Appartementsrecht :
een update in het licht van recente evoluties
(Incl. ‘Handboek Goederenrecht’)

Webinar op 10 februari 2023

Het nieuwe verbintenissenrecht:
de impact voor de bouw- en vastgoedsector

Webinar on demand

Samenwerken met andere ontwerpers in de bouw:
contractuele en vennootschapsrechtelijke
tips en valkuilen

Webinar op 3 maart 2023

Bouwovertredingen anno 2022

Webinar on demand

Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden in het oud en nieuw Burgerlijk Wetboek

Webinar on demand

Het nieuwe goederenrecht en de vastgoedpraktijk – 10 relevante nieuwigheden onder de loep

Webinar on demand

Twee bijzondere ‘wist-je-datjes’ uit het procesrecht van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (Marlex)

Auteurs: Gregory Vermaercke en Nick De Wint (Marlex)

Ingevolge het wijzigingsdecreet van 21 mei 2021 (B.S. 14 juni 2021) trad op 1 december 2021 het vernieuwd procesrecht in werking bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, op enkele wijzigingen na. De rechtspractici, werkzaam in het domein van het omgevingsrecht, werden – terecht – overspoeld met nieuwsbrieven allerhande waarin de nieuwe procedureregels werden toegelicht. Recent voelde de Dienst van de Bestuursrechtscolleges (of kortweg de ‘DBRC’) zich – evenzeer terecht – genoopt om naar buiten te treden met een drie uur durende livestream webinar teneinde het nieuwe procedurerecht te duiden.

In onderhavige nieuwsbrief wordt niet zozeer ingegaan op het nieuwe procedurerecht dat vigerend is binnen de Raad voor Vergunningsbetwistingen, doch staan we stil bij twee procedurele aspecten waaromtrent de Raad voor Vergunningsbetwistingen recent duidelijk stelling heeft ingenomen.

1. Het begrip “beveiligde zending”

Het Omgevingsvergunningsdecreet schrijft voor dat indien iemand een bestuurlijk beroep instelt tegen een vergunningsbeslissing, deze persoon gelijktijdig en “per beveiligde zending” een afschrift van zijn beroepsschrift bezorgt aan de vergunningsaanvrager en de vergunningverlenende overheid in eerste aanleg. Dit dient te gebeuren op straffe van onontvankelijkheid van het bestuurlijk beroep.

De notie “beveiligde zending” wordt het Omgevingsvergunningsdecreet gedefinieerd als zijnde:

  • ofwel een aangetekend schrijven;
  • ofwel een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  • ofwel “elkander door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld”.

In een zaak die aanleiding gaf tot een arrest van 14 oktober 2021 (met nr. RvVb-A-2122-0126) diende de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich uit te spreken over de rechtsvraag of een verzending per WeTransfer van het beroepsschrift aan de raadsman van de vergunningsaanvrager te beschouwen was als zijnde een “beveiligde zending” onder de vorm van een “afgifte tegen ontvangstbewijs”.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen beantwoordt deze rechtsvraag ontkennend in het aangehaald arrest door te stellen dat een “afgifte tegen ontvangstbewijs” een persoonlijke, dus fysieke, overhandiging veronderstelt gepaard gaande met een ondertekening door de ontvanger van het ontvangstbewijs. Het downloadbewijs bij een WeTransfer bevat geen handtekening van de ontvanger en geeft dus geen zekerheid omtrent het gegeven dat de persoon die de digitale zending heeft gedownload, ook de daadwerkelijke beoogde geadresseerde is van deze zending. Aanvullend stelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen – terecht – vast dat WeTransfer geen door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze is waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld (zoals dit het geval is met het digitaal omgevingsloket).

Hoewel de Raad voor Betwistingen in zijn rechtspraak “open staat” voor enige creativiteit en procedurele inventiviteit (met veelal de verwijzing naar enerzijds het “normdoel” en anderzijds het Verdrag van Aarhus), is het raadzaam om dergelijke ontvankelijkheidsdiscussies te vermijden, en een bestuurlijk beroep tegen een vergunningsbeslissing:

  • ofwel per aangetekend schrijven te versturen aan de vergunningsaanvrager en de vergunningverlenende overheid in eerste aanleg;
  • ofwel op te laden op het digitaal omgevingsloket.

Tegen het besproken arrest werd door de verwerende partij cassatieberoep ingesteld bij de Raad van State omdat de Raad voor Vergunningsbetwistingen, met verwijzing naar het veel besproken “normdoel”, alsnog heeft geoordeeld dat het betrokken bestuurlijk beroep ontvankelijk was.

2. De administratieve lus: geen loophole om te ontkomen aan de beslissingstermijn in hoofde van de vergunningverlenende overheid

Indien de vergunningverlenende overheid, in laatste administratieve aanleg, gevat wordt met een bestuurlijk beroep tegen een vergunningsbeslissing moet zij daarover beslissen binnen een bepaalde termijn. Eens deze termijn verstreken is, heeft zij geen beslissingsbevoegdheid meer en dient het ingesteld beroep als afgewezen te worden beschouwd en is de bestreden beslissing definitief.

Als de vergunningverlenende overheid, in laatste administratieve aanleg toepassing maakt van de zogenaamde bestuurlijke lus, , wordt de beslissingstermijn over het ingesteld bestuurlijk beroep automatisch en eenmalig verlengd met 60 dagen.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen werd geconfronteerd met het feit dat de vergunningverlenende overheid, in graad van beroep, toepassing had gemaakt van de bestuurlijke lus omdat deze zich in tijdsnood zag op vlak van haar beslissingstermijn over hangend administratief beroep. In een arrest van 27 januari 2022 (met nr. 2021-RvVb-0581-A) straft de Raad dergelijke praktijk af en verwijst hiervoor naar de parlementaire voorbereiding bij artikel 13 Omgevingsvergunningsdecreet. Uit deze parlementaire voorbereiding blijkt dat de administratieve lus kan worden toegepast wanneer een (procedurele) onregelmatigheid wordt vastgesteld door de vergunningverlenende overheid in graad van beroep. In de aangehaalde parlementaire voorbereiding wordt niet limitatief verwezen naar procedurefouten die betrekking hebben op de samenstelling van een aanvraagdossier, fouten in de bekendmaking van een aanvraag of het ontbreken van noodzakelijke of vereiste adviezen. De Raad concludeert uit deze parlementaire toelichting dat het louter toepassen van een administratieve lus om het stilzitten van een vergunningverlenende overheid te remediëren niet in overeenstemming is met het doel dat de Decreetgever voor ogen had en bovendien afbreuk doet aan de finaliteit van de beslissingstermijn waarbinnen een bestuurlijk beroep dient behandeld te worden – zijnde de rechtszekerheid (Parl.St. V. Parl. 2013-2014, nr. 2334/1, p. 12, p. 29 – 30).

De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft dan ook met het besproken arrest de poort gesloten voor elk gebruik van de administratieve lus waarbij deze wordt afgewend van haar decretaal doel, zoals deze naar voor komt in de onderliggende parlementaire voorbereiding.

Bron: Marlex