Verlaging en/of verhoging van de registratierechten? (Argus Advocaten)

Auteur: Dirk Vandecasteele (Argus Advocaten)

De aankondiging door de Vlaamse Regering dat de tarieven voor het verkooprecht (= de registratierechten) gewijzigd zullen worden, was natuurlijk bijzonder belangrijk nieuws voor de vastgoedsector : voor de kandidaat-koper maar ook voor de investeerder en projectontwikkelaar.

Maar is dat nu positief of negatief nieuws ?

De onderliggende idee is natuurlijk de vaststelling dat de woningprijzen in Vlaanderen stijgen en het voor vele mensen moeilijk wordt om een eigendom te verwerven.

De Vlaamse regering wil hier iets aan doen door de registratiebelasting op de enige eigen gezinswoning te verlagen.[1]

Het lijkt echter wel duidelijk dat de overheid anderzijds niet zinnens is om d.m.v. de aangekondigde verlaging van het verkooprecht veel toegevingen te doen in haar begroting maar dat zij deze verlaging van inkomsten wil compenseren door het verkooprecht op de andere onroerende transacties … te verhogen !

Aangekondigd werd :

  • voor de aankoop van de enige gezinswoning daalt het verkooprecht vanaf 01.01.2022 van 6% naar 3%.
  • bij een ingrijpende energetische renovatie of sloop en herbouw van deze enige gezinswoning wordt er nog slechts 1 % (voorheen 5 %) registratiebelasting betaald.
  • de bijkomende rechtenvermindering voor woningen onder het grensbedrag van 200.000/220.000 euro wordt gehalveerd van 5.600 euro naar 2.800 euro, terwijl de vermindering van 4.800 euro wordt teruggebracht naar 960 euro. Deze vermindering is dus evenredig met de verlaging van het tarief.
  • het normale Vlaamse verkooprecht (de ‘registratierechten’), dus voor transacties die geen betrekking hebben op de aankoop van de enige gezinswoning, stijgt vanaf 01.01.2022 van 10% naar 12% !

Dit tarief is van toepassing op vb. de aankoop van een tweede of derde woning maar is ook van toepassing bij de aankoop van bouwgronden en/of alle niet-residentieel vastgoed zoals commerciële of kantoorgebouwen. Uitzondering hierop betreft de aankoop van landbouwgronden en natuurgebieden, waarvoor het tarief van 10 procent behouden blijft.

D.w.z. dat de aankoop van de enige gezinswoning financieel goedkoper wordt maar dat vb. investeringen in onroerend goed duurder worden.

Opgelet : er is ook niet enkel de stijging van het verkooprecht van 10 naar 12 % wanneer het niet gaat om de aankoop van de enige gezinswoning maar vanaf 01.01.2024 wordt ook de zg. meeneembaarheid afgeschaft! [2]

Tot dan, dus t.e.m. 31.12.2023, heeft de koper de keuze tussen :

  • de nieuwe tarieven (3% en 1%), zonder meeneembaarheid.
  • de oude tarieven (6 en 5%), met meeneembaarheid.
  • ook het nieuwe algemeen tarief van 12 procent (zie verder) kan nog gedurende 2 jaar gecombineerd worden met de meeneembaarheid.

Deze nieuwe tarieven zullen van toepassing zijn op alle koopovereenkomsten afgesloten vanaf 1 januari 2022. De datum van de authentieke akte is daarbij bepalend.

[1] Eén en ander werd door de Vlaamse Regering in haar Septemberverklaring aangekondigd maar dit is nog geen definitieve wetgeving. Deze informatie wordt dus verstrekt onder uitdrukkelijk voorbehoud want het Vlaams Parlement moet over de te wijzigen regelgeving nog beslissen, wat allicht in de komende maanden zal gebeuren.

[2] Meeneembaarheid betekent dat het verkooprecht die op een eerdere woning werd betaald, ten belope van maximaal 13.000 euro kan afgetrokken worden van het verkooprecht dat  op een volgende woning moet betaald worden. Meer info vind u op de website van de Vlaamse overheid : https://www.vlaanderen.be/meeneembaarheid-van-het-verkooprecht

Bron: Argus Advocaten