Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Het nieuwe verbintenissenrecht:
de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Webinar on demand

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 3 maart 2023

Bouwovertredingen anno 2022

Webinar on demand

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

Vlaamse Regering snoeit in de groenestroomcertificaten van ondernemers: wat met de rechtszekerheid? (Marlex)

Auteur: Marlex

U hebt het onlangs ongetwijfeld meegekregen. In haar zoektocht naar oplossingen voor de huidige energiecrisis plant de Vlaamse Regering, bij monde van Vlaams Minister van Energie Zuhal Demir, fors te snoeien in de zogenaamde groenestroomcertificaten (‘gsc’) voor zonnepanelen van de eerste generatie bij grote bedrijven.

Met de invoering van deze gsc een tiental jaar geleden, werd door de Vlaamse Regering een mooi incentive geleverd aan ondernemend Vlaanderen om te investeren in hernieuwbare energie, waarvoor in ruil gegarandeerd werd dat 20 jaar gsc zouden worden toegekend.

Tal van ondernemers hebben dit ook gedaan met gigantische investeringen tot gevolg. Op heden, halfweg de twintigjarige rit, komt de Minister plots aanzetten met het plan om deze subsidies stop te zetten in 2023. De redenering hierachter is dat de zonnepanelen van de eerste generatie inmiddels via de gsc zouden zijn terugverdiend en de consument via de stroomfactuur de verdere gsc dient te bekostigen. De gsc zouden destijds immers te royaal zijn toebedeeld.

Op deze manier meent de Regering 1,2 miljard van ‘de grote bedrijven’ te kunnen afnemen en te laten terugvloeien naar ‘de gewone Vlaming’, die zijn energiefactuur nog moeilijk kan betalen.

De bedoelingen van de Vlaamse Regering zijn nobel en haar beleid kan (en moet misschien wel) op bepaalde vlakken wijzigen om de energiefactuur voor iedereen betaalbaar te houden.

Met haar démarche lijken echter andermaal de ondernemingen de zwarte piet doorgeschoven te krijgen. Vele ondernemers werden immers nét omwille van de groenestroomcertificaten verleid (en zelfs gesmeekt) om te gaan investeren in groene energie. Men kan de problematiek bekijken door een idealistische bril en argumenteren dat ondernemers hoe dan ook met vol enthousiasme voor ‘groen’ zouden moeten kiezen, maar de realiteit is natuurlijk anders. Aan investeringen zijn risico’s verbonden en -naast kosten en potentiële rendementen- gaan ondernemers op zoek naar (rechts)zekerheid om hun investeringskeuzes te verantwoorden.

Door eenzijdig de stekker uit de gsc-regeling te trekken, verbreekt de Vlaamse Regering zonder pardon de tien jaar geleden gemaakte afspraken. Ondernemend Vlaanderen, die een noodzakelijke partner is en zal blijven om de zeer ambitieuze klimaattransitie mee te ondersteunen, wordt andermaal in zijn hemd gezet.

De conclusie blijkt te zijn dat ondernemend Vlaanderen klaarblijkelijk nog maar eens niet (minstens niet zonder meer) op het woord van de overheid kan vertrouwen bij het maken van een investeringskeuze. Dergelijke rechtsonzekerheid is absoluut nefast voor het investeringsklimaat, zeker in het licht van de enorme uitdagingen die de klimaatverandering met zich meebrengt.

Of de gsc dan te royaal zijn toebedeeld en de oudste installaties ondertussen zijn terugbetaald, is in deze irrelevant. Het is immers nooit een criterium geweest bij de toekenning dat deze stopgezet zouden worden van zodra de installaties terugbetaald zijn en/of dat de overheid zichzelf het recht heeft voorbehouden om de betaling van de gsc dan volledig stop te zetten.

De Minister verkondigt – Robin Hood-gewijs – de 1,2 miljard te gaan halen bij 200 grote bedrijven met zonnepaneelinstallaties, doch verwacht wordt dat de impact veel groter zal zijn. Ook landbouwbedrijven, transportbedrijven, loonwerken, KMO’s met investeringen op hun dak,… komen mogelijks in het vizier te zitten.

Ook de concrete impact van de maatregel op de energiefactuur van de gemiddelde Vlaming valt ook nog te bezien. Terwijl de Regering spreekt over 36 euro per gezin per jaar, lijkt dit een royale overschatting te zijn.

Het is uiteraard nog wachten op de effectieve beslissing. Onder meer de Raad van State dient immers nog haar advies te verlenen. Evenwel kunnen nu reeds een aantal juridische vraagtekens geplaatst worden bij de rechtsgeldigheid van deze eenzijdige intrekking.

In het gewoon contractenrecht spreekt men in dergelijk geval van een eenzijdige verbreking, minstens een grove contractuele wanprestatie die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. Men kan zich zelfs de vraag stellen of er in deze geen sprake is van dwaling en/of bedrog, want het mag duidelijk zijn dat tal van ondernemers in deze wetenschap 10 jaar geleden hun beslissing om al dan niet te investeren in zonnepanelen op een andere wijze genomen zouden hebben.

Minister Demir verwijst naar ‘onrechtmatige staatssteun’ en doet beroep op “de verantwoordelijkheid van bedrijven”, doch biedt vooralsnog geen sluitend juridisch antwoord op de pertinente geur van overheidsaansprakelijkheid die aan het dossier lijkt te hangen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Bron: Marlex