijk aangeeft dat hij/zij het pand niet zal verlaten op het einde van de opzegtermijn.

De meeste huurders vertrekken namelijk vrijwillig op het einde van de gegeven opzegtermijn.

3. De kosten

Als verhuurder zal u de kosten moeten voorschieten, zowel voor de inleiding van de procedure bij eenzijdig verzoekschrift als de eventuele advocatenkosten.

Het is vervolgens aan de rechter om te bepalen wie de uiteindelijke kosten van de procedure zal dragen. Het is daarbij belangrijk dat u kan bewijzen dat het effectief nodig was om een procedure te starten aangezien uw huurder niet vrijwillig zou vertrekken. Enkel dan is er kans dat de rechter uw huurder tot de kosten van de procedure en een eventuele rechtsplegingsvergoeding (forfaitaire kost van de advocaat) veroordeelt.

4. Besluit

Indien uw huurder het pand niet verlaten heeft op het einde van de opzegtermijn, leidt u een procedure in voor de Vrederechter.

Wanneer u vermoedens heeft dat uw huurder uw pand niet zal verlaten of meer nog, wanneer uw huurder u laten weten heeft het pand niet te zullen verlaten, dan kan u meteen naar de Vrederechter stappen voor de bevestiging van de opzeg en een uitzettingsbevel. Op deze manier kan u kostbare tijd uitsparen en ervoor zorgen dat uw pand weer beschikbaar is om te verhuren.

Bron: Seeds of Law