Verzekeringsrecht:
recente wetgeving en rechtspraak anno 2027

Mr. Sandra Lodewijckx (Lydian)

Webinar op vrijdag 19 maart 2027


Zekerheden anno 2026:
een update aan de hand van wetgeving en rechtspraak

Mr. Ivan Peeters (NautaDutilh)
Mr. Philip Van Steenwinkel (Hogan Lovells)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Aansprakelijkheid van medische beroepsbeoefenaars en zorginstellingen anno 2027

Prof. dr. Christophe Lemmens (Dewallens & partners)

Webinar op vrijdag 15 oktober 2027


Bestuurdersaansprakelijkheid
bij cyberincidenten

Dhr. Bernd Fiten en dhr. Bram Goetry (CRANIUM)

Webinar op vrijdag 29 januari 2027


Koop-verkoop van onroerend goed:
obstakels uit de praktijk

Mr. Jérémy Vanderheyde en mr. Karel Veuchelen

(Scale / Schoups)

Webinar op donderdag 19 november 2026


Omgevingsprocedure:
de allerlaatste ontwikkelingen

Mr. Bart De Becker (De Becker Advocaten)

Webinar op donderdag 26 november 2026

Vanaf 1 januari 2018 heeft de bouwheer de mogelijkheid om bij de rechtstreekse vordering van de onderaannemer het verschuldigde bedrag te consigneren (Bienstman-Decloedt Advocaten)

Auteur: Lore Huyghe (Bienstman-Decloedt Advocaten)

Publicatiedatum: januari 2018

Artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek voorziet in een rechtstreekse vordering van onder andere de onderaannemer tegen de bouwheer. Deze vordering houdt in dat de onderaannemer die niet wordt betaald door de hoofdaannemer over de mogelijkheid beschikt om deze betaling rechtstreeks te vorderen van de bouwheer.

Het instellen van de rechtstreekse vordering tegen de bouwheer is niet aan formaliteiten onderworpen. Een aangetekende brief volstaat en is eveneens aangewezen: zo staat de datum van het instellen van de rechtstreekse vordering vast.

De onderaannemer kan zich steeds beroepen op de rechtstreekse vordering, ongeacht of de hoofdaannemer de verschuldigde facturen van de onderaannemer betwist. Indien er inderdaad betwisting bestaat tussen de hoofdaannemer en onderaannemer, leidt dit in de praktijk tot heel wat onzekerheid in hoofde van de bouwheer. Betaalt de bouwheer zonder meer aan de onderaannemer en blijkt de rechtstreekse vordering achteraf onterecht, moet hij opnieuw betalen aan de hoofdaannemer en kan hij eventueel aansprakelijk worden gesteld. Betaalt de bouwheer aan de hoofdaannemer en niet aan de onderaannemer die de rechtstreekse vordering heeft ingesteld, bestaat de kans dat hij een tweede keer zal moeten betalen aan de onderaannemer.

De wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat betreft de zakelijke zekerheden op roerende goederen (eveneens aangeduid als de “nieuwe Pandwet”) voorziet in een oplossing voor die onzekere toestand.

Artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt voortaan dat ingeval van betwisting tussen de hoofdaannemer en de onderaannemer, de bouwheer het bedrag kan storten in de Deposito- of Consignatiekas of op een geblokkeerde rekening op naam van de aannemer en de onderaannemer bij een financiële instelling. De bouwheer is hiertoe ook verplicht wanneer de aannemer of de onderaannemer hem daartoe schriftelijk verzoekt.

Door storting in de Deposito- en Consignatiekas of op een geblokkeerde rekening, lopen de interesten op het verschuldigde bedrag niet langer en wordt de bouwheer buiten de discussie tussen de hoofd- en onderaannemer gehouden. Bovendien wordt het bedrag afgezonderd van eventuele andere onbetaalde onderaannemers.

Op 1 januari 2018 trad het gewijzigde artikel 1798 BW in werking en wordt de bouwheer bijgevolg meer beschermd wanneer een rechtstreekse vordering tegen hem wordt ingesteld en er twijfel bestaat of deze vordering al dan niet terecht is.

Lees hier het originele artikel

Juriste (FR)

Directeur Legal

Junior Legal Counsel

scale

Associate Real Estate Law

Boeken in de kijker: