Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +250 opleidingen
Live & on demand webinars
Met tussenkomst van de kmo-portefeuille
Bouwcontracten:
20 (problematische) clausules
Mr. Jens Rediers en mr. Jef Feyaerts (Schoups)
Webinar op vrijdag 3 juli 2026
Generatieve AI
in de juridische praktijk
Dr. Wim De Mulder (KU Leuven)
Webinar op donderdag 25 februari 2027
Boek 7 BW.
Een praktische checklist voor ondernemingen
Prof. dr. Thijs Tanghe en mr. Tijl Eggers (Eubelius)
Webinar op donderdag 2 juli 2026
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor onvergunde werken aan een beschermd historisch pand. Cass. 28 april 2026 (Eric B.)
Auteur: Eric B.
Samenvatting gemaakt met behulp van AI
Feiten
Een vennootschap en een beklaagde werden door het hof van beroep te Gent veroordeeld wegens inbreuken op de wetgeving inzake onroerend erfgoed. Het pand in Gent was in 2009 bij ministerieel besluit beschermd als monument, met uitzondering van een twintigste-eeuwse uitbreiding. In de periode tussen 2016 en 2020 werden zonder toelating handelingen uitgevoerd die de historische dakstructuur, het origineel dakgebinte en de historische trap beschadigden of ontsierden. De eisers kregen straffen opgelegd, waaronder een geldboete van 8.000 euro of een vervangende gevangenisstraf, en werden veroordeeld tot het herstel van het dak en de zolder. De vennootschap werd strafrechtelijk aansprakelijk gesteld omdat de inbreuken een intrinsiek verband hadden met haar doel, voor haar rekening werden gepleegd en wezen op een gebrek aan zorg.
Verweermiddelen
De eisers voerden aan dat de bewijskracht van het ministerieel besluit werd miskend en stelden dat de werken louter betrekking hadden op de onbeschermde twintigste-eeuwse uitbreiding. De vennootschap stelde bovendien dat niet wettig werd vastgesteld dat de misdrijven haar als rechtspersoon materieel konden worden toegerekend. De tweede eiser argumenteerde dat het beschermingsbesluit onwettig was, aangezien de erfgoedkenmerken en de trap niet nauwkeurig genoeg waren omschreven volgens de latere en strengere vereisten van het Onroerenderfgoeddecreet uit 2013…….. (voor meer zie arrest)
Principes
Een ministerieel besluit tot bescherming van een monument is geen wet in de zin van artikel 608 van het Gerechtelijk Wetboek. Met de redenen waarmee een rechter een specifiek verweer van de ene partij verwerpt, kan eveneens een gelijkaardig verweer van een andere partij regelmatig worden beantwoord, zelfs zonder expliciete verwijzing naar die laatste. Artikel 6.1.14 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 is niet van toepassing op een beschermingsbesluit dat in 2009, en dus vóór de inwerkingtreding ervan, werd uitgevaardigd. Wanneer uitgesproken straffen en herstelmaatregelen reeds wettig zijn verantwoord op basis van meerdere bewezenverklaarde telastleggingen, leidt een vermeend motiveringsgebrek over één afzonderlijke telastlegging (zoals in dit geval de trap) niet tot cassatie bij gebrek aan belang.
Besluit
Het Hof verwerpt de cassatieberoepen van beide eisers.
» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed













