Schriftelijk bewijs vereist bij overdracht auteursrechten architect (Schoups)

Auteur: Robbe Pelgrims (Schoups)

Publicatiedatum: 12/01/2021

Auteursrechten, zoals deze van een architect die een ontwerp maakt, zijn roerende vermogensrechten, die als dusdanig het voorwerp van een overdracht kunnen uitmaken. Contracten over auteursrechten moeten ten aanzien van de auteur steeds schriftelijk worden bewezen. Bovendien moeten contractuele bedingen met betrekking tot (de overdracht van) auteursrechten en de exploitatie ervan steeds restrictief, in het voordeel van de auteur worden geïnterpreteerd (art. XI.167, §1 WER). Aldus zal de overdracht van het voorwerp waarop het auteursrecht rust op zich geen overdracht van het auteursrecht inhouden, tenzij partijen dit uitdrukkelijk schriftelijk zijn overeengekomen.

In een recent arrest van 18 juni 2020 heeft het Hof van Cassatie beide principes toegepast en verduidelijkt dat het schriftelijk bewijs voor elke individuele overdracht van auteursrechten geleverd moet worden.

In deze zaak had een architectenbureau in opdracht van een bouwpromotor plannen opgesteld voor verschillende villa’s. De oorspronkelijke overeenkomst tussen beiden was verloren gegaan, maar sommige van de plannen bevatten de vermelding dat alle plannen en beschrijvingen auteursrechtelijk beschermd zijn en eigendom zijn van de bouwpromotor.

Volgens de bouwpromotor blijkt hieruit dat zowel de plannen zelf als de auteursrechten uitsluitend aan haar toekomen. De architect betwist deze interpretatie. Volgens haar moet deze clausule worden gelezen dat er een auteursrecht op de plannen rust enerzijds en dat de plannen zelf eigendom zijn van de bouwpromotor anderzijds, maar kan hieruit niet worden afgeleid dat ze deze auteursrechten zou hebben overgedragen aan de bouwpromotor.

Het Hof van Beroep Antwerpen volgt in eerste instantie de interpretatie van de bouwpromotor en acht de clausules op een deel van de plannen als voldoende schriftelijk bewijs dat de auteursrechten voor alle woningen zijn overgegaan op de bouwpromotor.

In cassatie werpt de architect op dat de plannen van één van de woningen geen clausule bevat dat de plannen eigendom zijn van de bouwpromotor en dat voor twee andere woningen geen plannen voorliggen, maar enkel aquarellen van de hand van de architect, en dat dus minstens voor deze drie woningen de auteursrechten niet kunnen zijn overgegaan.

Het Hof van Cassatie is de architect gevolgd in deze argumentatie. In de mate dat voor deze drie woningen geen schriftelijk bewijs voorligt dat de architect zijn auteursrechten heeft overgedragen, oordeelt het Hof van Cassatie dat het Hof van Beroep niet naar recht had kunnen oordelen dat de bouwpromotor eigenaar was geworden van de auteursrechten op de plannen voor deze drie woningen.

Met dit vonnis bevestigt het Hof van Cassatie de wettelijke principes dat overeenkomsten betreffende auteursrechten steeds schriftelijk moeten worden bewezen tegenover de auteur en dat clausules die hierover handelen steeds restrictief moeten worden geïnterpreteerd. Bij gebreke aan een expliciete schriftelijke overeenkomst, kan de rechtbank uit een vermelding die voorkomt op slechts een deel van de plannen niet afleiden dat ook de auteursrechten op de plannen die deze vermelding niet bevatten zijn overgegaan. Voor elke overdracht van auteursrechten zal dus een expliciete schriftelijke overeenkomst moeten bestaan.

Lees hier het originele artikel