Summer Deal
‘Bouw – Actualia’

7 webinars on demand

Summer Deal
‘Bouw – Aansprakelijkheid’

4 webinars on demand

Summer Deal
‘Het nieuwe goederenrecht’

6 webinars on demand

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

50 jaar Wet Breyne – Een overzicht aan de hand van rechtspraak

Webinar on demand

Gemeenten kunnen korter op de bal spelen bij leegstand bedrijfsvastgoed (GD&A Advocaten)

Auteur: Abelone Reuse (GD&A Advocaten)

Vanaf 2 december 2021 kunnen gemeenten veel korter op de bal spelen om leegstand te bestrijden van gebouwen die hoofdzakelijk gebruikt werden voor een economische functie. Dergelijke gebouwen zullen sneller kunnen worden opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, wat tevens leidt tot een snellere gemeentelijke leegstandsheffing.

Handelspanden en winkelruimtes kennen een ander gebruik dan woningen of gebouwen zonder economische activiteit. Ze vormen een aparte categorie van gebouwen waarbij andere oorzaken aanleiding geven tot leegstand. Verschillende factoren, zowel tijdelijke als structurele, spelen een rol: toename van webshops, concurrentie met andere gemeenten, openbare werken, coronamaatregelen, tegenvallende economische groei, …

Leegstaande gebouwen die dienen voor economische activiteiten creëren een desolate indruk van de gemeente, wat tevens een gevoel van onveiligheid met zich meebrengt. Het heeft een negatieve impact op de levendigheid en aantrekkelijkheid van het centrum, waar de meeste handelszaken zich bevinden. Enkele leegstaande gebouwen kunnen een domino-effect teweegbrengen en de hele handel en economie binnen de gemeente negatief beïnvloeden. Een tijdige aanpak is vereist om dergelijke evolutie te vermijden.

Om daarop in te spelen besloot de Vlaamse wetgever om de definitie van leegstaande gebouwen die in hoofdzaak gediend hebben voor een economische functie aan te passen. Daartoe werden artikels 2.10. en 2.11. van de Vlaamse Codex Wonen 2021 gewijzigd.

Volgens de huidige definitie kwalificeren gebouwen als ‘leegstaand’ wanneer ze minstens twaalf maanden niet gebruikt zijn overeenkomstig hun functie. De vernieuwde definitie laat gemeenten toe om gebouwen reeds binnen een kortere termijn op te nemen in het leegstandsregister. Dit moet stimulerend werken om belastingplichtigen ertoe aan te zetten de leegstand te bestrijden.

Indien de gemeenten van deze kortere termijn willen gebruik maken, zullen ze eerst hun belastingreglement moeten aanpassen. Het is belangrijk te benadrukken dat de kortere termijn enkel mogelijk is voor gebouwen met een hoofdzakelijk economische functie die gesitueerd zijn op een perceel (of verzameling van percelen) van minder dan vijf aren. Mits een duidelijke motivering (o.a. in het licht van het gelijkheidsbeginsel), kan de verkorte termijn evenwel toegepast worden op een afgebakend gebied van de gemeente. Deze randvoorwaarden gelden wanneer de gemeente zich baseert op de Vlaamse Codex Wonen voor het bijhouden van het leegstandsregister. Sommige gemeenten beroepen zich op hun fiscale autonomie om van dit decretale kader af te wijken om bijvoorbeeld grotere bedrijfsruimten te kunnen belasten.

Gemeentes die opteren voor een termijn korter dan twaalf maanden om gebouwen op te nemen in het leegstandsregister, dienen wel aandachtig te zijn wat betreft de schrapping uit het leegstandsregister.

De keerzijde van de medaille is namelijk dat een kortere termijn voor de opname ook een kortere termijn voor de schrapping uit het register met zich meebrengt. De wetgever wilde dezelfde verhouding tussen beide termijnen in stand houden. Waar onder de huidige definitie de termijnen twaalf en zes maanden bedragen voor respectievelijk de opname en de schrapping, daar vermeldt de nieuwe definitie dat de schrappingstermijn steeds hoogstens de helft van de opnametermijn mag bedragen.

Bijvoorbeeld wanneer een gemeente opteert om leegstaande gebouwen met een economische activiteit reeds na acht maanden op te nemen op het leegstandsregister, wordt het gebouw vervolgens alweer van het register geschrapt als de zakelijk gerechtigde kan aantonen dat het voor vier maanden overeenkomstig zijn functie wordt gebruikt.

Een snellere opname in het gemeentelijk leegstandsregister leidt tot een snellere leegstandsheffing en tot een snellere schrapping. Op die manier wordt een grotere druk opgelegd aan de belastingplichtige om de toestand van leegstand tijdig aan te pakken.

Bron: GD&A Advocaten